PDF Archive

Easily share your PDF documents with your contacts, on the Web and Social Networks.

Share a file Manage my documents Convert Recover PDF Search Help Contact



Lange Maxen .pdf



Original filename: Lange Maxen.pdf
Title: I
Author: Rihieul Johan

This PDF 1.5 document has been generated by Microsoft® Office Word 2007, and has been sent on pdf-archive.com on 07/11/2015 at 00:05, from IP address 62.205.x.x. The current document download page has been viewed 1492 times.
File size: 14.1 MB (96 pages).
Privacy: public file




Download original PDF file









Document preview


WORLD WAR ONE
Vlaanderen

Het Duits 38 cm geschut
‘Lange’ Max

De complete geschiedenis van het Duitse 38 cm geschut te
Klerken, Koekelare en Bredene
Of de batterijen Predikboom, Pommern-Leughenboom en
Deutschland

Ryheul Johan
Regulus One Publishing

Voorpagina : Batterij Pommern te Koekelare onder de camouflagenetten tijdens de laatste fase van de
bouw.

Het befaamde Parijsgeschut, in feite een omgebouwd 38 cm kanon van het type Max. Dit 21 cm kanon
was ook bekend als het Wilhelm Geschütz.

I. Inleiding
In 1998 was het precies tachtig jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog ten einde kwam op 11
november 1918.
Te Koekelare kreeg deze herdenking wel een extra tintje mee, doordat net op dat ogenblik begin
gemaakt werd van de opgraving van de resten van de batterij Pommern, alias Lange Max.
Ook te Esen-Klerken zijn er nog resten terug te vinden van de batterij op de Predikboom.
Nu in 2002 komt dit boek uit over deze Lange Maxen, waaronder het bekende of zullen we maar
zeggen beruchte Duitse 38 cm kanon die vanaf de Leugenboomwijk Duinkerke beschoot, alsook de
batterij op de Predikboom te Esen en de batterij Deutschland in Bredene.
Er is omtrent de juiste benaming van dit kanon één en ander te doen geweest.
Volgens sommigen was dit type kanon een ‘Max’ en was de ‘Lange Max’ het kanon die Parijs beschoot
en die een bereik had van 136 km.
Onderzoek in Duitsland heeft aangetoond dat dit juist is. Het type 38 cm kanon was wel degelijk een
Max. Het Parijskanon was een ‘Wilhelm Geschuss’ of ‘Lange Wilhelm’ maar werd ook Lange Max
genoemd. Hierbij werd wel gebruik gemaakt van het kanon type ‘Max’ waarbij een tweede loop in de
bestaande loop geplaatst werd en deze loop verlengd werd met het systeem ‘Francotte’. Vandaar het
ontstaan van de verwarring.
Ook de naam Max heeft al voor heel wat discussies gezorgd, waarvan de meeste compleet onterecht
zijn. Max heeft niets te maken met Prins Max maar heeft alles te maken met Admiraal Max Rogge die
verantwoordelijk was voor de Duitse zware (ex) scheepsartillerie.
Hedentendage doet ook nog steeds het fabeltje de ronde dat ‘Dikke Bertha’ op Parijs schoot. Ook hier
moeten we zeggen dat dit totaal verkeerd was. Het type Dikke Bertha was een 42 cm mortierkanon
met een zeer beperkt bereik en die in 1914 o.a. gebruikt werd voor de beschieting van Antwerpen. Het
stuk stond officieel bekend als 42 cm M-Gerät i.R.L. en werd eveneens gemaakt bij Krupp.
Koekelare is de plaats waar men over een prachtige verzameling werken beschikt van Käthe Kollwitz,
dit in de naar haar genoemde toren.
Zij is in de regio meest bekend omwille van haar beelden ‘Het treurend ouderpaar’ die op het Duitse
soldatenkerkhof te Vladslo staan en als geen ander de pijn en smart uit oorlogsvoering aantonen.
Zijzelf verloor haar zoon Peter in de eerste weken van die gruwelperiode. Zij wist dus als de beste
waarmee ze bezig was.
Op 11 november herdenken we dan ook niet alleen de overwinning van de Geallieerde legers, maar
ook het onbecijferbare aantal doden uit die oorlog.
Doden, nu bijna anonieme doden, enkel gekend door een naam op een grafsteen op één van de vele
militaire kerkhoven in West Vlaanderen. Belgen, Engelsen, Fransen, Nieuw Zeelanders, Australiers,
Canadezen, Amerikanen, Duitsers en ja zelfs Chinezen en Indianen zijn er te vinden.
Zonen van iemand, vaders van iemand. En in sommige gevallen zelfs moeders en dochters. Allen
vochten zij voor de zaak van hun land. Allen waren ervan overtuigd dat zij voor de goede zaak
vochten. Nadat de oorlog aan het dichtslibben was in de slachtingen van de offensieven in de
loopgravenoorlog, die vaak geen of weinig resultaten hadden, begonnen soms ook de soldaten te
twijfelen.
De verbroederingen die aan het front soms plaatsvonden ter gelegenheid van Kerstmis, tonen het best
aan dat de gewone brave soldaat, ver afstond van de politieke motieven van zijn meerderen en dit
reeds na enkele maanden van oorlogvoering. Want wat begon als bijna een gelukkige oorlog, zat nu
vast in de modder, de stank van rottende lijken in het niemandsland, de plaag van de ratten. In de
modder van die loopgraven en in de dood was iedereen gelijk...
Zonder verder te willen filosoferen, is dit de geschiedenis van ‘Lange Max’

