PDF Archive

Easily share your PDF documents with your contacts, on the Web and Social Networks.

Send a file File manager PDF Toolbox Search Help Contact



plinius minor .pdf



Original filename: plinius_minor.pdf

This PDF 1.4 document has been generated by Writer / LibreOffice 5.2, and has been sent on pdf-archive.com on 01/04/2017 at 01:36, from IP address 82.94.x.x. The current document download page has been viewed 428 times.
File size: 170 KB (10 pages).
Privacy: public file




Download original PDF file









Document preview


Latijn Plinius Minor
Vertaling tekst
Het optreden van Plinius Maior
Plinius groet Tacitus
Je vraagt mij het levenseinde van mijn oom voor jou te beschrijven zodat je het waarheidsgetrouw
kunt vastleggen voor het nageslacht. Ik ben je daar dankbaar voor want ik voorzie dat zijn dood,
als die door jouw werk bekend wordt, verzekerd is van onsterfelijke glorie. Want hoewel hij is
omgekomen bij de verwoesting van prachtige contreien en net als de bevolking en de steden alleen
al door deze gedenkwaardige natuurramp als het ware altijd zal blijven voortleven, en hoewel hij
zelf een groot aantal onvergankelijke werken heeft voortgebracht, zal de onsterfelijke roem van
jouw geschriften toch sterk bijdragen aan zijn blijvend aandenken. Ik, voor mij, acht die mensen
gelukkig aan wie de goden het voorrecht hebben verleend hetzij werken te verrichten die verdienen
beschreven te worden, hetzij werken te schrijven die verdienen gelezen te worden, het
allergelukkigst wie beide is vergund. Tot de laatste zal mijn oom behoren door zijn eigen boeken en
de jouwe. Daarom neem ik maar al te graag op me, verlang zelfs, wat je me opdraagt.

Hij was te Misenum en hij voerde persoonlijk1 het bevel over de vloot. De 9e dag voor de eerste van
september2 ongeveer op het 7e uur wijst mijn moeder aan hem3 dat een wolk aan het verschijnen is
met zowel een ongewone grootte als vorm. Hij had liggend iets gegeten, nadat hij een zonnebad
genomen had, een koudwaterbad (genomen had) en hij was aan het studeren: hij eist zijn sandalen,
hij beklimt een plek waarvandaan dat schouwspel het beste gezien kon worden.

Een wolk steeg op, vanuit de verte kon men niet goed zien van welke berg, dat het het de Vesuvius
was werd pas later bekend, waarvan de aanblik en de vorm aan een boom en nog het meest aan een
pijnboom4 deed denken. Hij verhief zich met een soort stam van grote lengte de hoogte in en
breidde daar om zo te zeggen takken uit. Ik denk dat hij in het begin door de luchtdruk omhoog
werd gestuwd en bij het verzwakken daarvan op zichzelf kwam te zweven, of ook door zijn eigen
gewicht neergedrukt in de breedte verijlde5, op sommige plaatsen helderwit en op andere vuil en
vlekkig, naargelang hij stof of as mee omhoog had gezogen.

1
2
3
4
5

Letterlijk: “aanwezig zijnde”. Kennelijk was het normaal dat de legeraanvoerder helemaal niet meeging op de
vloot. Plinius Maior deed dat wel.
24 augustus dus. De Romeinen gaven de dagen van de maand raar aan: ze telden vanaf bepaalde punten in de
maand. Ook telden ze inclusief: 8-5 was daar 4.
Plinius Maior.
Nu noemen we dat een paddenstoelenwolk. Een pijnboom ziet er ook ongeveer zo uit.
De eerste bewering is onzin, de tweede klopt wel.

