PDF Archive

Easily share your PDF documents with your contacts, on the Web and Social Networks.

Share a file Manage my documents Convert Recover PDF Search Help Contact



Makkabeeën I .pdf



Original filename: Makkabeeën I.pdf

This PDF 1.3 document has been generated by Canon SC1011 / MP Navigator EX, and has been sent on pdf-archive.com on 30/03/2017 at 23:23, from IP address 85.148.x.x. The current document download page has been viewed 320 times.
File size: 21.3 MB (10 pages).
Privacy: public file




Download original PDF file









Document preview


INLEIDING OP HET EERSTE BOEK
MAKKABEEËN
lttj'T..EERSTE boek Makkabeeën

(r Mak)

y!1n

be-

de strijd die de rudeeeis gwà.rJí.u_
de Syrische koning Àntiochus IV
llc,l"t.ger.
r:prlanes 975-164 v.Chr.) en zijn
opvolgers,

r)nr hun godsdiensïiue
en

lrcid

te behouden.

politieË. r.frtun-oig_

rï oi.ii:à *ài*lïààï

Makkabeeër en zijn broers de
le

iders.

o,

gróith.ïà; rn

De
, inleidinq v.1n het boek wordt gevormd
uoor een tweeluik dat de goddeloze
virn de jodenvervolger
(

àctiviteii

Anïiocrrurlv,

." ,i:,

irieksgezinde hand'tang.r,
ioorn,
Iegenover het aanvanketi3t tijOetiit
r..r.t ru,
Mattatias en de zijnen rï.ft'1i_r';.-11ri1..r.,.
rlccl(3,r-9,22) is géwijd uu, À.tí.itïun
Lu_
rlls de Makkabeeé.
froo_ioà

o;í*ïJ

ui:_

".öiir).li:,
gewoontijk
_ót ài. ,un
Martel: vanwege de harde sla-

-u..rg,.tijkt-men
'1,,.]1"
(rc
repun Karel
gcn die deze

helden hun vijandËn tó.Uru.t

t.,

rden.ze hamer aaf
_g.r*.à. r"àà, àiguri_
a. a róo dse u.rr.t, uà,i.[irg,
::: :l^:^ :r,.yi
1n
9
ycrsro:g clrre Syrische legers en bezette daarna
Jcruzatem, met uitzondering
van de burcht,
wirarin een Syrisch garnizoeíhÀ.
Hlir.inigo.
rrc temper ,n h..rtËro. d. j;;4.-ËrJi.nr,;
o

wc

rllarmee was het eerste
oËtura
hc reikt. Om dit resul
taat te beveJiÀen]iracr,r
te Judas niet afleen heet
het

d".i;;;;.

il;?;

Ë.ui.o
zijn macht te krijgen, maar onderním
hij
ook veldtochten tegèn vijandigeburïJà,.r.
rn

rc grootscheepse veldtocht
onder leidine van
r,ysras, oe voogd van Andochus
IV, Ào.rt
wcgens moeilijkheden in
r

Syrië afgeb.àk.,

worden, ondanks een aanvankelilk
succes
Ir63-16z).Anderhalfjaar later rf o.À luOu,
lticuw

e.en Syris-ch leger, aangevoerd

,*1,1,^o:,1,:1u9,
Í(

Mpr hij was realist

op_

door Ni_

genoeg om

Degrupen dat de wetsgetrouwe
Joàen

:llï !.t

oöd.o

ïoia. iiilàr.ïr,r,

.op.sewassen
t,r'reKsgezrnde landgenoten,
die [ondën reke_
ncn op oe steun van de Syrische
kolos. Daar
urn sloot hij een rri.rOrcfrupruÉràiàï*ï

Rorneinen. Doch tevergeefs.'In
iOoI'ri.ig d: wanhopige sra! ui.|

Eiil.

a.

ri.u*fO.

t1qnbroer Jonatan, oveiwie het
tweede deel
llllll (9,23jr2,53), nam zijn plaats in (l6o_r43

v,('hr.). De macht van"de nàtio*iirtir.r,.,
wctsgetrouwe partii was ten gevolge
van de

trcderlaag

bij Elasa praktisch

í.U-?Ër.ï".n

wist Jonatan tussen de jaren 16o en r53 het
verloren prestige te hersiellen. Daarbij -frofi F..{. hij van de Syrische successie_oóloger.
Om Jonatans steunte winnen waren à.1roor_
pretendenten tot grote concessies bereid:
in
t5.z wer{ hij door Alexander Balas tot
hogepries.ter benoemd, in r5o tot militair
en burgerhjk leider van Judèa. Daarmee was
het
tweede doel van de opstand bereikt, dat
het
bestuur van Judea in'handen
van de
wetsgetrouwe Joodse gemeenschap. Jonatans

krr;;

successen werden evenwel de ootzàakvanz4n
ondergang: Syrië vond dat hij te machtig
werd. Tryfon, de voogd van Ànfiochus VI
(r45-r4z) lokte hem in?e val .n tru.Àit"
uun
d.e persoon van Jonatan gebruik
t. Àu[àn orn
7iy eezaein Judea te herítelen. roen íài mis_
lu[fe,liet hij hem doden (ra3 v.Chr.). --He^t.derde deel (r3-r6) bevàt de geíchiedenis

§r3ol1,.1:l gpIglger
Kn
uoor ztJn belerd wist

(r43-r34 v.Chr.).
Simon het derde doel van
de_opstand te bereiken: de politieke orràfnur_
kelijkheid van Judea. t<oning nemetiius ff

v.Chr.) schonk het"ranJ uoiiàoig.
Í_i1l-tqt
vrryheid van

belasting, waardoor Judea ora[tisch onaÍhankelijk wërd en oot.*.igà,ïti;a_
rekening kon invoeren (t4z v.Chr.). tí
Judea
zelf was de positie van de tvtakkabeeen-io'
,"r_
sterkt, dat het Joodse volk in r4o v.Chr. bij
volksbesluit Simon voor altijd toï strateeg en
heerser aanstelde, totdat e." getoofíàaïaig
profeet zou opstaan (t4,4). Dairmee
oynastte, dre van de Hasmoneeën, aan het
be_
wind gekomen en begon voor Judea een nieuw

*ur..,

tijdperk.

II.t boek is een geschiedenis van de Makka_
.beeen
als'de

mannen aan wie het gegeven was

Israël te beweikJn, (5,6z).
{. p*..,;.qi,gvan
De
rnstelling van de schrijver

is bijgevoi! niet
streng weten_schappelijk, doch eeiàe, píopugandistisch. Voor hem belichamen
en waarborgen de Hasmoneeën zuivere observantie
v.a1de Wet en daarom kan hij in degenen
die
zich tegen hen verzetten niets à"a..rïi.n
au,
heidenen en afvalligen. Hij legt Judas
]onu_
tan dan g,ok gebeden en uitspraken in de
mond
y-1yi, zij de nadruk,-niet ailee, op de wettig_
herd, maar zelfs op de heilige noàdzaak
van
nun opstand leggen. Hieruit blijkt ook dat
het

*

I MAKKABEEËN-INLEIDING
indruk die
6nder meef gewekt kan worden door het feit
àat de ruu*-ran God er niet in voorkomt' Dit
is eerder te wijten aan de scrupuleuze eerbied
van het late jödendom voor de schepper; de
auteur is er wèl degelijk diep van doordrongen
seen louter profaan geschrift is, een

HET EERSTE BOEK
MAKKABEEËN

Het Hebreeuwse origineel is verloren

Alcxander en zijn opvolgers

àat de HEER, aanfeduid dóor de term'hemel'

ài

eenvoudíg door het persoonlijk woord

('Hrj'), het loit vanziin volk in handen.heeft;
Èil it'4. ware reddei van IsraëI, die zijn wil
heËft neereelegd in de Mozarsche Wet' Die
Wet is saàen met de tempel het kostbaarste
bezit van het jodendom en de inzet van de

Makkabese opstand.
De naam vàn de auteur is niet bekend' Uit
ziin werk mag men afleiden, dat hij een ont*ikk.td. Jooó uit Jeruzalem geweest is, goed

op de hoogte van de geografie van Palestina en
vËrtrouwd'met de oude Hebreeuwse geschiedschriivine. die hii bewust imiteert, en met de

ner.Ëi.aàíis vanhe koningen van Syrië' Rond
ïoo v.Chr. heeft hij zijn werk vermoedelijk in
het Hebreeuws geschreven.

dat dit boek ontstond en de stem van

de

pl

Grieks vertaald. In die vertaling
door de Rooms-Katholieke Kerk als eer'l

Het eerste boek Makkabeeën is aldus
bouwd:

Inleiding (r-z)
Judas dè tttakkabeeil (3,t-9,22)
3. Jonatan (9,23-rz)

r.

z.

4.

Simon

(rl-r6).

Hij versloeg hem en werd koning in zijn
puats, na eerst alleen over Griekenland te
hbben geregeerd. 2Hij voerde tal van oorlopn, veroverde vestingen en doodde de konin3hij drong door tot de uitfËn van de aarde;
rlcn,

lntussen was het werk voor de Joden di
Hebreeuws niet meer verstonden, reeds i

derdeel van het Oude Testament erkend'

7u die tijd ondernam de Macedoniër AI lexander", de zoon van Filippus, vanuit het
I land van de Kittiërs' een veldtocht tegen
I Darius, de koning van de Perzen en de Me-

r

olnden van de aarde en plunderde vele volken:

dl

aarde durfde zich niet rneer tegen hem te
verzetten. Hij werd overmoedig, en in zijn
Itots cbracht hij een buitengewoon sterk leger
op tle been; hij maakte zich rneester van lan-

&rt. volken en vorsten efi ze werden

hem

rhutplichtig. 5Daarna werd hij ziek. Toen hij

{ln

einde voelde naderen, 6ontbood

hij zijn

dlonaren, de edelen die van jongs af met hem
Itren opgevoed, en verdeelde nog bij zijn le-

zijn rijk onder hen. TAlexander stierf na
regeerperiode van twaalf jaar. 8Na zijn
lpod namen zijn dienaren het bestuur van het
een
;bied dat hun was foegewezen in handen,
lnntlen de diadeem om hun-hoofd. Hun zonen
lalgden hen op. Gedurende de vele jaren dat
lun bewind duurde brachten zij veel ellende
pvar tle aarde. loUit hun generatie kwam een
lhr'ht mens voort, Antiochus Epifanes, de
loort van koning Antiochus, die in Rome gijllaur geweest was. Hij werd koning in het
fonrterdzevenendertigste' jaar van de heerIhnpptl van de Grieken.

