PDF Archive

Easily share your PDF documents with your contacts, on the Web and Social Networks.

Share a file Manage my documents Convert Recover PDF Search Help Contact



nrc .pdf


Original filename: nrc.pdf

This PDF 1.4 document has been generated by , and has been sent on pdf-archive.com on 12/12/2015 at 09:16, from IP address 82.95.x.x. The current document download page has been viewed 472 times.
File size: 1.3 MB (2 pages).
Privacy: public file




Download original PDF file









Document preview


Stel: je bent antropoloog.
Hoe onderzoek je dit?
Onderzoeker Martijn de Koning was getuige-deskundige in het
jihadproces. Hij trekt veel op met Syriëgangers. Pagina 6-7

Hier spreekt de afgelopen donderdag veroordeelde Azzedine C. op een demonstratie in Den Haag. FOTO ANP

Wintersportspecial
Skiën zonder milieuschade. Kan dat?
Twee

D

e politiehelikopter klappert boven het Haagse
voetbalplein. Een groep
agenten omsingelt een
groep van veertig moslims die zwaaien met jihadvlaggen. Ze weigeren zich te legitimeren. Er wordt geduwd, er vallen klappen.
Enkele jongeren worden afgevoerd. De
rest schreeuwt: ‘Takbir! Allahu Akbar!’
In de groep staat een ongewone figuur:
een 43-jarige man met een stoppelbaard
en warrige krullen. Hij filmt zwijgend.
Het is de antropoloog Martijn de Koning.
De wetenschapper moet snel beslissen.
Stapt hij uit de omsingelde groep moslims? Of blijft hij staan en weigert hij zich
net als de anderen te legitimeren? Die
vragen zijn exemplarisch voor zijn hele
carrière: aan welke kant staat hij? Hij
blijft staan en weigert zich te legitimeren.
„Achteraf gezien ging ik daar een grens
over”, zegt de antropoloog van de Nijmeegse Radboud Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. „Ook een antropoloog moet zich aan de wet houden.
Maar ik moest snel kiezen. Als ik me zou
legitimeren zou ik uit de groep worden gehaald en niet meer terugkunnen.”
Martijn de Koning trekt al jaren op met
moslims, onder wie ook radicale. Zij vormen zijn onderzoeksobjecten. Maar hij
heeft ook een hechte band met ze opgebouwd. Als er naar zijn idee onzin over
hen wordt verkondigd, neemt hij het publiekelijk voor hen op. Wordt er een aanslag gepleegd op de cartoonisten van
Charlie Hebdo, dan schrijft De Koning in
een opiniestuk dat we terughoudend
moeten zijn in het verspreiden van „islamofobe cartoons”. Dreigt er gevaar van
Syriëgangers, dan zegt De Koning dat we
hen vooral moeten proberen te begrijpen.
In het gepolariseerde debat over terrorisme wordt hem dat niet in dank afgenomen. ‘Dr. Kromzwaard’ luidt zijn bijnaam
op sociale media. Telegraaf-columnist
Rob Hoogland noemde hem „een invloedrijk lid van de Nederlandse jihadigemeenschap”, weblog Geenstijl spreekt
over „salafistenlikker”.
Zelf noemt Martijn de Koning zich een
„neutrale onderzoeker”. Hij trad op als
getuige-deskundige in het Haagse terrorismeproces dat de afgelopen maanden
werd gevoerd. De rechtbank sprak donderdag in die zaak celstraffen uit tot zes
jaar tegen leden van een terroristische organisatie die jongeren ronselden voor de
gewapende jihadstrijd in Syrië.
In dit proces speelde De Koning een
cruciale rol. Hij beweerde dat de groep
géén terroristische organisatie vormde,
maar slechts een groepje vrienden was.
Aanvankelijk zette het Openbaar Ministerie vraagtekens bij zijn neutraliteit. De
antropoloog zou te weinig afstand hebben bewaard tot zijn onderzoeksgroep en
gunsten verlenen aan de verdachten. De
rechtbank vond De Koning juist een „buitengewoon waardevol” getuige-deskundige. Mede op basis van zijn verklaring
dat de groep overlegde over acties, een jihadistische ideologie deelde en een vaste
harde kern had, kon de rechter hen als organisatie veroordelen.
De Koning was donderdag bij de uitspraak aanwezig. Nadat het vonnis was
uitgesproken liep hij beduusd de zaal uit.
„Ik ben verbijsterd”, zei hij. „De rechter
gebruikt mijn woorden om ze als organisatie te veroordelen. Terwijl ik ze géén organisatie vond.”
Vorig jaar publiceerde De Koning met
drie collega’s een onderzoek over militant
activisme van moslims: Eilanden in een
zee vol ongeloof, een studie van de Radboud Universiteit en de Universiteit van
Amsterdam. Voor dit onderzoek volgde
Martijn de Koning onder meer de Haagse
jihadisten en een groot aantal jongeren om
hen heen die gedurende het onderzoek
uitreisden naar Syrië. Hij beschrijft hen in
de studie als activistische moslims, die ge-