II. Het militair kader
Het is interessant om vooraf een woordje te zeggen over het Marinekorps Flandern, gezien de batterij
Pommern, alias Lange Max en de batterij Deutschland, een onderdeel waren van dit korps.
Na de Duitse inval in Belgie waren de eerste bezettingstroepen die in deze regio van West-Vlaanderen
aankwamen, een onderdeel van de zogenaamde groep ’von Beseler’ die op zijn beurt onderdeel
uitmaakte van het IVe Duitse Leger onder bevel van een hertog, Albrecht von Wurttemberg.
De eerste Duitse matrozen arriveerden te Brugge pas op 21 oktober 1914 en waren een onderdeel van
de Marinedivision.
Deze Marinedivision werd in augustus 1914 te Kiel gevormd met de Marine-Infanterie (de zgn.
Seebataillone) en Marinereservisten. Het betrof dan ook voornamelijk niet-varend personeel. Zij
waren voorbestemd om aan het Westelijk front de Vlaamse kust en de Franse kanaalzone te bezetten.
Dit laatste werd enkel een vorm van ‘wishfull thinking’ gezien men aan de Ijzer strandde.
Ook marineartilleristen maakten deel uit van deze divisie en zij zouden al relatief snel hun nut kunnen
bewijzen aan de Vlaamse kust. Aan het hoofd van deze Marinedivisie stond Admiraal von Schröder.

Admiraal von Schröder op inspectie langs de kust bij troepen van de Seebataillone, vroeg in de oorlog.
Op 15 november 1914 werd een tweede divisie toegevoegd en zo ontstond het uiteindelijke
Marinekorps Flandern.
De I Marinedivision was verantwoordelijk voor de eigenlijke kuststrook en stond onder het bevel van
vice admiraal Jacobsen. De tweede spitste zich meer toe op het hinterland en stond onder vice
admiraal Schultz. Later kwam daar nog een derde bij en in Brugge en omgeving was er het
Generalkommando.
Naast het oprichten van de drie divisies en een Generalkommando zou men alhier vliegensvlug
beginnen aan de modernisering en uitbouw van onze havens, die van groot belang waren voor de
zeeoorlog, temeer daar men hier met zijn spreekwoordelijke neus op het Kanaal zat en dit de enige
niet-Duitse havens waren waarover men beschikte aan de Noordzee.
Waar de Duitsers in het bijzonder over verheugd waren, was het feit dat de havens van Zeebrugge en
Oostende onderling met elkaar verbonden waren via de kanalen uit deze steden die naar Brugge

liepen. Brugge met zijn achterhaven was dan ook een ideaal schuiloord voor de schepen tegen
aanvallen van Geallieerde zijde.
Voorjaar 1915 begon men met de werken in de haven van Brugge zelf. Op deze ‘Kaiserliche Werft’
werkten per moment tot 14.000 man. Er werden drijvende droogdokken geïnstalleerd, bunkers
gebouwd, ateliers neergezet en schuilbunkers voor de Duitse U-boten gemaakt. Daarenboven werd de
ganse haven uitgerust met elektriciteit op drijfkracht, en dit op een ogenblik dat er nog bijna geen
elektriciteit voor handen was in de Brugse stad, met uitzondering van een cinema en een paar hotels.
Ook de havens van Zeebrugge en Oostende ondergingen een metamorfose en groeiden zo in een
minimum van tijd uit tot volwaardige en hypermoderne oorlogshavens.
Vanuit deze havens zouden de gevreesde Duitse onderzeeboten opereren. Deze onderdelen van het
Marinekorps Flandern alleen al waren op het einde van de oorlog verantwoordelijk voor het verlies
van 2554 neutrale en Geallieerde schepen (oorlogsbodems niet meegerekend !) met een totaal aan
scheepsverplaatsing van ongeveer 4.400.000 ton !
Op 9 november 1914 was een eerste onderzeeboot, de U12 te Zeebrugge binnengelopen, kort daarna
gevolgd door de U11.
Op 27 maart 1915 werd een eerste kustduikboot , de UB10 afgeleverd te Brugge en twee dagen later
werd het U-boot flottille Flandern opgericht. Vanaf die datum kwamen mondjesmaat duikboten van
het UCI en UBI type in onze havens toe. In juli 1917 kwam er ook nog een tweede flottille bij. Het
geheel stond onder het bevel van Korv.Kap. Bartenbach.
De U-bootflottilles verloren in totaal 80 schepen, 145 officieren en meer dan 1000 manschappen.