Het leek hem als zeer geleerde man belangrijk en waard om van dichterbij te leren kennen. Hij
beveelt dat een Liburnica klaar wordt gemaakt; mij, als ik mee wilde komen, geeft hij de
gelegenheid daartoe; ik antwoordde dat ik liever wilde studeren, en toevallig had hij zelf iets om te
schrijven gegeven.
Plinius Maior komt te hulp
Hij was het huis uit aan het gaan; hij ontving wastafeltjes6 van Rectina, de hevig verschrikte vrouw
van Tascus, die door het gevaar werd bedreigd – want zijn villa lag aan de voet (van de Vesuvius)
– : ze smeekte, opdat hij7 haar aan zulk gevaar ontrukte. Hij veranderde ook het plan en, wat hij was
begonnen met wetenschappelijke interesse, voltooide hij met grote moed. Hij liet quadriremen (van
het strand af) naar beneden trekken, zelf ging hij niet alleen omhoog naar Rectina, maar aan velen –
wegens haar lieflijke ligging was de kust immers dichtbevolkt – zal hij hulp brengen. Hij haastte
zich daarheen, waar de anderen vandaan vluchtten, en hij houdt zijn koers recht, zijn stuurriemen
recht op het gevaar af zo bevrijd van vrees, dat hij alle bewegingen van die ramp, alle gestaltes
dicteerde en liet opschrijven, zoals hij ze had waargenomen met zijn ogen.

Op de schepen begon de as al neer te regenen, heter en dichter naarmate ze dichterbij kwamen;
dan ook puimsteen en zwartgeblakerde door het vuur gebarsten brokken steen. Toen was er opeens
een ondiepte en van de berg gestortte rotsblokken maakten de kust onbereikbaar. Hij aarzelde een
ogenblik of hij terug zou koersen, maar toen de stuurman hem aanraadde dat te doen riep hij hem
toe: “Het geluk is met de dapperen, zet koers naar Pomponianus.” Deze bevond zich in Stabiae aan
de andere kant van de baai, want de kust maakt hier geleidelijk een bocht zodat hij een inham
vormt waar de zee binnenstroomt. Ofschoon hier het gevaar nog niet onmiddellijk dreigde, kon men
het duidelijk zien en wanneer het toenam zou het angstig dichtbij zijn. Daarom had hij zijn bagage
gepakt en op boten laten zetten, vastbesloten te vluchten zodra de tegenwind zou gaan liggen.

Plinius Maior blijft kalm
Met deze zeer gunstige wind binnengevaren omhelst mijn oom dan de trillende8, en hij troost hem,
en hij spoort hem aan opdat hij zijn9 vrees verminderde door zijn eigen kalmte, hij10 beveelt naar de
badkuip te worden gedragen; hij ging gewassen aanliggen, hij dineerde of als opgewekt mens, of
wat even groots is, gelijk aan een opgewekt mens. Intussen waren uit de berg Vesuvius zeer brede
vlammen en hoge branden aan het oplichten. Hij zei telkens dat door de paniek van de boeren de
vuren achtergelaten waren en dat de achtergelaten boerderijen in eenzaamheid brandden, als
remedie tegen de angst. Toen gaf hij zich over aan de rust en hij rustte werkelijk met heel echte
slaap11; want zijn ademhaling12, die bij hem wegens de omvang van zijn lichaam nogal zwaar en
nogal hard was, werd gehoord door hen, die zich ophielden bij de deur. Maar de binnenplaats,
6
7
8
9
10
11

Die werden gebruikt om briefjes te sturen.
Plinius Maior.
Pomponianus.
Pomponianus.
Plinius Maior.
Waarschijnlijk was hij gewoon moe: hij was oud en had astma. Plinius Minor doet alsof oom slaapt om angst bij de
anderen te voorkomen.
12 Letterlijk: het op en neer gaan van zijn borst.