bruik maken van hun democratische rechten om hun boodschap uit te dragen. Het
zou hen vooral te doen zijn om het provoceren. Diezelfde groep is nu veroordeeld
als ronselorganisatie die jongeren wilde
klaarstomen voor de gewapende strijd in
Syrië. „Dat mijn reputatie is aangetast, is
helder”, zegt de onderzoeker. „Vind ik dat
erg? Tot op zekere hoogte.”

INTERVIEW MARTIJN DE KONING

‘Ja, ik
voetbal met
jihadisten’

Betekent deze uitspraak van de rechter
dat uw studie de prullenbak in kan? Jongeren die u als activisten beschrijft, blijken terroristen.
„Ik bestempel ze nog steeds als activisten. Het gaat om de bril die je opzet. Beleidsmakers en justitie kijken naar radicalisering door een veiligheidsbril: wordt er
geweld verheerlijkt? Dat kan een insteek
zijn. Ik kijk er anders naar. Omdat dat andere vragen oplevert, en andere inzichten: Waaróm gedragen mensen zich zo?
Wat voor invloed hebben de etiketten ‘jihadist’ en ‘radicaal’ die overheid en media gebruiken op de leden van de groep?
Die vragen vind ik interessanter.”

Antropoloog Martijn de Koning, getuige-deskundige
in het Haagse jihadproces, trekt veel op met
Syriëgangers. Staat hij ook aan hun kant? „Je krijgt
onvermijdelijk een band met sommige jongens.”

Dus u had vooraf besloten dat het activisten zijn?
„We hadden van tevoren besloten: we bekijken ze door de bril van activisme. Je
zet die bril op om tot die andere vragen te
komen. De vraag is wel tot wanneer dat
houdbaar is. Zelfs als ze een aanslag zouden plegen, kun je het perspectief van activisme volhouden. Maar een aanslag is
niet gebeurd.”

Tekst Sheila Kamerman en Andreas Kouwenhoven
Foto Merlijn Doomernik

Over dit artikel
Expert die een
cruciale rol had in
jihadproces
De rechtbank in Den Haag
sprak donderdag celstraffen uit tot zes jaar tegen leden van een terroristische
organisatie die jongeren
ronselden voor de gewapende jihad in Syrië. Antropoloog Martijn de Koning
trekt al jaren op met moslimjongeren, onder wie ook radicale. In het Haagse terrorismeproces speelden zijn
verklaringen als getuige-deskundige een cruciale rol. In dit interview legt hij
uit waarom we deze jongeren moeten proberen te
begrijpen.

Een deel van uw onderzoeksgroep is afgereisd naar Syrië en heeft zich aangesloten bij IS. In de ogen van de Nederlandse autoriteiten zijn zij terroristen.
„Juist omdát de overheid hen bestempelt
als terroristen, is het belangrijk dat ik hen
activisten noem. Ik hoef het standpunt
van de overheid niet klakkeloos over te
nemen. De overheid is geen neutrale speler, die heeft belangen. Het woord terrorist is een politiek geladen term. Op dit
moment beschouwt de overheid radicalisering als een groot probleem. Vroeger
was dat anders. Het is belangrijk te analyseren wat de gevolgen van die wijziging
zijn voor de mensen in kwestie.”
Machthebbers gingen vroeger meer
ontspannen om met radicalisering, zegt
De Koning. Aanslagen van de IRA en de
ETA veroorzaakten een schok, maar geen
diepe onzekerheid zoals nu. De reactie op
het terrorisme uit islamitische hoek is
volgens de antropoloog veel repressiever.
„We weten dat repressie er voor zorgt dat
sommige mensen afhaken. Maar het
heeft ook nogal wat averechtse effecten.
Een beweging verdwijnt niet. De aanhangers die blijven, verharden. Het wakkert
radicalisering verder aan.”
Hij noemt het optreden van de politie
op het Haagse voetbalveldje, waar hij bij
was. „De houding van de jongens is daardoor verhard. Ze zien het als bewijs dat
moslims geen gelijke rechten hebben – zij
mogen niet bijeenkomen op een veldje.”
En de media? Volgen die volgens u te veel
de lijn van de overheid?
„De media vinden het allemaal heel spannend en eng en geven daardoor onevenredig veel ruimte aan hun propaganda.
Daar spelen die jongens op in. Ze richten
bijvoorbeeld een Facebook-pagina op: ‘Islamitische Staat in de Schilderswijk’.
Hoewel er niets gebeurde op die pagina,
doken de media er meteen bovenop. Die
jongens hebben zich doodgelachen.”
Martijn de Koning loopt naar buiten om
een sigaret te roken. Hij staart over het
stationsplein van Den Bosch, waar de
miezer neerdaalt. „Weet je wat ik jammer
vind?”, zegt hij terwijl hij een trek neemt.
„Veel ambtenaren wantrouwen mij, omdat ik kritiek heb. Als ik iets wil navragen
bij het ministerie van Justitie, is de reac-