Een foto van de allereerste duikboten van het UB I type die opereerden vanuit de Vlaamse havens, hier
gefotografeerd nabij de sluis van Zeebrugge, ergens in mei van 1915.
Het hoogtepunt van de Geallieerde anti-U-boot activiteiten was de aanval op de havens van Zeebrugge
en Oostende met de blokkadepogingen die in Oostende volledig mislukten en te Zeebrugge slechts
gedeeltelijk en meer tijdelijk. Dit gebeurde in de nacht van 22 op 23 april 1918. Een tweede latere
poging te Oostende mislukte eveneens.
Succesrijkste U-boot commandant alhier was Kap.lt. Otto Steinbrinck die rond de Engelse kusten
231.614 BRT naar de haaien zond en tevens drager was van de Pour le Mérite, Duitslands hoogste
onderscheiding.
Naast de U-boten beschikte men ook over een torpedobootsflottille die opgericht werd op 28 april 1915
en vanaf maart dat jaar had men ook een torpedobootsflottille ter beschikking en per moment soms

twee. Ook deze eenheden zorgden een paar keer voor een ware slachting op de Noordzee bij
nachtelijke uitvallen op de militaire geallieerde scheepvaart.
Verder beschikte men ook nog over een mijnen en sperwezen, Vorpostenboote, snelboten, enz.
Ter bescherming van dit alles richtte men ook een aantal vliegeenheden op. Er kwamen twee
watervliegtuigbasissen, Seeflugstation Flandern I te Zeebrugge en de II te Oostende. Er waren twee
Marine Feldfliegerabteilungen, de Seefrontstaffels, vijf Marine Feldjagdstaffeln, vier
Kunstenfliegerabteilungen en twee Schutzabteilungen. Voornaamste eenheden waren echter de
watervliegtuigbasissen te Zeebrugge (onder bevel van luchtaas Friedrich Christiansen) en de I en II
Marine Feldjagdstaffel (van luchtazen Gotthard Sachsenberg en Theodor Osterkamp).

Gotthard Sachsenberg, bevelhebber van het Marine Jagdgeschwader, hier voor zijn Fokker DVII, samen
met zijn trouwe viervoeter op het vliegveld te Jabbeke-Snellegem in 1918.
Het derde belangrijkste onderdeel waren de kustbatterijen en daarmee komen we ook bij ons
voornaamste onderwerp terecht in het kader van de batterijen Predikboom, Deutschland en
Pommern.
Diverse auteurs hebben reeds geprobeerd om een cijfer te plaatsen op het aantal kustbatterijen die
ervoor dienden te zorgen dat de Geallieerde vaartuigen uit de buurt bleven en men een landingspoging
op onze kust of via de Schelde wel mocht vergeten.
Dit is echter totaal onbegonnen werk. In het begin van de oorlog stonden her en der kleine kanonnen
opgesteld, dit zeer tijdelijk, in afwachting van de bouw van echte batterijen. Sommige batterijen
verhuisden geheel of gedeeltelijk van plaats (bvb Gross Herzog in Oostende), andere waren slechts
tijdelijk in gebruik, sommige verdwenen definitief tijdens de duur van de oorlog. Weer andere
stonden opgesteld op barges, diverse waren luchtafweerbatterijen die ook vaak verhuisden en/of
mobiel waren en niet alle batterijen waren trouwens een onderdeel van het Marinekorps Flandern
(bvb Heinrich in Knokke, onderdeel van de Hollandstellung).
Laat ons echter zeggen dat er 44 min of meer vaste batterijen opgesteld stonden langs of achter de
kustlijn. De meeste batterijen bestonden uit drie of vier stuks kanonnen, alhoewel er ook hier weer
uitzonderingen op waren zoals de Pommern met 1 stuk of de Mole batterij met 6 stuks en per moment
meer.
De opgestelde kalibers aan de kust waren zeer variabel van kaliber. Het ging hier om 5, 8.8, 10.5, 15,
17, 21, 28, 30.5 en 38 cm stukken. De meeste batterijen waren opgesteld in de duinen en voornamelijk
rond de havens van Zeebrugge en Oostende.

Een reeks andere stonden meer landinwaarts en waren vaak spoorweggeschut van 21 en 28 cm.
Voorbeelden hiervan zijn o.a. de Preussen en de Schlesien, beiden te Bredene gestationeerd.
De grootste batterijen aan de kust waren de Deutschland (4 x 38 cm) te Bredene, de Pommern (1 x 38
cm) te Koekelare en de Wilhelm II (4 x 30.5 cm) te Knokke.