waarvandaan de woonkamer werd betreden, was al zo omhoog gekomen gevuld met as en daarmee
vermengde puimsteen dat – als het verblijf in de slaapkamer langer (was) – de uitgang werd
geblokkeerd. Gewekt verscheen hij en hij gaf zich terug aan13 Pomponianus en de overigen, die
wakker waren gebleven.
Samen overlegden ze of ze binnenshuis zouden blijven of in de open lucht gaan lopen. Want door
voortdurende zware aardbevingen stonden de gevouwen te trillen. Het leek wel of ze van hun
fundamenten waren losgekomen en willekeurig heen en weer schoven. Van de andere kant liep men
in de open lucht het risico van neervallend puimsteen, al waren het ook lichte en poreuze brokken.
Toch besloot men, de gevaren tegen elkaar afwegend, tot het laatste. Bij hem althans woog het ene
argument zwaarder dan het andere, bij de anderen de ene angst zwaarder dan de andere14. Ze
legden kussens op hun hoofd en bonden die vast met linnen doeken; dit moest hen beschermen
tegen wat uit de lucht viel. Op andere plaatsen was het al dag, bij hen nog nacht, zwarter en dichter
dan alle andere nachten. Een massa fakkels en allerhande lichtjes probeerden die te verdrijven.
Het einde van Plinius Maior
Het beviel hun15 naar buiten naar de kust te gaan en van heel dichtbij te bekijken, of de zee al iets
toeliet; die bleef nog steeds woest en vijandig. Daar bovenop een neergeworpen laken op zijn rug
liggend eiste hij eenmaal en opnieuw koud water en dronk het (snel) leeg. Daarna jagen de
vlammen en de voorbode van de vlammen, (namelijk) de geur van zwavel, de anderen op de vlucht,
en maken hem16 alert. Hij stond op steunend op twee slaafjes en meteen zakte hij in elkaar, zoals ik
begrijp, omdat door te dikke rook zijn adem versperd was en zijn keel gesloten was, die aan hem
zwak door zijn natuur zowel nauw, als vaak ontstoken was. En zodra het daglicht is teruggegeven,
(dat was de derde dag na die dag die hij als laatste had gezien.) is zijn lichaam ongeschonden,
ongedeerd gevonden en bedekt, zoals hij gekleed was geweest: De houding van zijn lichaam was
meer gelijk aan een slapende dan een gestorvene. Ondertussen waren ik en moeder te Misenum –
maar dit is niets voor geschiedschrijving, en jij wou geen andere dingen dan over het einde van hem
weten.

Ik zal hier dus eindigen. Ik voeg één ding toe, dat ik alles heb beschreven waar ik zelf ben geweest
en wat ik meteen erna heb gehoord, op een moment dat de gebeurtenissen nog het meest naar
waarheid werden verteld. Jij kunt er het meest wezenlijke uitkiezen, want een brief is iets anders
dan een geschiedwerk, voor een vriend schrijven iets anders dan voor het grote publiek.
Gegroet.

13
14
15
16

Voegt zich bij.
Plinius Minor zegt dat oom rationeel afwegingen maakt, in tegenstelling tot de anderen.
“Placuit” kan ook vertaald worden met: “Hij besloot”.
Plinius Maior.

Plinius en zijn moeder
Opnieuw een verzoek van Tacitus
Gaius Plinius groet (zijn) Tacitus
Jij zegt dat je naar aanleiding van de brief, die ik geschreven heb op jouw verzoek over de dood van
mijn oom, verlangt te weten, wie ik, die te Misene werd achtergelaten, – ik had immers het wat ik
begonnen was afgebroken, ik had niet alleen de echte angst van het toeval bericht.
Plinius blijft braaf studeren
Nadat mijn oom was vertrokken besteedde is de resterende tijd aan studeren (daarom was ik immers
gebleven), daarna (volgde er) een bad, avondmaal en slapeloze en korte slaap. Eraan vooraf gingen
bevingen van de aarde gedurende vele dagen, minder beangstigend omdat het gewoon was in
Campanium; maar het werd in die nacht zo krachtig, dat men niet geloofde dat alles bewogen werd,
maar dat alles omvergeworpen werd. Mijn moeder stormde mijn slaapkamer binnen; ik stond op
mijn beurt op, als zij rustte om haar te wekken. Wij gingen in de binnenplaats van ons huis zitten,
die de zee met een bescheiden ruimte scheidde van het huis. Ik twijfelde, of ik mijn gedrag
standvastigheid of domheid moest noemen. (ik bracht immers mijn achttiende jaar door17): ik eiste
een boek van Titus Livius, en ik las als het ware rustig en ik maakte ook een uittreksel op dezelfde
manier als18 ik begonnen was. Kijk, een vriend van mijn oom die onlangs naar hem vanuit Spanje
was gekomen ging te keer tegen de volgzaamheid van haar (en) mijn onbezorgdheid, zodra hij mij
en mijn moeder zag zitten, maar terwijl ik ook las. Geenszins slapper was ik gericht op het boek.