Itil

l[

levenswijze

ln die tijd kwam in Israël een generatie op

ll rich niet om de leer'bekommerde en velen
]lrl tc winnen voor de gedachte om een ver,lof z Mak 4,7 Utl z Mak 4,9-17lr5l r Kor 7,18
Éf l)rr r r,z5-28 [rZ]z Mak 5,r [zo] z Mak 5,rr-16

llt Mak 5,zr

lktunder: Bedoeld is Alexander de Grote (y6-lzl
í'lrr,), die in 33t Darius III (l:6-:tr) bij Arbela
cn zo een einde maakte aan het Perzische rijk.
,r' Oorspronkelijk de bewoners van Kition op CyItrter de volken van het noordelijk deel van het

I

bond te sluiten met de volken uit de omgeving.
''Want', zeiden ze, 'sinds we ons van hen hebben afgescheiden, hebben vele rampen ons getroffen.' tzOverluigd van de juistheid van deze
redenering, l3verklaarden enige mannen uit
het volk zich bereid om naar de koning te
gaan.Deze verleende hun volmacht om de levenswijze van de heidenen in te voeren. vZii
richtten in Jeruzalem een atletiekschool' op,
zoals bij de heidenen het gebruik wÍLs; r5rir'o
lieten zich weer een voorhuid maken en braken met het heilig verbond; zij bukten zich
onder hetjuk van de volken en boden zich aan
om kwaad te doen.
Antiochus plundert de tempel
r6Toen Antiochus zijn heerschappij gevestigd
zag,kwamhetverlangen in hem op om koning

te worden van Egypte; dan zou hij over de
twee rijken regeren. l7Hrj trok dus met een
talrijk leger, met strijdwagens en olifanten en
met een grote vloot naar Egypte l8en viel Ptolemeiis, de koning van Egypte aan. Ptolemeiis
werd door angst bevangen en nam de vlucht,

terwijl velen sneuvelden. leAntiochus ver-

overde de versterkte steden in Egypte en plunderde dat land. 20Na zijn overwinning op
Egypte aanvaardde hij in het jaar honderddrieënveertig de terugtocht'. Met een talrijk
leger trok hij naar Israël en ging hij naar Jeruzalem. 2rDaar drong hij in overmoed het heiligdom binnen, legde beslag op het gouden
roukofferaltaar, de luchter met alles wat erbij
hoort, 22detafelvan de toonbroden, de plengschalen, de bekers, de gouden wierookschalen,
het voorhangsel, de kransen en de gouden versierselen aan de voorgevel van de tempel en hij

haalde overal de goudlaag af. zrl1i3 nam het
to. het honderdzevenendertigste
van de Grieken' I75 v. Chr.

jaar

van de heerschappij

t4. atletiekschool: De atletiek was een belangrijk.onderdeel van de Griekse cultuur.
15. zij lieten zich weer een voorhuid maken: De besnijdenis was het teken van het verbond, vgl. Gn t7, Io-r r; de
behoefte om de besnijdenis door een chirurgische ingreep ongedaan te maken hing samen met het feit, dat de
atletiek naakt beoefend werd.
2c.. terugtocht; Hij had plaats in het najaar van 169 v.
Chr.

I MAKKABEEEN I,24-57
goud, het zilver, het kostbare vaatwerk en de
verborgen schatten die hij kon vinden in beslag 2aen nam alles mee naar zijn land. Voor
hij vertrok richtte hij een bloedbad aan en
braakte schaamteloze taal uit.
25In stad en land van Israël heerste een grote verslageriheid: 26vorsten en oudsten zucht'
ten, jonge meisjes en jonge mannen kwijnden
weg, de schoonheid van de vrouwen verwelkte.27De bruidegom hief een treurlied aan, de

bruid rouwde in haar bruidsvertrek. 28Het

land schokte van het verdriet van zijn bewoners, heel het huis van Jakob was met schaamte overdekt.

Ontwijd@ van Jeruzalem
jaar later stuurde de koning de hoofd-

2eTwee

ambtenaar die belast was met het innen van de
belastingen, rraar de steden van Juda. Met een
sterk leger verscheen hij voor Jeruzalem.30en
op sluwe wijze wist hij door vreedzame onderhandelingen het vertrouwen van de inwoners
te winnen. Maar onverwachts deed hij een
aanval op de stad, trof haar zwaar en bracht
veel Israëlieten om het leven. 3r Hrj plunderde
de stad, stak haar in brand en liet de huizen en
de stadsmuur omverhalen; 32vrouwen en kinderen werden gevangen weggevoerd en het vee
werd in beslag genomen. 33De stad van David
werd versterkt en voorzien van een grote, sterke muur met zware torens; ze werd een burcht.

vBnzijplaatsten daarin een zondig volk, goddeloze mannen, en versterkt en zich erin.

35

Zij

sloegen er wapens en levensmiddelen op en
brachten er in veiligheid wat ze in Jeruzalem
buit maakten. Het was een geduchte valstrik,
36een hinderlaag voor het heiligdom, een
kwaadaardige belager, die Israël steeds in
het oog hield. 3TOnschuldig bloed vergoten

zij rondom de tempel en zij ontwijdden de
heilige plaats. 38Uit angst voor hen namen de bewoners van Jeruzalem de vlucht en
werd de stad een woonplaats van vreemdelingen;zo vervreemdde Jeruzalem van haar eigen
kroost, en lieten haar kinderen haar aanhaar

naties hebben het ontwijd. l3Waartoe leven

hegmbten lieten de Israëlieten hun macht voelen door maandelijks in hun steden degenen

we nog?'

De Joodse godsdienst verboden

lcrecht te stellen die op overtreding betrapt
waren. seDe vijfentwintigste' van de maand

4rDaarna" vaardigde de koning voor heel
rijk het bevel uit dat allen één volk
worden, a2en dat ieder zijn eigen
moest opgeven. Alle naties voegden zich
het woord van de koning. a3Zelfs ondeÍ
Israëlieten waren er velen die graag de
dienst van de koning aannamen, aan de
den offerden en de sabbat onteerden.
naar Jenvalem en de steden van Juda st
de koning boden, met het schriftelijk
de Israëlieten de leringen moesten o

tempel en de heilige personen ontwijden;

ze altaren, tempels en kapellen moesten
richten voor afgoden, en varkens en an

Multatias

asen op moesten houden met de
slacht- en plengoffers in de tempel; datze
bat en feestdagen moesten onteren 46en

onreine dieren moesten offeren; asdat ze
zonen niet meer mochten besnijden, en
moesten verontreinigen door allerlei
en onheilige praktijken, 4e omzo de leer te
geten en haar voorschriften te ontkracl
s0ledereen die niet zou gehoorzamen aan

bevel van de koning zou gedood
5r Soortgehjke bepalingen liet hij in heel'
rijk afkondigen. Tegelijkertijd stelde hij

het volk beambten aan die erop moesten !
zien dater in elke stad van Juda offers
opgedragen.
s2Velen uit het volk richtten zich naar
voorschriften en stoorden zich niet aan de
Zij stichtten zoveel kwaad in het land s3
Israëlieten gedwongen waren om zich te
bergen in alle mogelijke schuilplaatsen.
saDe vijftiende kislew van het ho
enveertigste jaar liet de koning de gruwel9

de verwoesting bouwen op het brando
taar; in de steden van Juda werden afgo«
ren opgericht en 55voor de ingang van de
zen en op de pleinen brandde men wi

soAlle schriftrollen die men kon

Da 9,27;

tt,3t

5,7-9Í$12 Mak 3,12Í547

4t. daarna ... bevel: Hier wordt de afschaffrng van de
joodse godsdienst gezien als een onderdeel van de Seleu-

wcrd er een offer opgedragen op het afgodsallnar dat op het brandofferaltaar stond. 6oDe
vrouwen die hun kinderen hadden laten bernijden, werden volgens het voorschrift van de
honing ter dood gebracht, 6lmet de zuigelingen, vastgebonden aan de hals van hun moeder, Ook doodde men de familieleden en dege-

nen die de besnijdenis hadden voltrokken.
rl'['och blevenvele Israëlieten standvastig en
wtren zij vastbesloten geen onreine spijzen te
otcn; 63zij wilden liever sterven dan zich met
vcrboden spijzen te besmetten en het heilig
vcrbond te schenden. Ze werden dan ook ter
dood gebracht. oaZeer zwaar drukte Gods
wrrcde op IsraëI.

werden verscheurd en verbrand, sTen
bij wie men een boek van het verbond aan
of die de Wet nog onderhield; werd

S

I,58-2,25

koninklijk besluit ter dood gebracht. ssDs

3eHaar tempel lag verlaten als de woestijn,
haar feesten waren dagen van rouw geworden,
met de sabbat werd de spot gedreven; vroeger

[ff]z

MAKKÀBEEËN

eer, nu bespotting. aoHaar ontluistering
naarde haar oude glorie, haar heerlijkheid
in ellende veranderd.

lot over.

lzglzMak5,z4-26

I

Í9r

cidische politiek, om de landen die ze in hun
hadden, zoveel mogelijk te'vergrieksen'.
54. de gruwel van de verwoestilrg; Aanduiding'van
afgodsaltaar dat op het altaar van God geplaatst

en

zijn zonen

F) In die tijd trok Mattatias, een zoon van

L

lohannes en kleinzoon van Sirneon, een
uit het geslacht van Jojarib, weg uit
leruzalem en vestigde zich in Modeïn. 2Hrj
had vijf zonen: Johannes,, bijgenaamd Gaddi,
l§imeon, die Tassi genoemdwerd, aJudas, die
dc Makkabeeër genoemd werd, sBleazar, die
Avaran genoemd werd, en Jonatan, die Affus
pnoemd $/erd. 6Brj het zien van de godslaslerlijke dingen die in Juda en met name in Jenrzalem gebeurden, Triep hij uit: 'Wee mij!
§en ik geboren om getuige te zijn van de vernlctiging van mijn volk en de verwoesting van
rle heilige stad; moet ik machteloos toezien
hue de stad aan de vijanden is uitgeleverd en
rle tempel in de macht van vreemdelingen is?
t Je ruzalerns tempel is als een man zonder aantlen, ezijn prachtig vaatwerk is als buit weggevocrd. Jeruzalems kleine kinderen zijn omgehrncht op haar pleinen, haar jonge mannen
ll;n door het zwaard van de vijand gedood.
pricster

lllls er een volk dat geen deel van haar konink-

r[k heeft gekregen en dat zich niet aanhaar

hzit vemijkt

heeft?

lrAl

haar sieraden zijn

hanr afgenoqen, van vrije vrouw is zij slaviir
1?Kijk eens hoe ons heiligdom, ons
;pworden.
pronkjuweel, onze roem verlaten ligt, want de
líro; z Mak 6,ro

ll,tl

r Kr 24,7

ttt viifentwintigste

van de maand: De z5e was de verjaardrg van de koning, vgl. z Mak 6,7.

laMattatias en zijn zonen scheurdeno hun
kleren stuk, hulden zich in zakken en gaven
zich over aan bittere weeklachten.