Eén van de stuks 28 cm spoorweggeschut van de batterij Preussen te Bredene, ook wel Schwere Bruno
genoemd.
Daarnaast dienen we ook nog de aanwezigheid te vermelden van tal van nepbatterijen langs onze kust.
Sommige waren houten constructies die opgesteld waren in de duinen en op andere plaatsen maakte
men dan weer gebruik van Warendorff kanonnen uit 1865 (o.a. tussen de batterijen Aachen en
Antwerpen opgesteld en in de omgeving van Blankenberge).
Hiermee is de voorstelling van het Marinekorps Flandern gebeurd.

III. Beschrijving van de 38 cm stukken, hun bedoeling, de projectielen
en hun ontstekers, en het gebruik van de stukken aan het Westelijk
front.
III. 1 Korte omschrijving
1 x 38 cm S.K. L./45 B.Ger. 55° elevatie, gemaakt bij Krupp in 1914. Gewicht : 77.63 ton. Stuknr.
154. (S.K. staat voor Schnellfeuerkanone, L. voor Länge)
Lengte van het stuk bedroeg ongeveer 17.13 meter.
Het stuk stond op een onderstel die eveneens bij Krupp gemaakt werd en die
zoals vermeld een elevatie van45 of 55° toeliet.

Tekening van één der eerste 38 cm kanonnen die aan het westelijk front geplaatst werden, dit van
Zillisheim.

III. 2 De slagschepen van de Bayern klasse
Er was een duidelijke evolutie zichtbaar in de bewapening van de Duitse slagschepen geweest en in
feite dus ook een evolutie van de kunde van de Krupp fabrieken. Waren in 1895 de schepen van de
Kaiser Friedrich III klasse nog bewapend met 4 X 24 cm geschut als hoofdbewapening, tegen 1908 was
dat met de Helgoland al opgelopen tot 12 X 30.5 cm. Het werd op dit ogenblik echter ook duidelijk dat
dit soort toestanden te veel van het goede werden. Tijdens de volgende jaren werd weliswaar
vastgehouden aan grotere kalibers, maar werd anderzijds teruggekeerd naar een soort
standaardbewapening van acht stuks hoofdbewapening. De slagschepen van de Bayern klasse
hoorden hiertoe.
Normalerwijze waren de 38 cm stukken dus bestemd voor schepen van de Bayern klasse, die echter
niet allen afgebouwd werden. Enkel de Bayern en Baden waren dit wel.
Het eerste schip van de klasse waarvan de kiel gelegd werd, was de Baden, en dit op datum van 20
december 1913, bij de Schichau werf te Danzig. Het was oorspronkelijk bekend als de Ersatz Wörth.
De stapelloop van het schip volgde pas zeer laat, namelijk op 30 oktober 1915. Leuke
vermeldenswaardigheid is het feit dat men voor de stapelloop gebruik maakte van 5.012 kilo
smeermiddel, talk, zeep en parafine, teneinde het schip in het water te krijgen ! De gebruikelijke

vlaggen, bloemen en andere tierelantijntjes waren er vanwege de oorlog ook niet bij. De uiteindelijke
indienstelling gebeurde op 19 oktober van 1916.

Slagschip Baden buitengaats met zijn vier indrukwekkende tweelingtorens van 38 cm.
Op 14 maart 1917 werd het vlagschip van de vloot en nam in feite slechts deel aan twee operaties,
enerzijds tussen 6 en 15 oktober 1917 in de Baltische zee en op 23-24 april 1918 aan een zonder
resultaat blijvende nachtelijke actie te hoogte van Stavanger.
Op 7 januari 1919 liep het schip uit van Kiel naar Scapa Flow. Op 21 juni van hetzelfde jaar was er de
befaamde zelfmoord van de Duitse keizerlijke vloot, toen de schepen door hun eigen bemanningen tot
zinken gebracht werden. Voor de Baden mislukte dit echter, gezien ze door Britse slepers aan de
grond gezet werd.
In juli 1919 werd het schip gedicht en naar Portsmouth gesleept. Daar werd ze verbouwd en werden
onder andere de twee 38 cm torens gesloopt die zich op de voor en achterboeg bevonden. De twee
hogere werden behouden en op 16 augustus 1921 vond het schip een roemloze maar geweldvolle dood
toen het door scheepsartillerie als doelschip ten zuidoosten van Portsmouth gezonken werd.

De laatste ogenblikken van de Baden als doelschip voor de Britten.


Related documents


lange maxen
mec av4m handleiding 2016
371140604
mecsek magazine zomer16
toeristische informatie 2016
nieuwsbrief november


Related keywords