Intussen brak het eerste uur van de dag aan, het licht was nog schemerig, zeg maar kwijnend.
Overal om ons heen stonden de gebouwen vol scheuren, en wij zaten dan wel in de open lucht,
maar in een beperkte ruimte, en de vrees bij een instorting bedolven te worden was groot en zeer
reëel. Toen pas besloten we uit de stad weg te gaan. Achter ons aan kwam een menigte verbijsterde
mensen, die het maar beter vonden andermans idee tot het hunne te maken, wat in paniek bijna
gelijk staat met wijsheid. Er vormde zich een geweldige stoet die bij onze aftocht op ons aandrong
en ons voortduwde. Eenmaal buiten de bebouwing bleven wij staan. Daar hadden we veel
wonderbaarlijke verschijnselen en vele angsten te doorstaan. De karren die wij voorop hadden
laten rijden, rolden midden op het terrein, dat toch volkomen vlak was, heen en weer en zelfs met
keien onder de wielen bleven ze niet op dezelfde plek. We zagen bovendien hoe de zee zich in
zichzelf terugtrok en door het schudden van de aarde leek te worden teruggeduwd. In elk geval was
de kustlijn opgeschoven en veel zeedieren waren op het drooggevallen zand vast komen zitten. Aan
de tegenoverliggende kant hing een huiveringwekkende zwarte wolk, verscheurd door kronkelende
en zigzaggende flitsen van vurige gloed. Hij barstte open in langgerekte tongen van vlammen. Die
hadden de vorm van bliksemschichten, maar dan groter.

17 Hij was toen dus 17 jaar.
18 “dezelfde manier als”kan ook als “zoals” vertaald worden.

Op de vlucht
Maar toen zei dezelfde vriend uit Spanje (nog) scherper en dringender “Als jouw broer, jouw oom
leeft, wil hij dat jullie behouden zijn; als hij omkomt, wil hij dat (jullie) overlevend (zijn). Dus
waarom aarzelen jullie te ontsnappen?19” Wij antwoordden dat wij het niet zover zullen laten komen
dat wij onzeker over zijn redding ons zorgen maken om onze redding20. Terwijl hij niet langer
aarzelde, snelde hij weg21 en rende hij weg van22 het gevaar in volle vaart. En niet veel later daalden
die wolken neer op de aarde, (en) bedekten ze de zeeën; het had Capri omringd en verborgen, wat
van Misenum naar voren loopt23 was weggenomen (aan het zicht).
Mijn moeder wil niet meer verder
Toen smeekte mijn moeder, spoorde ze aan, beval ze, dat ik op welke manier dan ook vluchtte; dat
ik ik als jonge man kon vluchten, dat zij, zwaar door zowel haar jaren en lichaam, goed zou sterven,
als zij niet de oorzaak van de dood aan mij zou zijn geweest. Ik zei daarentegen dat ik niet gered zal
zijn als niet als één24; vervolgens, nadat ik haar hand stevig vastpak, dwing ik haar haar pas te
versnellen. Zij gehoorzaamt met moeite25 en zij verwijt zichzelf, dat ze mij vertraagt. (Er is) al as,
(maar) toch nog weinig. Ik kijk om: een dichte nevel bedreigde onze ruggen, die ons aan het volgen
was op de manier van een bergstroom zich uitstortend over de aarde. “Laten we (van de weg)
afbuigen”, zei ik, “zolang we nog (iets) kunnen zien, opdat wij niet vertrapt worden, omdat we op
straat omvergelopen waren door de menigte van vergezellenden”.
Paniek in de duisternis
Nauwelijks waren we gaan zitten, en nacht – niet zoals maanloos of bewolkt, maar zoals in
afgesloten kamers en met gedoofd licht. Jij zou het gehuil van vrouwen, van kinderen het gekrijs,
van de mannen het geschreeuw kunnen horen; Sommigen waren hun ouders aan het zoeken,
anderen hun kinderen, anderen hun echtgenoten/echtgenotes met hun stemmen, aan hun stemmen
probeerden ze hen te herkennen26; dezen beklaagden hun eigen toestand, die beklaagden de toestand
van die van hun27. Er waren er die om de dood smeekten uit angst voor de dood28. Velen tilden hun
handen op naar de goden. Meer verklaarden dat nergens meer enige goden waren en dat deze nacht
eeuwig en voor de wereld de laatste was.