tie: Dat ga je zeker doorvertellen aan die
jongens. Als ik voor mijn onderzoek de
politie wil spreken of het Openbaar Ministerie, wordt dat afgehouden. Men vertrouwt het niet, wil weten aan welke kant
ik sta.” Hij haalt zijn hand door zijn krullen en corrigeert zichzelf: „Nee, de overheid wil niet weten aan welke kant ik sta,
ze willen dat ik aan hún kant sta. Het
wordt niet geaccepteerd als ik zou zeggen: ik ben niet voor en niet tegen IS. Met
neutraal nemen ze geen genoegen.”
Religie heeft Martijn de Koning altijd gefascineerd, vertelt hij. „Mensen kunnen er
zoveel steun en inspiratie aan ontlenen.”
Tijdens zijn jeugd in Eerde waar hij als katholiek jongetje opgroeide, zag hij dat. Katholiek is hij niet meer, al heeft hij zich
nooit uitgeschreven. „Ik vind het lastig de
kracht van religie te snappen. Het intrigeert me hoe mensen religie in de praktijk
brengen. Dat verklaart ook waarom mijn
onderzoek nooit over radicalisering gaat,
maar over het religieus zijn.”
Zo wilde hij ook de Haagse moslims
neutraal bestuderen, in een poging hen te
begrijpen. „Het maakt niet uit of je het
met hen eens bent, daar gaat het niet om.
Als antropoloog kijk je niet alleen naar
wat mensen zeggen wat ze doen, maar
ook naar wat ze daadwerkelijk doen. In
het openbaar maar ook thuis, met familie
en met vrienden. Je krijgt zo een vollediger beeld omdat mensen hun gedrag aanpassen aan de omgeving. Om mensen,
hun opvattingen en handelingen echt te
kunnen begrijpen, heb je die bredere context nodig.”
Als antropoloog moet je altijd manoeu-

Als je zo lang en intensief met deze jongens optrekt, is het dan niet lastig om afstand te bewaren en neutraal te blijven?
„Je krijgt met sommige jongens een band,
dat is onvermijdelijk. En het is ook nodig
om goed onderzoek te kunnen doen. Een
jongen als Soufiane [jihadstrijder Soufiane Z. die gesneuveld zou zijn, red.] ken
ik al sinds 2006. In die tijd is hij getrouwd, vader geworden. We vertrouwden elkaar. Het was een sociale, intelligente jongen. Toen ik hoorde dat hij was
omgekomen in Syrië, was ik echt van
slag.”
Waren jullie bevriend?
„Er was sprake van wederzijdse waardering.”
Soufiane heeft namens IS een video gemaakt waarin hij naast een massagraf
staat en zegt: ‘Het stinkt hier naar verrotte kuffar’ (ongelovigen). Veel mensen
zullen het vreemd vinden dat u voor zo
iemand waardering voelt.
„Die video zit behoorlijk goed in elkaar.
Sterk gefilmd. Soufiane had een goede
journalist kunnen worden als hij een andere afslag had genomen in zijn leven.
„Ik kon wel volgen waarom hij tegen
het Assad-regime wilde vechten. Het begon te wringen toen hij vanuit Syrië de etnische zuivering ging verdedigen. Daar
had ik wel... moeite mee. Net als die gewelddadige filmpjes. Eind 2013 had ik
daar echt mijn buik van vol. Maar je kunt
niet met hen praten zonder dat je die
filmpjes kent, dus op een gegeven moment moet je toch weer kijken. Voordeel
is dat je op andere dingen gaat letten. Dan
bekijk je zo’n filmpje voor de tiende keer
en zie je opeens een bekende langskomen.”