Het begin van verzet

15Op zekere dag kwamen de koninklijke

beambten die de bevolking tot het afvallen van

de wet moesten dwingen in de stad Modeïn,
om er offers op te dragen. l6Veel Israëlieten
gingen naar hen toe, maar Mattatias en zijn
zonen hielden zich afzijdig. rTDe koninklijke
beambten richtten zich daarom tot Mattatias
met deze woorden: 'U bent een man var. gezag
indeze stad; u geniet eer en aanzienen hebt de
steun van zonen en broers. lsTreed dus als
eerste naar voren om het bevel van de koning
te volbrengen. Alle naties hebben er reeds gevolg aan gegeven en ook de Judeeërs, met
name degenen die nog in Jeruzalem ïvonen.
Doe wat de koning yÍaagt,dan zullen u en uw
zonen worden opgenomen onder de vrienden"

van de koning, dan zullen u en u\ry zonen
geëerd worden met goud, zilver en allerlei andere geschenken.'

leHierop antwoordde Mattatias met luide

stem:'Al gehoorzamen alle naties in het rijk
aan de koning, al valt iedereen van de godsdienst van zijn voorvaderen af om zich naar
zijn bevelen te voegen, 20ik, mijn zonen en
mijn broers blijven trouw aan het voorvaderlijk verbond. 2l Moge God ons ervoor behoeden de leer en haar geboden te verloochenen.
22Wij geven geen gehoor aan het bevel van de
koning en we zullen in geen enkel opzicht af-

wijken van hetgeen onze godsdienst ons gebiedt.'
zrNauwelijks had hij dat gezegd of voor
hun aller ogen trad een Judeeër naar voren om
volgens het bevel van de koning op het afgodenaltaarvan Modeïn te offeren. 2aToen Mattatias dat zag, ontbrandde hij in hevige woede
en hij trilde van veronÍwaardiging; hij gaf de
vrije loop aanzijnrechtmatige woede, sprong
naar voren en sneed de Judeeër op het afgodsaltaar de keel af1 2sdaarna doodde hij ook de
koninklijke beambte, die gekomen was om het
volk tot offeren te dwingen, en vernielde het
2,t4. scheuren

lw

kleren: Voor deze uiting van droef-

heid en rouw vgl. Job t,zo.
t8. vrienden van de koning: Vgl. voor deze titel Est aanv.

F5.

r MAKKABEEEN 3,25-49
ron tot aan de vlakte; er sneuvelden ongeveer
achthonderd man van hen, de rest vluchtte
naar het land van de Filistijnen. 2sVanaf nu
begon men Judas en zijn broers te duchten en
angst voor hen maakte zich meester van de
naties rondom. 26De koning hoorde over hem
en alle naties hoorden over Judas.

Antiochus wil een nieuwe aanval
27Brj het horen van deze gebeurtenissen ontstak koning Antiochus in woede en gaf het
bevel om al de legers van zijn rijk te verenigen
tot een ontzettend groot leger. 28Hij opende
zijn schatkist, betaalde zijn troepen een jaar
soldij en wees ze erop dat ze op alles voorbereid moesten zijn.
2eToen hij merkte dat het geld in de schatkist opraakte en de inkomsten uit de belasting
in zijn gebied geslonken waren, als gevolg van
de rampzalige opstanden die hij had uitgelokt
door in het land de eeuwenoude gewoonten af
te schaffen, 30vreesde hij, zoals reeds meer dan
eens was voorgekomen, dat hij niet in staat

zol zijn om zijn uitgaven te bestrijden,laat

staan schenkingen te doen, wat hij tot dan toe
met kwistige hand en rijkelijker dan de vroegere koningen gedaan had. 3l Ten einde raad besloot hij naar Perzië te gaan om de belastingen
van die gebieden te innen en veel geld bijeen te
brengen. 32De behartiging van de aangelegenheden van de koning in de landen gelegen tussen de Eufraat en de grens van Egypte, liet hij
over aan Lysias", een man vanaatuienen van

koninklijken bloede. 33Hrj belastte hem tot
zijn terugkeer ook met de opvoeding van zijn
zoon Antiochus. 3aHrj vertrouwde hem de
helft van zijn legers toe evenals de olifanten.
Hij droeg hem op om ervoor te zorgen dat
alles wat hij wilde uitgevoerd werd; met name
moest hij een leger sturen naar Judea en Jeru-

r MAKKABEEEN 3,5O-4,25

595

zijn residentie Antiochië, stak de Eufraat o
en trok door de hoger gelegen gebieden.
38Onder de vrienden van de koning

Lysias enkele dappere mannen aan:
meiis, de zoon van Dorymenes, Nikanor
Gorgias, 3een stuurde hen met veertigdui
man voetvolk en zevenduizend ruiters r
het land van Juda, om het volgens het b
van de koning te verwoesten. aoMet heel
legermacht gingen ze dus op weg, en in J
aangekomen sloegen ze hun kamp op in
vlakte bij Emmatis. arToen de kooplui uit
streek het nieuws ter ore kwam, gingen zij
zeer veel zilver en goud evenals boeien
het kamp om de Israëlieten als slaven op
kopen. Bij het Syrische leger sloten zich
troepen uit Idumea en het land van de Fili
nen aan.
Judos maakt zich op voor de strijd
a2Judas en zijn broers beseften dat de
zeer verslechterd was, nu de legers al in h
gebied lagen en, naar zij te weten waren
men, de koning bevel had gegeven om h

volk helemaal uit te roeien. a3Daaromzei

'Wij moeten ons verzetten
gen de vernietiging van ons volk en
voor ons volk en het heiligdom.' 4Het
werd bijeengeroepen om zich klaar te
voor de strijd en om te bidden en een
doen op Gods medelijden en barmhartig
ze tegen elkaar:

asJeruzalem lag verlaten als een

van wie de tijd verstreken
was. 50Zrj riepen met luide stem naar de hemel: 'Wat moeten wij hiermee doen, waarheen
moeten wijze brengen? stUw heiligdom is genchonden en ontwijd, uw priesters zijn vernederd en treuren. s2En nu hebben de naties zich
taneengesloten om ons te verdelgen. U weet
wat ze tegen ons
het schild voeren.
tlHoe kunnen wij tegen hen standhouden, als
U ons niet helpt?' 5aToen bliezen ze op de
trompetten en schreeuwden luid.
ssDaarna stelde JUdas aanvoerders aan
over het volk, aanvoerders over duizend man,
over honderd, vijftig en tien man. s6ln overcenstemming met de bepalingen van de leer
guf Judas aan degenen die een huis bouwden
oÍ'die pas gehuwd \ryaren, of een wijngaard
Iurdden geplant, en aan degenen die bang" warcn, verlof om naar huis terug te keren.
!7
Daarna brak het leger of en sloeg het kamp
op ten zuiden van Emmaiis. 58Toen zei Judas:
reeërso opgeroepen

in

'Rust u toe voor de strijd en wees, dapper.
Morgenochtend moet u klaar staan om de
rtrijd aan te binden met deze naties, die zich
nuneengesloten hebben om ons uit te roeien en
ons heiligdom te verwoesten. 5eHet is beter
voor ons om op het slagveld te sterven dan
gctuigen te moeten zijn van de ellende van
onze natie en van het-'heiligdom. 60Maar wat
tn de hemel besloten is, d4t zal geschieden.'
Uvcrwinning op Gorgias

/
ï

geen van haar kinderen ging er in of ui
tempel was geschonden, vreemdelingen
in haar burcht, ze was een herberg
voor de naties. De vreugde was uit Jakob
dwenen, fluit en citer waren verstomd.

a6Het volk kwam bijeen in Mispa,
over Jeruzalem gelegen, omdat er v
Mispa een bedeplaats voor Israël was
a7
Zij vastten die dag, hulden zich in
strooiden as op hun hoofd en scheurden
kleren. a8Daarna rolden.ze het boek van,

's Nachts brak Gorgias met vijfduizend

man voetvolk en duizend uitgelezen ruilers op 2om het kamp van de Judeeërs te overvullen en ze plotseling neer te slaan. Mensen
rrit de burcht waren hun gtds. sZodra Judas
rlnt vernam, brak ook hij met zijn dappere
filtrnnen op om het leger van de koning, dat in
lirnmaiis lag, te verslaan, a terwijl het leger vertpreid was in het kamp. sToen Gorgias
'r nachts bij het kamp van Judas kwam, trof
lrij er niemand aan. Overtuigd dat de Judeeërs
vuor hem gevlucht waren, ging hij naar hen op
rtrck in de bergen.
('Brj het aanbrekdn van de ochtend vern:hcen Judas met drieduizend man in de vlaktc, Terwijl ze zelf niet beschikten over de vertlctligingswapens en zwaarden die ze wensten,
ze dat het kamp van de naties zwaat
'rrrgen
vcrsterkt was, en omringd werd door de ruite-

zalem 3som de weerstand van Israël te breken
en de rest in Jeruzalem uit te roeien; om de
herinnering aan hen in die stad uit te wissen,
36hun gebied met vreemdelingen te bevolken
en hun land onder hen te verdelen. 37In het
jaar honderdzevenenveertigo vertrok de koning met de andere helft van zijn legers vanuit

naties hun afgodsbeelden ondervragen.
hadden de priesterlijke gewaden, de eer
geno en de tienden" meegebracht, en de

[8]

z,r8; z Mak 4,45; 8,8-15; ro,r4 [46] z Mak
8,16-23; r S ro, r 7; Re z o;3 l47l r S 7,5-6 [48] z Mak

37. honderdzevenenveertig: Antiochus
lente van 165 naar het oosten.

8,23

48. doel: De tekst die hun op goed geluk onder

Voor de belangrijke positie van Lysias vgl.
ook z Mak ro, r I; r r, r.

kwam beschouwden ze als een aanwijzing uit de
49. eerstelingen: Zie de aant. bij Dt z6,r-r r. tiendet,
de aant. bij Dt t4,zz-29. nazireeërs: Zie de aant. bij

Ir,tl Nu Io,9 [55] Ex t8,2Iv [56] Dt zo,5-9

6,2.

f4,rf z Mak 8,23-29[z] r,33 [24]Ps rr8,r-4

32. Lysias:

leer open, met hetzelfde doelo, als waarom

IV vertrok

i

rij die bestond uit

geschoolde soldaten.

Daarom zei Judas" tegen zijn mannen: 'Wees
niet bang voor hun aantal en laat u niet uit het
veld slaan als ze de aanval inzetten. eDenk
eraan hoe onze vaderen bij de Rode Zee werden gered, toen de farao hen met een leger
achtervolgde. lol-aten we nu de hemel aanroepen, opdat Hij ons gunstig gezind zal Àjn en
het verbond met onze vaderen gedenkt, zodat
Hij dit leger vandaag nog voor onze ogen verplettert. ll Dan zullen alle volken weten, dat er
iemand is die Israël verlost en bevrijdt.'
r2Nadat de vreemdelingen hen dichterbij
haddenzien komen r3trokken zij het kamp uit
om te strijden. De mannen van Judas bliezen
op de trompetten llen vielen aan. De naties
werden verslagen en namen de vlucht naar de
vlakte; lsmaar de laatsten vielen onder het
8

zwaard. Zij achtervolgden hen tot Gezer en de
vlakten van Idumea, Azotus en Jamnia. Van
de naties sneuvelden ongeveer drieduizend

man.
l6Nadat Judas met zijn leger van de achtervolging was teruggekeerd, tt zei hii tegen het
volk: 'Wees niet begerig naar de buit, want er
staat ons nog een strijd te wachten: l8Gorgias
bevindt zich met zijn leger niet ver van ons in
de bergen. Bied nu het hoofd aan onze vijanden en strijd tegen hen, daarna kunt u zich
in alle rust van de buit meester maken.'
reJudas had dit nog niet gezegd ofdaar verscheen een legerafdeling, die:vanuit het gebergte het terrein verkende. 20Zrj ontdekten
dat hun makkers op de vlucht waren gedreven
en dat het kamp in brand gestoken was, want
uit de rook die men waarnam bleek duidelijk
wat er was voorgevallen. 2l Door deze ontdekking raakten ze hevig verward en toen ze bovendien bemerkten, dat het leger van Judas in
de vlakte klaar stond voor de aanval,22namen
ze allemaal de vlucht naar het land van de
heidenen.
23 Daarop ging
Judas over tot de plundering
van het kamp; men maakte veel goud en zilver
buit, paarse en echt roodpurperen stoffen en
andere zeer kostbare dingen. 2aOp hun terugtocht zongen ze de hemel het lof- en danklied
toe: 'Hij is goed en eeuwig duurt zijn barmhar-

tigheid.' zsDie dag is Israël op een grootse wijze gered.