Het ontbrak zelfs niet aan lieden die met verzonnen en gelogen verschrikkingen de reële gevaren
nog aandikten. Er liepen er tussen die wisten te melde dat in Misenum dit bepaalde huis was
ingestort en dat andere in brand stond, onwaar, maar ze werden geloofd. Het werd weer iets lichter,
wat ons niet de dag leek maar een aanwijzing dat het vuur dichterbij kwam. Het vuur hield gelukkig
stil op een redelijke afstand, toen was er weer duisternis, weer een dichte zware asregen. Elk
19 Die vriend had dat vast niet letterlijk zo gezegd: er zijn veel te veel stijlmiddelen.
20 Hier staat dat totdat moeder en Plinius Minor wisten hoe het met oom ging, stelden ze hun gezondheid niet voor die
van hem.
21 Letterlijk “rukte hij zich weg”.
22 Letterlijk “werd hij verwijderd uit”.
23 De landtong van Misenum.
24 Er staat letterlijk “als niet als één” Dit betekent “behalve met haar”.
25 Er staat letterlijk “ziek” en niet “met moeite”.
26 Een imperfectum kan ook betekenen dat de handeling nog aan de gang is, maar het hoeft niet per se te lukken.
27 Er staat letterlijk “van de hunnen” en niet “van die van hun”.
28 Ze wilden een snelle dood in plaats van niet te weten wanneer en hoe ze aan hun einde zullen komen.

ogenblik moesten we opstaan om de as af te schudden, anders waren we geheel bedolven en zelfs
door het gewicht doodgedrukt. Ik zou me erop kunnen beroemen dat bij mij al dit levensgevaar geen
zucht en geen kreet van zwakte is ontsnapt. Maar dat ik met heel de wereld en de hele wereld met
mij tegelijk verging, daarin vond ik een trieste maar toch grote troost voor mijn sterfelijk lot.
Eindelijk werd die zwarte lucht dunner en loste op in een soort rook of nevel en toen werd het echt
dag, de zon scheen zelfs maar wel met een vaalgele tint zoals hij eruit ziet bij een zonsverduistering.
Voor onze nerveus natrillende ogen kwam alles tevoorschijn als veranderd en met een dikke aslaag
als onder een pak sneeuw bedolven.

Terug naar Misenum
Teruggegaan naar Misene, nadat onze lichamen zo goed mogelijk waren verzorgd, brachten we een
gespannen en twijfelachtige nacht door tussen hoop en vrees. De vrees was sterker; want de
trillingen van de aarde gingen door, en zeer veel hysterische personen waren met zowel hun eigen
als andermans ellende de spot aan het drijven door angstaanjagende voorspellingen. Toch was aan
ons zelfs toen niet het plan om weg te gaan, hoewel zowel gevaar ervaren hadden en (gevaar)
hadden verwacht, totdat er bericht over mijn oom (kwam).
Afsluiting
Jij zal deze helemaal geen geschiedschrijving waardige dingen lezen, terwijl je het niet zal
schrijven, en jij moet jezelf beschuldigen, als (die dingen) zelfs geen brief waardig zullen lijken.
Gegroet29.