Het maakt niet uit
of je het met hen
eens bent, daar gaat
het niet om
vreren tussen distantie en nabijheid, zegt
De Koning. „Als je onderzoek deel uitmaakt van een gepolariseerd maatschappelijk debat is dat heel lastig omdat je altijd wordt gevraagd aan welke kant je
staat. Onder gepolariseerde omstandigheden geldt een normale onderzoekshouding opeens als gebrek aan distantie.”
De manier van onderzoek doen heeft
als voordeel dat Martijn de Koning als een
van de weinige Nederlandse onderzoekers toegang heeft tot de wereld van jihadistische moslims. Niemand volgt ze al zo
lang. Zonder hem zou niemand weten
wat zij onderling bespreken. Aan de andere kant wordt hem verweten te amicaal
met hen om te gaan. De antropoloog is
niet alleen aanwezig bij lezingen en demonstraties, maar whatsappt ook met
hen, eet broodjes kebab met hen, laat hen
onderling discussiëren op zijn Facebookpagina. „Zoals een antropoloog hoort te
doen, je trekt zoveel mogelijk op met de
mensen die je onderzoekt. Zou ik onderzoek doen naar Papoea’s, had niemand
die omgang een probleem gevonden”,
zegt De Koning. „Maar een antropoloog
die gaat voetballen met jihadisten – dát
kan niet. Mij wordt dus eigenlijk verweten dat ik antropoloog ben.”
Tijdens de rechtszaak kwam naar voren
dat hij Rudolph H., nu veroordeeld als lid
van een terroristische organisatie, hielp
bij het schrijven van zijn scriptie. De Koning: „Natuurlijk verleen ik hem een
gunst. Ik zie daar geen enkel probleem
in.” Ook gaf de antropoloog feedback op
een powerpointpresentatie die de groep
maakte voor een islamitisch project. Diezelfde powerpointpresentatie dook op in
de rechtszaak: justitie beschouwde het als
organogram van een terroristische organisatie. De Koning: „Dat was wel raar, ja.”

Hoe wint u als ongelovige wetenschapper het vertrouwen van jihadisten?
„Activisten willen een boodschap uitdragen. Van mij weten ze dat ik neutraal
weergeef wat er wordt gezegd. Niet kritiekloos: ik geef ook weer hoe anderen erover denken. Dat kan wel eens mis gaan.
Zo sprak ik voor mijn onderzoek in 2013
met Maiwand al-Afghani, een jongen die
onenigheid had gekregen met de rest van
de groep. Hij uitte allerlei beschuldigingen en zette het gesprek op YouTube.
Toen brak de pleuris uit. De groep werd
ontzettend boos op me en verbrak het
contact. Het vertrouwen leek even helemaal verdwenen. Tot ik onuitgenodigd
op een demonstratie verscheen. Twee
jongens kwamen naar me toe en gaven
een hand. Toen was het weer goed.”

Vrijwilliger
Martijn de Koning woont in Oss,
de bakermat van
de SP. Hij stemt
vaak SP, lokaal
doet hij dat altijd.
De SP moet wel in
de oppositie blijven, vindt hij, oppositievoeren is de
kracht van de partij. Tijdens vakanties in de Alpen
maakt hij fietstochten op de racefiets
van 80, 90 kilometer. In zijn vrije tijd
is hij verder computervrijwilliger
voor gehandicapten. Hij helpt ze bij
het onderhouden
van hun computer.

Omdat u zo dicht op deze groep zat, wist
u eind 2012 dat er jongeren naar Syrië
vertrokken – eerder dan anderen. Heeft
u nooit de inlichtingendienst of politie
gewaarschuwd?
„Nee. Dat is niet mijn taak. Ik hoorde het
trouwens altijd pas als ze er waren.”
Waarom deelde u die informatie niet?
„Omdat ik niet weet wat er dan gebeurt.
Als ik een Syriëstrijder zou aangeven,
worden misschien zijn kinderen wel uit
huis gehaald. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Hoogstens zou ik een jongerenwerker of imam kunnen vragen om
te bemiddelen.”
Kunnen uw onderzoeksobjecten u nog
verbazen?
„Ik was een keer bij een lezing. De retoriek over ongelovigen die ik daar hoorde
was, hoe zal ik het zeggen, erg denigrerend. Dat raakt me soms. Je hebt heel interessante gesprekken met ze en het moment erna wordt er zo zwart-wit gesproken over ongelovigen. Het voelt eerder
bevreemdend dan schokkend. Want na
die lezing komen al die jongens naar me
toe: ‘Zit je wel lekker?’ En dan gaan we gezellig een kapsalon eten.”


nrc.pdf - page 1/2
nrc.pdf - page 2/2

Related documents


nrc
nicolai sennels een verslag vanuit de praktijk
trouw
ontvoeren kind bjzaa
onderzoek de vries aruba 2 mei 2013 final 1
begrippenlijst 2


Related keywords