56.

bang: Zie de aant. bij Re 7,3.

4,8. Judas: Overeenkomstig
soldaten toe.

Dt

zo,8 spreekt Judas zijn

r MAKKABEEËN 5,27-56
in Bosorrao en Bozor, in Alema, Chasfo, Maked en Karnaïh, stuk voor stuk sterke en grote
steden; 27 ook in de overige steden van Gilead

zijn er ingesloten. En er worden maatregelen
getroffen om morgen de vestingen aan te vallen, in te nemen en iedereen op één en dezelfde
dag om te brengen.'28Hierop veranderden Judas en zijn leger meteen hun plan en sloegen ze
de weg naar de woestijn van Bosorra in. Zij
veroverden die stad, joegen alle mannen over
de kling, maakten hun bezittingen buit en staken de stad in brand. 2e's Nachts vertrokken
zij vanuit daar en rukten op naar de vesting.
3oToen het licht werd zagen ze een ontelbare
menigte die ladders en stormtuig aansjouwden
om zich van de vesting meester te maken, ter-

wijl ze vanuit de vesting bestookt

werden.
Judas begreep dat de strijd al ontbrand was.
Terwijl uit de stad luid geschreeuw en trompetgeschal ten hemel steeg, 32zei Judas tegen
3l

zijn manschappen: 'Strijd vandaag voor uw
broeders!' 33In drie groepen vielen zij, onder
trompetgeschal en het uitroepen van gebeden,
de belegeraars van achteren aan. 3aToen het
leger van Timoteiis bemerkte dat het de Makkabeeër was, sloeg het op de vlucht. Judas
bracht hun zware verliezen toe: die dag sneuvelden er van hen ongeveer achtduizend man.
35Daarvandaan ging Judas naar Alema, viel
het aan en veroverde het; hij doodde alle mannen, plunderde de stad en stak haar in brand.
36Daarnatrok hij verderen veroverde Chasfo,
Maked, Bozor en de overige steden van Gilead.
37Na deze gebeurtenissen bracht Timoteiis
een nieuw leger op de been en hij sloeg zijn

kamp op tegenover Rafon, aan de overzijde
van de beek. 3sJudas stuurde spionnen om het
kamp te verkennen.Deze meldden hem: 'Alle
naties rondom ons hebben zich bij hem aangesloten, zodat hij over een zeeÍ groot leger beschikt; 3e ook Arabieren heeft hij als hulptroepen ingehuurd. Ze hebben hun kamp opgeslagen aan de overzijde van de beek en staan
klaar om tegen u op te trekken.'Judas gingze
tegemoet. a0Toen Judas met zijn leger de beek,
die vol water stond, naderde, zei Timoteiis te-

r MAKKABTTËN 5,57-6, r7

599
de beek zijn kamp opslaat, dan steken wij
en zijn we hem de baas.' a2Toen Judas bij
beek gekomen was,liet hij de volksschrij
aan de beek postvatten met dit bevel: '

ervoor dat niemand zijn tent opslaat, maar
iedereen gaat strijden.'a3Judas stak als
naar de vijand over, gevolgd door heel het
ger. De naties moesten voor hen wijken,
pen hun wapens weg en vluchtten naar de
pel van Karnaïn. aMaar zij veroverden
stad en staken de tempel met iedereen die
was in brand. Karnaïn werd onderworpen
was niet meer in staat zich tegen Judas te
zetten.
a5Judas bracht alle Israëlieten die in
woonden, van hoog tot laag, met hun
wen, kinderen en bezittingen bijeen en
met heel die menigte naar het land van J
a6Zo bereikten ze Efron, een grote en
versterkte stad; de weg liep door de stad
en het was niet mogelijk om er links of
langs te trekken. aTDe inwoners van de
sloten hen buiten en blokkeerden de
met stenen. asJudas maakte zijn v
bedoelingen kenbaar: 'Wij willen door uw
bied trekken om naar ons land te gaan;
mand zal u enig kwaad doen, wij willen a
maar vrije doortocht.' Maar men weigerde
poorten voor hem te openen. aeToen liet J

in zijn leger

afkondigen dat iedereen

moest houden op de plaats waar hij zich
vond. soDaarna ging zijn leger tot de
over en bestookte de stad heel die dag en
die nacht, waarna ze zich overgaf. st Hlj:i
alle mannen over de kling, hij maakte de
met de grond gelijk en trok met de buit
lijken heen door de stad. 52Daarna
de Jordaan over naar de grote vlakte van
San. 53lntussen zorgde Judas ervoor
achterblijvers \ryeer bij de groep kwa
gedurende de hele tocht moedigde hij het
aan. Na hun aankomst in het land van
sabeklommen ze vol vreugde en

berg Sion en droegen er brandoffers op,
dat er niemand van hen was gesneuveld,
iedereen veilig was teruggekeerd.

gen zijn legeroversten: 'Als hij vóor ons de
beek oversteekt, zijn wij niet in staat hem het
hoofd te bieden, dan is hij ons zeker de baas;
4l maar als hij bang is en aan de overzijde van

Nederlaag van Jozef en Azarja
55In de tijd dat Judas en Jonatan in
waren en zijn broer Simon in Galilea was,
hoogte van Ptolemaïs, s6hoorden de

[4o] t S r4,9-ro [48]Nu 2o,t4y;2r,2ry

weg Amman-Damascus.

26. Bosorua en Bozor: Deze plaatsen lagen in het Haurangebied ten noorden van de Jarmuk, ten oosten van de

Joz

42. volksschrijvers;

t,Io-tL

Voor de rol van

deze personen

oversten Jozef, de zoon van Zekarja, en
Azafia over hun heldendaden en gevechten.

sTZezeiden tegan elkaar: 'Laten wij ook roem
verwerven door te gaan strijden tegen de naties rondom ons.' s8Zrj riepèn hun leger op en
trokken naar Jamnia. seGorgias deed met zijn
mannen een uitval uit de stad en bond de strijd
nret hen aan. fi Jozef en Azaqawerden verslagen en achtervolgd tot aan de grens van Judea.
I)ie dag sneuvelden er van de Israëlieten ongeveer tweeduizend man.
6tDeze zware nederlaag trof het volk, omtlat ze niet naar Judas en zijn broers hadden
geluisterd, maar van heldendaden hadden gedroomd. 62Zijbehoorden nu eenmaal niet tot
tlc generatie van die mannen, aan wie het gegeven was om de bevrijding van Israël teweeg te
hrengen. 63 Judas enLiinÈroers stonden in zeer
hoog aanzien bij heel Israël.en bij alle naties
waar hun naam ook maar bekend was; óavan
llle kanten kwam men ze gelukwensen.
Ve ldtocht naar Edom en Filistië
olJudas trok met zijn broers naar het zuiden

rum

tegen de zonen van Esau te strijden; hij

vr:roverde Hebron en de ondergeschikte plaatricn, slechtte de vestingwerken en stak de torcns rondom de stad in brand. 66Hij brak op
cn trok door Maresao naar het land van de
hcidenen. 07Die dag sneuvelden er in een gevecht enkele priesters, die zich door heldendarlen wilden onderscheiden en daarom ondoor-

rlacht ten strijde waren getrokken. ósVervolgcns boog Judas af naar Azotus in het land
vln de heidenen, vernielde er de altaren, verhrandde er de afgodsbeelden, plunderde de
,rtcden en keerde naar het land van Juda terug.
l)ood yan Antiochus Epifanes

AOp zijn tocht door

de hoger gelegen gebieeen

U den hoorde koning Antiochus van

rtad, Elymes, in Perzië, die beroemd was om
rijkdom,haar zilver en goud. 2Haar tem;rcl" moest zeer rijkzijnen was in het bezit van
tlc gouden schilden, helmen, borstpantsers en
wapens die de Macedqnische koning Alexanrlcr, de zoon van Filippus, de eerste koning
vttn de Grieken, daar had achtergelaten. 3Hrj
lrok er dus heen en trachtte de stad in te nemen
hrrar

lns-6812 Mak lr-Az-45

t,rt:t.lh)

fo,r

j z Mak Si

fih,

Maresa: rilas een belangrijke stad van Idumea.

t,54. 4,45

en te plunderen, maar hij slaagde er niet in,
omdat zijn voornemen aan de inwoners bekend was geworden. aGewapenderhand verzettenzrjzichtegen hem en hij moest vluchten.
Diep teleurgesteld vertrok Antiochus vanuit
daar om naar Babel terug te keren. sHij bevond zich nog in Perzië, toen men hem kwam
melden dat de legers die naar het land van
Juda waren getrokken, verslagen waren;
6ook Lysias, die aan het hoofd van een sterk
leger was opgerukt, had voor hen de wijk moeten nemen. Zij waren door hun wapens, hun
troepenmacht en de grote buit, op de verslagen legers behaald, een geduchte macht geworden. 7De gruwel die hij op het brandofferaltaar in Jeruzalem had laten oprichten, haddenze afgebroken en de hoge muren rondom

het heiligdom hadden ze hersteld; ook zijn
stad Bet-Sur hadden ze ommuurd.

sToen de koning dat hoorde, was hij verbijsterd; hevig geschokt wierp hij zich op zijn
bed en hij werd ziek van verdriet, omdat het
niet was gegaan zoals hij had verlangd. eZo
lag hij daar vele dagen lang ten prooi aan herhaalde aanvallen van grote zwaarmoedigheid.
Toen hij dacht dat hij ging sterven, r0ontbood
hij al zijn vrienden en zei tegen hen: 'De slaap
is van mijn ogen geweken en mijn hart is van
verdriet gebroken. lllk heb tegen mezelf gezegd: wat een kwelling is mijn bestaan geworden en wat een vloed van verdriet is over mij
gekomen, terwijl ik toch zo mild was en bemind ondanks mijn macht. l2Maar nu herinner ik mij al het kwaad dat ik Jeruzalem heb
berokkend door beslag te leggen op al het zilveren en gouden vaatwerk, en door zonder reden de bewoners van Judea te laten uitroeien.
13Dat moet de reden zijn waarom deze rampen mij treffen en waarom ik van verdriet en
ellende sterÍ" op vreemde bodem.'
laHrj liet Filippus, een van zijn vrienden,
komen en belastte hem met het bestuur van
heel zijn rijk. tsHij gaf hem zijn diadeem, zijn
mantel en zijn ring en droeg hem de opvoeding

van zijn zoon Antiochus op, die hij moest

voorbereiden op het koningschap. t6Koning
Antiochus stierf daar in het jaar honderdnegenenveertig. lz1o.n Lysias de dood van de
koning vernam, riep hij diens minderjarige
6,2. tempel: Volgens z Mak r,r3 had Antiochus IV het
gemunt op de tempel van Nanea.
13. sterÍ op vreemde bodem: De schrijver van r Mak
beschouwt de dood van Antiochus IV als een strafvoor
de schending van de tempel van Jeruzalem.