29 “Vale” komt van “valere”. Het betekent letterlijk: Wees gezond.

Samenvattingen cultuur
Inleiding op de brieven, uit Lego
Gaius Plinius Caecilius Secundus, verder Plinius Minor (Plinius de Jongere) genoemd, logeerde met
zijn moeder bij zijn oom Gaius Plinius Secundus, verder Plinius Maior (Plinius de Oudere)
genoemd, tijdens de uitbarsting. De vader van Plinius Minor was al vroeg gestorven, en zijn oom
Plinius Maior had hem toen geadopteerd. Plinius Maior was een rijke en zeer geleerde man. Hij had
onder andere de Naturalis Historia geschreven, een encyclopedie waar hij geprobeerd heeft alle
feiten te verzamelen. Hij heeft nog meer geschreven, van speerwerpen tot aan problemen met het
gebruik van taal. Hij was commandant van de vloot in Misene. Daarom kon hij zomaar schepen
klaar laten maken.
Tacitus heeft een groot geschiedwerk geschreven. Veel is daar echter van verloren gegaan, inclusief
het deel over de uitbarsting van de Vesuvius. Toen hij het jaar 79 ging schrijven, wou hij daar een
ooggetuigenverslag bij van zijn goede vriend Plinius Minor. Plinius Minor was daar heel blij mee:
de keizers hadden de macht naar zich toe getrokken, waardoor het moeilijk was om beroemd te
worden door zijn politieke carrière, zoals daarvoor gebruikelijk was voor een rijke en voorname
Romein. Hij probeerde daarna beroemd te worden door zijn eigen literair werk of via dat van zijn
vrienden. Nu kreeg hij de kans om in het werk van een zeer belangrijk historicus te komen. Hij
heeft twee brieven aan Tacitus geschreven. Dit zijn echter niet exact dezelfde brieven als die we
vertaald hebben. Een tijdje later heeft Plinius Minor namelijk de brieven gebundeld, nadat hij ze
eerst zorgvuldig bewerkt had, en uitgegeven. Het lijken normale brieven, maar ze zijn eerst bewerkt
voor het publiek. Aan de inhoud is natuurlijk niks veranderd: anders zouden mensen verschillen
opmerken met de geschiedenis van Tacitus. Wel zal hij de vorm hebben veranderd. Dit soort brieven
heten literaire brieven.

Plinius als verslaggever
Er zijn een aantal open plekken in het verhaal van Plinius dat hem tot een minder betrouwbare
historicus maken.
Ten eerste vergeet Plinius Minor een enorme explosie te vermelden die helemaal aan het begin van
alle gebeurtenissen rond elf uur ‘s ochtends plaatsvond. We weten dat dit is gebeurd vanwege een
uittreksel gemaakt door Xiphilinus van de beroemde schrijver Cassius Dio. Sommigen zeggen dat
Plinius Minor en zijn familie de ontploffing niet hebben gehoord. Dit kan echter niet omdat het erg
luid was. Veel waarschijnlijker is dat Plinius zijn verhaal wou beginnen met de focus te leggen op
zijn oom. Hij speelde pas later een rol. Om dit voor elkaar te krijgen moest Plinius de explosie
weglaten uit zijn verhaal.
Ten tweede ‘vergeet’ Plinius te vermelden wat er met Rectina is gebeurt, die wastafeltjes stuurde.
Zij woonde aan de voet van de Vesuvius en kon niet vluchten, omdat ze geen boot had. Meneer
Sherwin-White denkt dat zij de echtgenote van Pomponianus is. Er staat in een Middeleeuws
manuscript “van Rectina, de echtgenote van Tascius”. Hij denkt dat Pomponianus is geadopteerd,

en vroeger Tascius heette. Dat kan echter niet, van Pomponianus wordt gezegd dat hij bagage op
schepen aan het laden is, terwijl Rectina geen schepen had. Bovendien wordt nu gedacht dat er
staat: “Rectina, de echtgenoot van Cascus”. Dit is ook een veel voorkomende Romeinse naam.
Hierna schrijft meneer Sherwin-White dat Rectina misschien niet is opgepikt door Plinius, maar
door andere schepen. Dit kan ook niet, want er lag een dikke laag puimsteen op het water waar niet
tegenin te varen is, en er lagen rotsblokken die van de berg waren gestort. Dit was ook de reden die
wordt gegeven dat oom ineens naar Pomponianus gaat varen. Als oom daar niet tegenop kan,
kunnen andere schepen dat ook niet. Waarschijnlijk heeft oom de redding van Rectina gewoon
opgegeven, en Rectina is vermoedelijk gestorven.
Nog een detail dat verdere uitleg verdient, is de dood van Plinius Maior. Volgens Plinius Minor was
oom, die astma had, gestikt in de rook. Ook zegt hij dat het lijk van oom er meer slapend uitzag dan
dood. Als we Plinius geloven, zou oom een koolmonoxidevergiftiging kunnen hebben gehad. Dan is
het nog wel de vraag waarom de anderen niet dood zijn gegaan – of misschien gingen ze wel dood,
maar vond Plinius de dood van oom te belangrijk om het over de anderen te gaan hebben. De
andere mogelijkheid is dat Plinius aan een hartaanval is gestorven. Oom, een oude, dikke man, was
de afgelopen dagen heel gestrest en had weinig geslapen. Misschien was hoestend over het strand
lopen terwijl hij zag dat de wind nog steeds verkeerd stond, zodat ze niet terug konden keren, het
laatste zetje voor zijn hart om ermee te stoppen. Dit verklaart waarom Plinius het niet over de
anderen heeft, en ook waarom zijn lijk ongeschonden is gevonden.
Nu heeft Suetonius geschreven dat sommigen denken dat oom een slaaf heeft gevraagd hem te
doden toen hij stikkend op het strand lag. Plinius wilde natuurlijk dat oom werd herinnerd als een
moedig man, die is gestorven in zijn reddingsactie. Niet als een man die een slaaf vroeg hem te
doden toen hij erachter kwam dat zijn reddingsactie zinloos was. Mogelijk probeerde Plinius te
voorkomen dat Tacitus bij gebrek aan informatie in zijn beroemde werk het gerucht van Suetonius
overneemt, wat slecht voor de reputatie van oom is, en dat hij daarom feiten verzint of verdraait.
Wat Plinius Minor ook heel slim doet, is het laatste deel van zijn eerste brief zo schrijven dat hij het
zwakke deel van oom verbergt: namelijk dat hij heeft liggen eten en slapen in Stabiae zonder iets te
doen, en daarna is gestorven zonder iets te hebben bereikt. Volgens Plinius heeft hij liggen eten en
slapen om de angst weg te nemen. Hij kon natuurlijk helemaal niet weten waarom hij dat deed, hij
gebruikt het als voorbeeld van zijn rust en logisch denken. Ook richt hij de aandacht tijdens het
einde van het leven van oom op wat oom allemaal heeft gedaan: hij ging naar buiten met kussens op
zijn hoofd, steunde op twee slaafjes, zakte in elkaar enzovoort. Er is geen tijd om te denken dat oom
gefaald heeft in zijn reddingsactie.
Is Plinius Minor dus een objectief journalist? Nee, zegt het katern, en ik denk van niet om deze
redenen. Ten eerste schrijft hij deze brief echt niet alleen om een beschrijving van de feiten te
geven. Hij schrijft deze brief om oom de hemel in te prijzen, in de hoop dat zoveel mogelijk ‘feiten’
uit zijn versie van de ramp zo in de beroemde werken van Tacitus komen. Een goede historicus is
objectief en laat geen feiten weg, verzint ze, of verdraait ze zo dat ze hem goed uitkomen. Ook
verzint een goede historicus niet zomaar gesprekken met zoveel mogelijk stijlmiddelen: liever
‘lelijk’ maar wel duidelijke taal dan mooie maar wel verzonnen stijlmiddelen. Als een goede
historicus zelf niet weet wat er is gebeurt, geeft hij verschillende mogelijkheden, en vertelt waarom
ze mogelijk zouden kunnen zijn. Het zou netjes zijn als Plinius naast de reden die hij in zijn brief

gaf voor dat oom ging slapen, ook de andere mogelijke reden gaf; namelijk dat hij doodmoe was.
Hij kon het zelf niet weten: hij kan niet de gedachtes van oom lezen. Dat is slecht voor het imago
van oom, maar nog slechter voor het imago van Plinius als historicus.