I

fil) I

r MAKKABEEËN 6,I8-46
zoon Antiochus, voor wiens opvoedin-g hij
,àiÀ r,ua gedragen, tot koning uit en gaf hem
de naam EuPator.

Judas belegert de burcht

i*o.

U.r.ïting van de burcht maakte het

de

Iróetietet in-de omgeving van het heilig-

àó* ràottaurend lastig, trachtte hun op alle
mogelijke manieren schade toe te brengen
en ïo.mde een steunpunt voor de naties'
leDaarom besloot Judas haar uit de weg te
volk op om de
*iÀé, en riep hij heel hetzoHetvolk kwam
Èurcht te gaaÀ belegeren.
bijeen en bigon de belegeringin hetj.aar honderdvijftig. ilden bouwde geschutstellingen en
maaktl bèlegeringswerktuigen'

-

Uit de b--urchíwisten enkele mannen door
heen te breken en tezamen met
blokkade
de
.rf..i. afvallige Israëlieten, die zich bij lien
íurrriot.t , zz réisden ze rraar de koning. en zei'
à.n-i.g.n't ern: 'Wanneer zult u ons eindelijk
i..ttt ï..t.t affen en onze broeders wreken?
iiwl tr.uuen uw..vader gr?aH gediend; we
hebbén ons aan zijn voorschriften gehouden
en zijn bevelen opgevolgd' .}aMaar daarom
t.UUËn onze volkigenoten zich van ons afge2r

sterker nog:iedereen van ons die in hun
handén viel werd ter dood gebracht en onze
bezittingen hebben ze in beslag genomen'zsZe
hebbenïiet alleen naar ons de hand uitgestot.n,.uu, ook naar al uw gebieden- 26En nu
t àUtt" ze de burcht in Jeruzalem belegerd om
zich er meester van te maken. Het heiligdom

tà.O;

27Als u
e" Étt-Srt hebben ze reeds versterkt'

niet onmiddellijk ingrijpt, zullen ze 1log ergere
àirrgtn doen zondeiaàt u het hun kunt beletten.'
De slag bii Bet-Zekaria

ui
ken, telkens als ze dapper vechtend een
deden.

32Tenslotte brak Judas het beleg voor
U"t t i àp .n sloeg hij zijn kamp ".p p'j T
Znkarja,-tegenovei het kamp van de ko
nviàËg i, ie ochtend liet de koning zijn
in allerfil naar Bet-Zekarja opruk]tgn' yuu-'
legers zich onder tr-ompetgeschal in tlÏ"1
oót.ld.r. 3aDe olifanten hield men sap
àiuir.n .n moerbeien voor om ze strijd
te maken. 35Daarna werden de dieren over
bij elke olifant.stelde,n
"erdeeld:
voetvolk oP, in maliënk
à*i?Lra man
sestoken en met bronzen helmen op het hot
Jo
Ëvenals vijfhonderd uitstekende ruiters
waren'
olifant
een
de vaste bégeleiders van
gi
tràt dier steàds vergezelden, waar het ook
37Op elke
te
scheiden'
vai
ooit
er
,orà.t

;irfia;

;;;i;

achter de geleider op een speciale

goed afgedekte houten t
vastgegord, waàrin een drietal. soldaten
die íaíuit daar aan de strijd deelnamen'.
38
rul
daarbij nog een Indiër. De rest van de
rii stelíe dè koning links en rechts op lan:
Ëidr fÈ"k.n van Ëet leger, om zo de vijanc
te h
Éunnen Uettoken en tevèns een dekking
3eToen de zon op
ben voor de slagordes.

À ,"n sterke,

gouden en bronien schilden scheen, begqn


uttËÀt.

schitteren ente glanznÍ'ut b]

à.rOe"fu*els. 4Het koninklijk leger

zich in beweging: een deel trok vastberaoe
ir-rolààumöofr. over de berg, een ander
door de vlakte. al Iedereen die het
van die menigte, het gedreun van hun m
opmars en het geklettervan hun YUP:"-t.
dà, sloeg de schrik om het hart; het leger

inderdaad buitengewoon groot en :
tot de aanval
en van hét léger van de koning vielen
a2Judas ging met zijn leger

t

derd man.
alBleazaro Avaran merkte dat één van
olifanten, die groter was dan alle andere'.

Éii..n, 2eook uit de andere rijken en van de

een

roÀï ó koning dàt hoorde, ontstak hij in
*otdt en riep hij il zijn vrienden, de bevelhebbr., ,un hei vóetvoÍk en die van de ruiterij

tiíunaln in de zee boden huurtroepen hemhun

ài."tit, aan. 3oZo telde zijn leger honderdduizend man voetvolk, twintigduizend ruiters
en tweeenOertig olifanten, die voor de oorlog
*u.rn afgericÈt' 3l Dat leger trok door ldubËlegerde Bet-Sur. Maar de ttïjq oF
a. íua duuide dagenlang, omdat zij de belevijand in brand staleringswerktuigen van de

Àrr.,

[t8]

t,33-35

Vermoedelijk gaat het om wijn'
34.sap van druivez;

koninklijlie pantserbedekking was u!

irti. i" a. veronàerstelling

dat de koning

op dat dier bevond 4besloot hli zichze
oïfrren om zijn volk te redden en zo een
a5
sierfelijke naam te verwerven-' Orwersch
d'
ken stormde hij op het dier af, midden
rechtsen
links
hij
slagorde heen,ierwijl
lijke slagen toebracht zodatmen aan
a6Hij dook
àË, uooï hem terugweek.

romatiseerd door de toevoeging van moerbeist

à""ia:"geurdeoriru,t.röpËitrt,

gea- 4' Eleazir Avaran:

Broer van Judas' vgl' z'5'

uliÍant, doorstak hem van onder en doodde
lrcrn. Het dier zakte ineen en verpletterde hem.
/,o stierf Ele azar . a7 Toen de Judeeërs zich bewust werden van de legermacht die het korunkrijk op de been kon brengen, en hóe groot
rle stootkracht van zijn troepen was, trokken
rrl zich terug.

llt

heleg van het heiligdom

l)e koninklijke troepen rukten nu op tegen
rk' .ludeeërs in Jeruzalem; de koning koos de
tegen
lrlrrirts voor zijn kamp zo, dat hij zowel
lurlca als tegen de berg Sion kon opereren'
tuomdat de inwoners van Bet-Sur vanwege
lrct sabbatjaar geen voedsel meer hadden om
lrct beleg nog langer te kunnen doorstaan, gavrrr zij de stad over, waarop de koning vrede
Iuet hen sloot. 50Hrj maakte zich meester van
5l
llct-Sur en plaatste er een bezetting. DagenlN

long belegerde de koning het heiligdom; hrj

iichtte er geschutstellingen tegen op, belegelngswerktuigen, vlammenwerpers, katapul-

trn om pijlen af te schieten en

lrrrring;zo streden ze dagenlang. 53Maar omrlnt het het zevendeo jaar was, waren er geen
levr:nsmiddelen in de opslagplaatsen; bovenrlrrn hadden de Judeeërs die vanuit niet-Joodgcbieden in Judea in veiligheid waren geluncht, wat aan voorraad restte opgegeten.
1{
l)c hongersnood die onder de verdedigers
rprr het heiligdom heerste, dwong de een na de
rrllcr naar huis terug te keren. Daardoor waru cr maar weinig overgebleven.

r

Itttiochus V sluit vrede met de Judeeërs
)p dat ogenblik hoorde Lysias dat.Filippus,
*nrr wie koning Antiochus nog bij zijn leven
ryp.edragen had zijn zoon Antiochus voor het
lrrrringt.lru, op te leiden, s6uit Perzië en Media' was teruggekeerd met de troepen die de
I r rrr int *ur.n gevolgd, en dat hij ernaar streefrle hct bestuur van het rij!< in handen te krij;rrr '7 Daarom wilde Lysias zo spoedig mogeIttl hot teken tot de aftocht geven. Hij zei tegen
rle koning, de legeraanvoerders en de man-

'i(

rlrnppen: 'We worden met de dag zwakker
rrr hebben maar weinig te eten; de plaats die
hclegeren is sterk en bovendien vragen

*r

f

ir

f

r

\

|

ír1f z

rl
L

.r

Mak ry,23-z6lSt1z Mak lr,I3-33

Mak 14,I-Io

totde jaar I Het zevende j4ar of sabbatjaar, waarin

*r,,r pczaaid was;

vgl. Lv z5,t-7.

de belangen van het rijk onze aandacht.

ssLaat ons daarom deze mensen de hand reiken en vrede sluiten met hen en met heel hun
natie. seLaten we hun het recht toekennen om
zoals vroeger volgens eigen gebruiken te leven;
juist omdat we die gebruiken hebben willen
àfschaffen, zijn ze in woede ontbrand en in
opstand gekomen.'
60Dat voorstel vond bijval bij de koning en
de legeroversten. Hij deed de Judeeërs een vre6len
desaanbod, dat door hen werd aanvaard
door de koning en de legeroversten met een
eed werd bekrachtigd. Daarop verlieten de Judeeërs de vesting. 62Toen de koning zijn intocht hield op de berg Sion en zaghoe zwaar
die plaats versterkt was, schond hij de eed die
hij had gezworen, en gaf hij het bevel om de
ringmuur te slechten. ó3Daarna brak hij in alle
haast op en keerde terug naar Antiochië. Daar
stuitte hrj op Filippus, die de stad in handen
had. Hij streed tegen hem en maakte zich met
geweld meester van de stad.

slingers'

irMaar ook de Judeeërs vervaardigden oorlrp,stuig en stelden het op tegen dat van de

MAKKABTeËN 6,47-7,8

I

Alkimus beïnvloedt Demetrius
,7 ln het jaar honderdeenenvijftig verliet Demetrius", de zoon van Seleukus, Rome.
Hij landde met een klein gevolg in een kustplaats en liet zich daar tot koning uitroepen.
lToen hij de koninklijke residentie van zijn
voorvaderen binnentrok, nam het leger Antiochus en Lysias gevangen om ze voor hem
te brengen. 3Maar toen hij hun daden vernam zei hij: 'Laat me hun gezicht niet zien!'
aDaarop bracht het leger hen ter dood en besteeg Demetrius zijn koningstroon.
sNu wendden alle goddeloze en afvallige
Israëlieten zichtot Demetrius. Aan hun hoofd
stond Alkimus, die hogepriester wilde worden.6Ze klaagden het volk bij de koningaan.
Ze zeiden:'Judas en zijn broers hebben'al uw
vrienden gedood en ons uit ons land verjaagd.
TStuur daarom iemand in wie u vertrouwen
hebt, om de schade op te nemen die hij ons en
het gebied van de koning heeft berokkend en
om hem evenals al degenen die hem geholpen
hebben te straffen.'