De uitbarsting van 79 na Chr.
Dit is hoe nu wordt gedacht over het verloop van de uitbarsting van de Vesuvius. Het verslag van
Plinius klopt daar in grote lijnen mee. Voor de uitbarsting waren er aardschokken (geen
aardbevingen, aardschokken zijn minder sterk), die vanaf 20 augustus steeds heftiger werden. Op 24
augustus, rond één uur ‘s middags, begon de uitbarsting van de Vesuvius. Een ‘eruptiezuil’ vol
puimsteen en as werd 20 km de lucht in geblazen. Dit is de paddenstoelenwolk, of pijnboom, zoals
Plinius het noemt. Met de uitbarsting begon de ‘Pliniaanse’ fase, zoals vulkanologen het noemen.
Deze duurde ongeveer 18 uur. In deze periode blies de Vesuvius enkele kubieke kilometers as en
puimsteen de lucht in die al het zonlicht wegnam ten zuiden van de vulkaan. Er waaide een
noordwestenwind, die ervoor zorgde dat er niks in Misenum viel en meer in Herculaneum. In
Pompeii viel er nog meer, op het eind lag er bijna drie meter. In Stabiae lag ongeveer net zoveel
omdat het meer in de richting van hoe het puin bewoog lag, hoewel het verder wel ligt. Dit
puimsteen zorgde ervoor dat daken dreigden in te storten, en het maakte lopen moeilijk. Het was
echter niet dodelijk omdat puimsteen zo licht is. In Pompeii hebben de meeste mensen tijdens deze
fase de stad waarschijnlijk veilig kunnen verlaten. Dit duurde de hele nacht, en in de ochtend van 25
augustus bleef het door alle as en puimsteen donker. Heftige aardschokken waarschuwden dat de
vulkaan opnieuw actief werd. Door schokken onder zee trok de zee zich terug en een tsunami
ontstond. Hier eindigde de Pliniaanse fase, en begon de fase van het ‘Mont-Pelée-type’, genoemd
naar een andere uitgebarste vulkaan. Deze wordt gekenmerkt door pyroclastische golven: gloeiend
hete gaswolken met as raasden met grote snelheid langs de hellingen van de Vesuvius naar beneden
en richtten verwoestingen aan in Pompeii, Herculaneum en zelfs Misene. Dit is de dichte nevel die
van de berg afraast, zoals Plinius Minor beschrijft. De zwavellucht werd zelfs geroken in Stabiae.
De pyroclastische golven gingen gepaard met een asregen die een totale duisternis veroorzaakte.
Deze asregen was de plotselinge nacht die Plinius Minor beschrijft. Misenum lag aan de rand van
deze pyroclastische golven en asregens. Pompeii lag er echter midden in. Iedereen die nog niet weg
was uit Pompeii, stikten in de gloeiend hete gassen. Meteen daarna werden ze bedekt door
vergruisde vulkanische gesteentes. Dit laatste hield de lichamen luchtdicht, en door gips in de
holten te gieten kun je de houding van de lijken van de slachtoffers laten zien. Zo’n 2000
slachtoffers zijn er tot nu toe opgegraven. In de loop van 25 augustus nam de activiteit af.


Related documents


PDF Document plinius minor
PDF Document preken van john owen in de dood van christus
PDF Document preken van john owen in de dood van christus
PDF Document sol whitepaper
PDF Document preken van sibbes het bruiloftsfeest
PDF Document rolstoel instellen


Related keywords