/

Bakchides in Judea
8De koning liet zijn keus vallen op Bakchides,
een van de vrienden van de koning, die stad7,t. Demetríusr Demetrius I, de oudste zoon van Seleukus IV, had in 175 v. Chr. zijn vader moeten opvolgen
als koning. Maar terwijl hij als gijzelaar in Rome verbleef, maakte zijn oom Antiochus IV zich meester van de
troon van Antiochië. In de lente van I6t v. Chr. zag hij
de kans schoon om zijn geluk te beproeven.

houder was in het gebied westelijk van de Eufraat. Hij had grote invloed in het rijk en was
trouw aan de koning. eHij stuurde hem samen
met de goddeloze Alkimus, die hij als hogepriester aanstelde, weg met de opdracht om de

Israëlieten te straffen. roZij vertrokken en
kwamen met een groot leger in het land van
Juda aan. En hij stuurde boden naar Judas
en zijn broers om vreedzame onderhandelingen met hen te voeren en ze zo te misleiden.
1r Maar die gingen er niet op in; het was hun
immers niet ontgaan dat hij met een groot le-

ger was gekomen. l2Een groep schriftgeleerden'daarentegen ging naar Alkimus en Bakchides om billijke aanspraken te bepleiten.
l:De Chasideeën" waren onder de Israëlieten
de eersten die hun om vrede verzochten. laZe
zeiden: 'Met dit leger is een priester uit het
geslacht van Aàron meegekomen: die zal ons
geen kwaad doen.' lsHrj was vriendelijk voor
hen en zwoer: 'Wij hebben geen kwade bedoelingen jegens u ofjegens uw vrienden .' r6Bnzlj
vertrouwden hem. Maar hij liet er zestig van
hen gevangen nemen en op één dag ter dood
brengen, naar het woord dat geschreven staat:
rTHet vlees van uw heiligen en hun bloed
hebben ze rondom Jeruzalem geworpen en er
was niemand die ze begroef.
rsHeel het volk werd door angst en schrik
voor hen bevangen en men zei:'Zij zijn onbetrouwbaar en kennen geen rechtvaardigheid,
wantzij hebben hun belofte die met een eed is
bevestigd, geschonden.' leBakchides trok uit
Jeruzalem weg en sloeg zijn kamp op bij BetZait.Y anuit daar liet hij veel strijders die naar
hem waren overgelopen en ook enigen uit de

burgerbevolking gevangen nemen; hij liet ze
ter dood brengen en in de grote put werpen.
Alkimus kan zich niet handhaven
20Vervolgens droeg hij het bestuur van het
land aan Alkimus over; hij stelde een leger tot
zijn beschikking en keerde naar de koning terug. 2l Alkimus spande al zijn krachten in om
zijn hogepriesterschap erkend te zien. 22 Alle
onruststokers onder het volk sloten zich bij
hem aan; zij kregen in het land van Juda de
macht in handen en berokkenden Israël veel
kwaad.
[r7] Ps 79,z1lz6l z Mak t4,12-t4; r Mak 3J8;2
Mak 8,9. 34-3 6; r 5 3 [z7l z Mak | 4,r 5-24 lzgl z Mak
r4,3o b3lz Mak 43t16
rz. schriftgeleerden: Het zijn rechtskundigen (vgl. Ezr
7,6-7),dievanBakchides eisen dat de beleving en toepas-

r MAKKABEEËN 7,37-8,

íxr I

r MAKKABEEËN 7,9-36
23Toen Judas zag dat Alkimus en zijn
hang nog meer ellende over de
brachten dan de naties hadden gedaan,za
hij heel Judea door, nam wraak op de
pers en maakte het hun onmogelijk zich
langer in het land te bewegen. 25Al gauw
merkte Alkimus dat Judas en zijn
sterk waren geworden, dat hij niet in staat

hun het hoofd te bieden; daarom keerder
naar de koning terug en uitte zware besch
gingen tegen hen.
Overwinning op Nikanor

26Hierop zond de koning een van zij
roemdste veldheren, Nikanoro, die een
haat koesterde jegens Israël, met de opd
om het volk te vernietigen. 27Met een
leger in Jeruzalem aangekomen, stuu
boden naar Judas en zijn broers om hen
verzoenende voorstellen te misleiden: 28'
het niet tot een oorlog komen tussen mij
ik kom met een klein gevolg naar u toe

vriendschappelijk met u te
2eHrj kwam dus bij Judas en zij
elkaar op vriendschappelijke wfize;
vijanden stonden al klaar om Judas te on
ren. 30Toen Judas merkte dat hij met
lijke bedoelingen naar hem toe was gek
werd hij bang voor hern en wilde hij hem
meer zien. 3lNikanor begreep dat zrjn
nemen ontdekt was; hij rukte uit en raakte
Judas slaags ter hoogte van Kafi
32Yan Nikanors soldaten vielen er o

vijfhonderd, de overigen namen

de

naar de stad van David.
33Na deze gebeurtenissen ging N
naar de berg Sion. Enkele priesters en
van het volk kwamen hem uit het heili
tegemoet om hem op vriendschappelijke
te begroeten, en om zijn aandacht te

op het brandoffer dat voor de koning
opgedragen.3aMaar hij dreef de spot met
en lachte hen uit, hij spuwde op hen en
overmoedige taal uit. :sIn zijn woede
hij: 'Als Judas en zijn leger mij deze keer
handen vallen, dan steek ik na mijn
terugkeer deze tempel in brand.'
woede ging hij weg. 36De priesters gi
naar binnen en staande voor het altaar
sing van de leer van Mozes veilig wordt gesteld.
4. Chasideeèh: Zie de aant.bij 2,42.
26. Nikanor: Deze Nikanor kan dezelfde zijn als
3,38; de geleden nederlaag kan zijn haat voor de
verklaren.

r3

hrrrligdom zeiden ze wenend: 37'U hebt zelf dit
hrrrs uitverkoren om uw naam te dragen en het

wat men hem vertelde over hun oorlogen en
heldendaden in het gebied van de Galatiërs;

te zljn waar uw volk smeekbeden
38 Doe gerechtigheid met
derc man en zijn leger en laat ze vallen door

hoeze hen hadden overwonnen en schatplichtig hadden gemaakt; 3over hun verrichtingen
in Spanje om zich meester te maken van de
goud- en zilvermijnen in dat land; ahoe zij heel
dat gebied, ondanks de zeer grote afstand,
door hun beleid en volharding in hun macht
hadden gekregen. Koningen die van het einde
van de aarde tegen de Romeinen waren opgetrokken, hadden ze verslagen enzwate verliezen toegebracht, terwijl de overigen hun jaarlijks schatting moesten betalen. sZe hadden
Filippus, Perseus, de koning van de Kittiërs,
en anderen die tegen hen waren opgestaan, in
een oorlog verslagen en onderworpen. 6Zelfs
Antiochus" de Grote, de koning van Azië, die
met honderdtwintig olifanten en met ruiters,
strijdwagens en zeeÍ veel voetvolk tegen hen
ten strijde was getrokken, was door hen verslagen. TZtjhadden hem levend gevangen genomen en hem en zijn troonopvolgers verplicht een hoge schatting te betalen, gijzelaars
te geven en enkele vanzijn beste provincies af
te staan, smet name Indië, Medië en Lydië;zij
hadden die gebieden weer overgedragen aan
koning Eumenes. eToen het plan van de Grieken om de Romeinen uit te roeien l0hun ter
ore was gekomen; hadden ze slechts één veldheer op de Grieken afgestuurd om met hen de
strijd" aan te binden: veel Grieken sneuvelden,
hun vrouwen en kinderen werden gevangen
weggevoerd, hun bezittingen geplunderd, hun
land in bezit genomen, hun vestingen werden
ontmanteld en het volk werd onderworpen;
het is onderworpen gebleven tot op de dag van
vatdaag. llOok de overige koninkrijken en
eilanden die zich ooit'tegen de Romeinen haddenverzet,hadden ze vernietigd en onderworpen. Maar met hun vrienden en met degenen
die op hen rekenden, onderhielden ze vriendschappelijke betrekkin gen. 12 Ze heersten over
koningen dichtbij en veraf; alleen al het horen
van hun naam boezemde ontzag in. l3Degenen die zij willen helpen om koning te worden,
worden koning, maar naar believen zetten z1j

Sehcdshuis

lol [I kan richten.

hun godslasteringen en
niet langer in leven.'
r')
Nikanor verliet Jeruzalem en sloeg zijn
\nrnp op bij Bet-Choron, waar een leger uit
hyriö zich bij hem aansloot.
{o.ludas lag met drieduizend man bij Adaia , tlij bad: arToen de boden van de koning
tl lnsterden, kwam uw engel en sloeg honderda2 Verpletvrl lcntachtigduizend mannen neer.
kr rrp dezelfdewijze nu ook dit leger hier voor
rnlc ogen, dan zullen de overlevenden weten
rlet hij uw heiligdom gelasterd heeft; oordeel
herrr overeenkomstig zijn slechtheid.'
hel zwaard; gedenk
lont ze

{rl)e dertiende adar raakten de legers
rlnngs". Het leger van Nikanor werd verslapnl hijzelf was de eerste die sneuvelde. 4Toen
Itlrr loger zag dat Nikanor gevallen !vas, wier6rr zc hun wapens \ryeg en namen ze de vlucht.
.i/i; achtervolgden hen één dagreis ver, van
Arlrrsir tot Gezer, terwijl ze op de signaaltroma6Uit alle Joodse dorpen in de
;rttcn bliezen.
uurgoving snelde men toe om de vluchtelingen
& p:rs af te snijden; ze keerden om, maar
Ílotten op hun kameraden; zo werd iedereen
lrrooi van het zwaatd, niemand ontkwam.
{'/,rt plunderden hen en legden beslag op hun
hurtt ze sloegen Nikanor het hoofd af en de
telhtorhand, die hij in zijn overmoed had opplrevcn, en stelden die vlakbij Jeruzalem ten
ds

In rrr. a8 Het volk was uitbundig van blijdschap
:n vrcrde die dag als een grote feestdag. aeMen
lxrlrrot deze dagjaarlijks op de dertiende adar
te hciligen. 50Het land van Juda genoot gedurerrrlc korte tijd van enige rust.

l*'nu'mvan Rome

tf

ludas had over de Romeinen horen zeggen
rlat ze machtig en welwillend waren tegenrrlr'r icdereen die toenadering zocht en dat ze
tnr.rrdschap sloten met iedereen die zich tot
krr wcndde. 2Datzemachtig waren bleek uit

O

IrI

r K 8.29-43; Da 9,r8 [4o] z Mak r5,zz-24[4tlz
r 7- r 9,37; Js 36-37 [43] z Mak t 5,2516

St

ilhtsu: Deze stad lag 8 km ten noorden van Jeruzanaar Sichem.
r/,rrrg,r.' De veldslag had plaats in maart 16o v. Chr.

F rx

|ar

1t
i

t'

lrrngs de weg

ltttiochus de Grote: Antiochus

III of de Grote

(24-187 v. Chr.) was de vader van Seleukus IV (I87-t75
v. Chr.) en Antiochus IV (I75-164 v. Chr.); hij werd door
de Romeinen in I89 v. Chr. bij Magnesia in Klein-Azië
verpletterend verslagen.
ro. strijd aan te binden: Hier is sprake van de onderwerping van Macedonië en de Acheïsche bond in 146 v.
Chr.; toen was Judas reeds dood.

r MAKKABEEËN 8, r4-9,8
koningen ook weer af. Hoewel ze dus zeer

Het zal zijn verplichtingen nakomen zo

vergaderden dagelijks driehonderdtwintig

tegenprestatie.2TYan hun kant zullen de
meinen, als het volk van de Judeeërs het
in oorlog geraakt, bereidwillig aan hun
strijden naarmate de omstandigheden da
hen eisen. 28Aan de vijanden zruJlen zij

man, steeds bezig met de vraag hoe zij het

voedsel, wapens, geld of schepen

welzijn van het volk konden bevorderen.

Aldus heeft Rome besloten.

machtig waren geworden, lahud toch niemand
van hen de diadeem opgezet ofzich in purper
gestoken om daardoor in aanzien te stijgen.
rsZihadden een raadhuis gebouwd en daar

16Elk jaar vertrouwden zij het bestuur en beheer van heel hun gebied toe aan één man, aan
wie iedereen gehoorzaamde zonder nijd of afgunst.
Bondgenootschap met Rome
lTJudas koos Eupolemus, de zoon van Johannes uit het geslacht van Hakkos uit, en Jason,

de zoon van Eleazar, en stuurde hen naar

r

hus

Zij ztlJlen
verplichting zonder bedrog nak

2eVolgens deze termen hebben de R
met het volk van de Judeeërs een
sloten. soZou in de toekomst één van
partijen iets willen toevoegen of weglaten,
zal,als het met goedvinden van de andere
tij geschiedt, de toevoeging of de wegli
van kracht worden.
3tWrj hebben koning Demetrius, naar

Rome om met de Romeinen vriendschap te

teiding van het onrecht dat hrj de

sluiten en een bondgenootschap aante gaan,
18en zodoende te bereiken dat zijhetjuk van
de Grieken van hun schouders zouden nemen,
want het moest de Romeinen duidelijk zijndat
die Israël onderdrukten. reZlj vertrokken dus
en kwamenna een zeerlange reis in Rome aan.
Daar legden ze voor de senaat de volgende
verklaring af: 2o'Judas, ook de Makkabeeër
genoemd, zijn broers en de natie van de Judeeërs hebben ons naar u toe gezonden, om
met u'een verbond te sluiten en vriendschapsbetrekkingen aan te knopen, om opgenomen
te worden onder uw bondgenoten en vrienden.' 2l Dat verzoek werd welwillend ontvangen. 22Hier volgt een afschrift van de brief, die
ze opbronzeno platen lieten graveren en naar
Jeruzalem stuurden als een gedenkteken van
de vriendschapsbeffekkingen en het bondgenootschap:
23'Heil aan de Romeinen en het volk van de
Judeeërs te land en ter zee in eeuwigheid!
Mogen zwaard en vijand ver van hen blijven!
2aAls Rome of één van zijn bondgenoten,
waar ook binnen zijn machtssfeer, het eerst in
oorlog geraakt, 25dan zal de natie van de Judeeërs naarmate de omstandigheden het van
hen eisen, vastbesloten aan de zijde van Rome
strijden. 26Aan de vijanden zalhet geen voedsel, wapens, geld of schepen geven of ter beschikking stellen. Aldus heeft Rome besloten.

aandoet, het volgende geschreven: "W
legt u de Joden, die onze vrienden en
noten zljn, zdn zwaar juk op? lzAls zrj
nieuw klachten tegen u inbrengen, zuller
hun recht doen en u te land en ter zee bq

lem. aVanuit daar braken ze weer op en,
ken met twintigduizend man voetvolk enl
duizend ruiters naar Berea. 5Judas
drieduizend strijdvaardige soldaten bij
6Bij het zien van de geweldige t
macht werden de Judeeërs zeer bang en
deserteerden, zodat er slechts
man overbleven. TToen Judas, op hetl
blik dat hij de strijd niet kon ontwijken,
te dat zijn leger uiteenviel, greep vertwi
hem aan, omdat de gelegenheid hem
zijn soldaten weer bijeen brengen. 8In zij

[8, 7] z Mak 4, r r

in het Capitool, een afschrift werd aan de bela

J

den."'

I

Judas sneuvelt

Toen Demetrius vernomen had dat
noÍ gesneuveld was en zljn troepen
gen waren, stuurde hij opnieuw Bakchi
Alkimus met de rechtervleugel van zijn
naar het land van Juda. 2Zij namen dei
door Galilea, belegerden Mesalot in
bied van Arbela, veroverden het en
een groot aantal mensen. 3In de eersteo

Q
-/

van het honderdtweeënvijftigste jaar
zij hun kamp op in de omgeving van Jai

hij degenen die bij hem geblevol waren toe: 'Vooruit, we trekken tegen
rrnzc vijanden op; misschien kunnen wij ze
tr4:lr nog het hoofd bieden.' eMaar z4 prohcrden hem te weerhouden en zeiden: 'Op dit
fi()rnent kunnen we volstrekt niets anders
doen dan ons leven in veiligheid brengen.
l)larna komen we met onze broeders terug
rrrrrde strijd met de vijand aante binden. Nu
,tln we met te weinig man.' loHierop antwoordde Judas: 'Dat nooit! In geen geval ga ik
voor hen op de viucht. Als onzi tijd gekomen
rlngcnheid riep

tr, nroeten wij moedig de dood ingaan voor
broeders, en geen smet werpen op onze
nrrirrn.' I I Toen het leger het kamp uittrok, stelrlerr de Judeeërs zich ertegen op. De ruiterij
tns in twee afdelingen gesplitst; de slingeraars
ett hoogschutters gingen voor het leger uit; deSrrrcn die in de voorste linies streden waren
lllen geduchte krijgers. Bakchides bevond
rtth in de rechtervleugel. t2Het zwaarbewaprrde voetvolk kwam tussen twee afdelingen
Crxrr onder trompetgeschal oprukken. Ook de
nsnnen van Judas bliezen op de trompetten,
lrrn de aarde dreunde van het krijgsgerlrrceuw van de beide legers. Men raakte
rlnngs en de strijd woedde van de ochtend tot
orrzc

*

uvond.
Toen Judas zag dat Bakchides zich met de
brtc troepen aan de rechterzijde bevond, ging
r'r

àltcr met zijn dapperste soldaten opaf. tsZij
tersloegen de rechtervleugel en achtervolgden
krrr tot aan het Azotusgebergte. 16Maar toen
& soldaten van de linkervleugel zagen dat de
ret' r tervleugel bezweken was, draaid en zij zich
. rfnr 0n gingen Judas en de zijnen achterna.
r'' llct werd een
zware strijd en aan beide zij&n sneuvelden er velen. l8Judas viel, en de
rert vluchtte. leJonatan en Simon tilden hun
hrrcr Judas op en begroeven hem in het graf
ïrn zijn voorvaderen in Modeih. 20Heel Israël
hwcende hem en treurde in diepe rouw over
tljrr dood; dagenlang klaagden ze: 2r'Hoe kon
r& hcld vallen, de bevrijder van Israël!'
rr Verdere bijzonderheden
over Judas, zijn
trrrkrgen, de heldendaden die hij verricht heeft
I

m llles wat van zijn grootheid getuigt, zijn
nlel opgetekend; het was teveel om op te noe-

iu'tt.
r

lzzl t4,t8

lg,rl7,8

de overhandigd. Ook in de grotten aan de
(Qumran) heeft men een 'koperen' ( =
gevonden. Deze heeft betrekking op verborgen

22. bronzen platen: Het was gewoonte senaatsbesluiten
in brons vast te leggen; het bronzen stuk werd bewaard

9,3. eerste maand:

April

t6o v. Chr.

lrtlr S t,zTlzzl r K rr,4l

12114,46[3S]S,zS

MAKKABTnËN 9,9-39

Jonatan volgt Judas op
23Na de dood van Judas doken overal in het
gebied van Israël de afvalligen \ryeer op en begonnen de boosdoeners zich weer te roeren.
2aBn de streek waar in die tijd een zeeÍ
zwarc hongersnood uitbrak, koos hun zijde.

2sBakchides koos de goddelozen

uit om hen
met het bestuur van deze streek te belasten.
26Zij gingen op zoek naar de vrienden van
Judas en brachten ze voor Bakchides, die ze
bestrafte en bespotte. 27lsraël werd heviger
onderdrukt dan ooit, sinds het optreden van
de laatste prbfeet. 28Daarom kwamen alle
vrienden van Judas bijeen en zeiden tegen Jonatan: 2e'Sinds de dood van uw broer Judas
hebben wij niemand, die zoals hij te velde kan
trekken tegen de vijanden, tegen Bakchides en
iedereen die onze natie haat. 3oDaarom hebben wij vandaag onze keuze op u laten vallen,
om in zijn plaats onze leider en aanvoerder te
zijn in de strijd die wij moeten voeren.'3rZo
volgde Jonatan zijn broer Judas op en nam hij
de leiding in handen.
Bakchides wil Jonatan daden
l2Bakchides vernam dat en wilde hem doden.
33Toen Jonatan dat hoorde, vluchtte hij met

zijn broer Simon en zijn aanhang naar de
woestijn van Tekoa'en sloeg zijn kamp op brj
de put van Asfar. 3aop een sabbat kreeg Bakchides kennis hiervan en hij stak met heel zijn
leger de Jordaan over. 3sJonatan stuurde zijn
broer Johannes die aan het hoofd van de troep
stond naar zijn vrienden, de Nabateeërs, om ze
te vragen of ze hun omvangrijke bagage bij
hen in veiligheid mochten brengen. 36Maar de
zonen van Jambri rukten op uit Medeba, overmandeno Johannes, namen alles wat htj blj
zich had in beslag en gingen ermee vandoor:
rzEnige tijd later berichtte men Jonatan en
zijn broer Simon dat de zonen van Jambri een
grote bruiloft gingen vieren en datzede bruid,
de dochter van een van de aanzienlijkste personen in Kanaàn, met groot gevolg uit Nadabat zouden aÍhalen. 38Met het bloed van hun
broer Johannes in gedachten, vertrokken ze

en verscholen zij zich in een

bergspleet.

3eVanuit daar namen ze op een gegeven ogenblik een rumoerige stoet waar; de bruidegom
kwam met zijn vrienden en familieleden onder
uiterst geschikt om aan een achtervolgend leger te ont-

komen,vgl.rSz4enz6.

1t li,koa: Stad tussen Betlehem en Hebron. Het bergflr,l lrrssen Tekoa en de Dode Zeewasmetzijn ravijnen

36. overmandm Johannes:
werd.

Uitv.

4z

blijkt dat hij gedood

verschuldigd bent; en mocht er nog-een andere
Jeruzalem worden geheven,-dan
beiasting
*oiOt dïe in het vervolg niet meer gevorderd'
a0Als er onder u mannen zijn die zich geschikt
achten voor onze lijfwacht, laat hen zich dan
inschrijven. Voortaan zal er vrede zijn tussen



ons.'
--

juk

oiln

het jaar honderdzeventig werd.het
a2en bevan de natiës van Israël weggenomen
son het volk oorkonden en overeenkomsten te
jaar
àateren met de formulering: 'In het eerste

van Simon, hogepriester, veldheer en vorst
van de Joden'.
Verovering Yan Gezer

a3In die tfid belegerde Simon Gezero en sloot
het met zijn leger in. Hij bouwde een stormtoien, reed àit nàut de stadsmuur, sloeg een bres
4De soldain eln van de torens en bezette die'
dq stad in,
iln rptong.n vanuit de stormtoren
raakte. asDe inwoners

die heftig-in beroering
kwamen met vrouwen en kinderen de stads*uu, op, scheurden hun kleren en smeekten
Si*o, tuidkeels dat hij hun de hand zou reiken.aíZeriepen: 'Behandel ons niet fiaar onze

misdaden, maar toon ons uw barmhartigheid.'aTSimon gaf hieraan gevolg en staakte

ze uit de stad, zuiverde de
en hield toen zijn
huizen van àfgodsbeelden
-het
gezang van lof- en danklieiniócht onder
deren. +8 Alles wat ónrein was ruimde hij op en
hij liet er mensen wonen die de leer onderhieliËn. ffij versterkte de stad en liet er voor zichzelf een huis bouwen.

à. tttua. Hij zeite

Verovering van de burcht
+sAl het vérkeer met de buitenwereld was voor

de burcht in Jeruzalem onmogelijk gemaakt'
Nu r. geen inkopen meer konden doen, be-

gonnen-ze ernstig geblt te lijden en velen
50
ítierven er van honger. Daarom smeekten ze
Si*on hun de hand te reiken' Hij deed dat,
zette hen uit de burcht en zuiverde die'
sl

En oP de drieëntwintigste dag van

de
honderdeenenze-

tweede màand van het jaar
ventig hielden de Judeeërs er hun

intocht' on-

der gï3uich en het wuiven met palmtakken,

iret spelen van citers, cimbalen en lieren'
en onder hèt zingen van lof- en dankliederen,

ondí

[43] z Mak to,3z-38 l49l

lr4,4l
[r

tz36;4,2r

3,3-9 l5\Ex 34,24[8] Zach
5,s; Mi 4.4;Zach3,to

j] i r

I

$17

r MAKKABEEËN r 3,4O-r4,r3

8,rz [9] ZachE'4-5

want een grote vijand was uit Israël verdre
5,Èij uepàalde dàt men deze dag jaarlijks
heiliËen. De vesting die op de tempelberg t
de kínt van de burcht ligt versterkte hij en
53Omdat
nirn àuut met de zijnen wonen'
Johannes
zoon
zijn
íroí nua ervaren dat
man uit één stuk was, stelde hij hem aan
aanvoerder van heel het leger' Johannes
tigde zich in Gezer.
De hechtenis van Demetrius

1n

Ial
t-t

II

m het iaar honderdtweeënzeventig ri
toning Demetrius zijn troepen bijeen

hulp te zoek
t ij naa-r Medië om daar
r-,- 2Toen
1T^^.^
Arsa
^-^^L.
uoot zijn strijd tegen fryfgt.
de koning vàn Pérzië en Medië, hoorde
Demetriui zijn gebied was binnengetrok
zond hij een vanliin veldheren om hem le'
gevarrgén te nemen' sDeze rukte uit, ve
Éet

le[er van Demetrius, nam !9m.

gev

en brlcht hem voor Arsakes, die hem in
gevangenis liet gooien.

Si*ons bewind genoot het land

Juda rust. Hij behartigde het welzijn van
natie, die zolanghij leefde, gelukkig was
ziin macht en roem' sNog grotere roem
wierf hij zich toen hrj het volk een haven
door de verovering van Joppe, en zo de
óHrj breidde
sans opende tot dè eilanden.
zich m
natie
zijn
van
lroíag.Ul.d
lrldoor
TTal van vij
íer te íraken van het land.
maakte hij krijgsgevangen. Hij .bedwoTg
zer, Bet-Sur en de burcht en zulverde dle
zonder
a[ó sporen van afgodendienst,^ sOngest'
iemand hem weerstand bood.
bebouwde ieder zijn akker en de aarde bra
haar gewassen voórt en de bomen in de vla
hun vruchten. eDe bejaarden zaten
langs de straten en spraken over de welva
de jónge mannen gingen-gekleed in een schi

,.,i4 Éljgtgewaaà. ioHrj uootrlg

de

van leveniÀiddelen en rustte ze uit met
disinestuis. Zo werd zijn naam beroemd
rrHrj bracht
uuï AË greíren uan het land.
de oveihet land en in Israël heerste een
bundige vreugde. l2ledereen zat onbekI
merd ónder ziJn wijnstok en vijgeboom'
rz. Gezer: Was een belangrijke stad aan de handelst
vàn Egypte naar Syrië; de stad was onder Salomo
Israël gekomen (r K 9,15-r7).
intícht: Dezefeestelijke intocht had plaats in de
5t.

15Hrj verhoogde de luister van het

lreiligdom en vergrootte het aantal heilige valen.

llt,trekkingenmet Rome en SParta
InToen Rome en zelfs Sparta hoorden dat Jottntan overleden was, waren zij daarover diep

lrcdroefd. lTMaar toen ze vernamen dat zljn
hroer Simon hem als hogepriester was opge18vernieuwden
volgd en stad en land regeerde,
rc met hem de vriendschapsbetrekkingen en
lrct bondgenootschap dat zlj met zijn broers
ludas en Jonatan gesloten hadden. Ze legden

tlit schriftelijk vast op bronzen platen

en
ltuurden die naar Simon. le Lezing ervan vond
plaats in de volksvergadering in Jeruzalem.
)o gi.r volgt een afschrift van de brief die de
§partanen stuurden:
ncn aan Simon, de hogepriester, aan de oudrlcn, de priesters en het overige volk van de

Iudeeërs, hun broeders.

Heil!

2l

De gezanten

naar ons volk hebt afgevaardigd, hebben
rrns ingelicht over het aanzienen het gezag dat
u geniét. We waren zeer verheugd over hun

rlic u

wij als
volgt onder de staatsoorkonden opgenomen:
Numenius, de zoon van Antiochus, en Antipaler, de zoon van Jason, beiden gezantenvan de

komst. 22Hln verklaringen hebben

,loden, zijn naar ons toe gekomen om hun
vriendschapsbetrekkingen met ons te vernieuwcn.

Het volk heeft besloten deze mannen eerafschrift van hun verklitringen op te nemen in de staatsarchieven,
rtxlat het volk van de Spartanen de herinncring eraan bewaart. Een afschrift hiervan
lrcbben ze aan de hogepriester Simon gezon13

vol te ontvangen en een

rlcn.'

2aDaarna zond Simon Numenius naar
Rome met een groot gouden schild ter waarde
vnn duizend minen, om het bondgenootschap
te hevestigen.
t',t' k

van I4I v. Chr.

uit.

ncrs

'De magistraten en de stad van de Sparta-

Loflied op Simon

ifija.rt

in het land niemand meer die tegen hen
vocht, want de koningen waren in die dagen
nverwonnen. t+Hij was een steun voor de onnlnzienlijken onder zijn volk, hij was vol ijver
voor de leer en roeide goddelozen en boosdoewas

enning van Simons verdiensten

"Vanwege
I r t{

|

al

deze verdiensten vroeg het

8,r7v; t23;8,22 lzzl tz,t6

MAKKABBBËu

r

4,r4-36

Joodse volk zich af: 'Hoe kunnen we Simon en
zljn zonen onze dankbaarheid betuigen?
zoWant hijzelf, evenals zijn broers en zijn familie zijn onwrikbaar geweest in de strijd tegen
de vijanden van Israël; ze hebben de vijanden

voor Israël de vrijheid verworvèn.' Daarom lieten ze op bronzen platen
een oorkonde beitelen en aan zuilen op de berg
Sion bevestigen. zzHier volgt een afschrift van
de oorkonde: 'Op de achttiende elul van het
jaar honderdtweeënzeventigo, in het derde jaar
van het hogepriesterschap van Simon, heeft
men in het Asaramel" 28 tijdens een grote vergadering van de priesters, het volk, de leiders
van het volk en de oudsten van het land, onze
aandacht gevestigd op de volgende feiten.
2eTijdens de vele oorlogen die in ons land-hebben gewoed, hebben Simon, de zoon van Mattatiai, uit het huis van Jojarib, en zijn broers
hun leven op het spel gezet en weerstand geboden aan de vijanden van hun natie, voor het
behoud van hun heiligdom en de leer. Daardoor hebben zij hun volk beroemd gemaakt.
3oNadat Jonatan, die zijn volk om zich heen
verzameld had en hogepriester was geworden,
bij zijn voorvaderen was bijgezet, 3lbesloten
hun vijanden het land binnen te vallen om het
te verwoesten en zich van het heiligdom meester te maken. 32Toen greep Simon naar de wapens en streed voor zijn volk. Hij.besteedde
èen groot gedeelte vanzljnpersoonlijk veflnogenàan hèt bewapenen van het l9Se1l9l ztjn
íatie en het uitbetalen van soldij. 33Hrj versterkte de steden van Judea en de grensplaats
van Judea, Bet-Sur, dat een wapenplaats van
de vijand was, en legerde daar een Joods garnizoen; 3averder versterkte hij Joppe aaÍrzeeen
het voorheen door de vijand bewoonde Gezer
aan de grens van Azotus, dat hij met Judeeërs
bevokté; beide steden voorzag hij van alles
35Omdat
wat nodig was voor hun onderhoud.
Simon dàt alles gedaan had in onkreukbare
teruggeslagen en

trouw tegenover zijn natie, heeft dat volk,

overtuigd van die trouw en van zijn toewijding
aan de ioem van zijn volk, hem aangesteld als
leider en hogepriester. Op alle mogelijke manieren heeft hij ernaar gestreefd zijn volk te
versterken. 36Ónder zijn bewind en door zijn
toedoen is het gelukt om de naties uit het land
te verdrijven, waaronder ook de bezetting van
de stad van David in Jeruzalem.Deze laatsten
t4,27. honderdtweeiinzeventig; Het is gedateerd septem-.
bèr i4o v. Chr. Asaramel: Een Hebreeuwse naam: 'Hof
van het volk Gods'; bedoeld is een van de tempelhoven'


Related documents


makkabeeen ii
gids nl
cpn manifest
2016 merchandise f1 renaultsport brochure
laat kinderen na een scheiding meebeslissen
projectmkultra


Related keywords