PDF Archive

Easily share your PDF documents with your contacts, on the Web and Social Networks.

Share a file Manage my documents Convert Recover PDF Search Help Contact



Makkabeeën II .pdf



Original filename: Makkabeeën II.pdf

This PDF 1.3 document has been generated by Canon SC1011 / MP Navigator EX, and has been sent on pdf-archive.com on 30/03/2017 at 23:23, from IP address 85.148.x.x. The current document download page has been viewed 218 times.
File size: 18.7 MB (9 pages).
Privacy: public file




Download original PDF file









Document preview


r MAKKABrnËN r S,4r-t6,24
en begon het volk te kwellen door invallen in
Judea te doen, waarbij hij mensen gevangen

nam en doodde.

al

Hij versterkte Kedron"

en

legerde er ruiterij en voetvolk om vanuit daar
volgens het bevel van de koning Judea binnen
te trekken.

Kendebeils w ordt v er slagen
Johannes vertrok uit Gezer om zijn va1

í
I0

A.r Simon te melden wat

deed. 2En Simon sprak

Kendebeiis

tot zijn twee

oudste

zonen) Judas en Johannes: 'Ik, mijn broers en
de familie van mijq vader hebben vanaf onze
jeugd tot nu toe de vijanden van Israël bestreden en herhaalde malen is het ons gelukt om
Israël te bevrijden. 3Nu ben ik oud geworden,
maar jullie zijn dankzlj Gods barmhartigheid
in de kracht van je jaren. Neem daarom mijn
plaats en die van mijn broer in, trek ten strijde
voor onze natie en moge de hulp van de hemel
met jullie zijn!' aSimon riep uit het land twin-

tigduizend man voetvolk en ruiters op. Die
trokken tegen Kendebeiis op en brachten de
nacht door in Modeïn. 5Toen ze's ochtends de
vlakte in trokken kwam een groot leger van
voetvolk en ruiters hun tegemoet. Tussen beide legers liep een beek. 6Johannes stelde zich
met zijn léger tegenover de vijand op. Toen hij
bemerkte dat zljn mannen bang waren om de
beekover te steken, ging hij eerst zelf, waarop
zijn leger hem volgde. TOmdat de vijandelijke
ruiterij zeer talrijk was, verdeelde hij zijn leger
en plaatste hij zijn ruiterij tussen het voetvolk.
sToen bliezen ze op de trompet en Kendebeiis
werd met zijn leger teruggedreven; velen sneuvelden, de overigen trachtten naar de vesting
te vluchten. eIn de strijd werd Judas, de broer
van Johannes, gewond. Johannes achtervolgde de vijand tot Kedron, dat Kendebetis versterkt had. l0omdat anderen een toevlucht gezocht hadden in de torens in het gebied van
Asdod, stak hij die in brand. Zo kwamen er
van de vijand ongeveer tweeduizend man om.
Daarna keerde hij behouden naarJudea terug.

van de hogepriester. 13Hierdoor
geworden wilde hij zich meester maken
het land. Daartoe besloot hij Simon en zij
zonen op listige wijze uit de weg te ruimet
raSimon reisde gewoonlijk de steden in
land al bekommerd om de behartiging
hun belangen. Zo kwam hij, vergezeld van zij
zonen Mattias en Judas, ook in Jericho.
was in de elfde" maand, de maand sebat,
het jaar honderdzevenenzeventiB. l5De
van Abubus nodigde hem op arglistige wij
uit in de kleine vesting Dok, die hij had
bouwd. Daar richtte hij een groot dri
voor hen aan, terwijl hij er zijn handla
verborgen hield. l0Toen Simon en zijn
goed gedronken hadden, kwam Pt
met zijn handlangers tevoorschijn; ze
hun wapens, gingen de feestzaal binnen, wt
pen zich op Simon en doodden hem en
twee zonen en enkelen van zijn
lTDaardoor pleegde hij zwaar verraad en
gold hij goed met kwaad. r8Ptolemeiis stu
hierover een schriftelijk bericht naar de
ning met het verzoek om hem hulptroepen
sturen en het bestuur over de steden en
land aan hem over te dragen. leOok naar
zer zond hij handlangers die Johannes uit
weg moesten ruimen. De legeroversten nodi
de hij per brief uit bij hem te komen, dan
hij hun zilver, goud en andere geschenken

ven.

t

2oTen slotte stuurde hij nog
om Jeruzalem en de tempelberg te
2rMaar iemand was hem voor geweest en ha
Johannes in Gezer reeds gemeld dat zijn vi
en zijn broers vermoord waren, en hem
waarschuwd dat Ptolemetis handlangers

hem te doden. 22Hrj

stuurd had om
hevig van dit bericht. De mannen die
kwamen doden liet hij grijpen en ter
brengen, want hij kende hun bedoelingen.
23Verdere bijzonderheden over Johan
over zijn krijgsverrichtingen en
over de bouw van de stadsmuren die hij

trok en over zijn overige daden zazijn, te

Simon v er r ader lij k v ermo or d
tt Ptolemetis, de zoon van Abubus, was bevelhebber in de vlakte van Jericho. Hij bezat veel
zilver en goud, l2want hij was de schoonzoon

ginnen met de dag dat hrj zijn vader
als hogepriester, in de annalen van zijn ho
priesterschap te vinden.

4t. Kedron: Lag 9 km ten zuidwesten van Gezer.

fi,r4.

:

INLEIDING

OP HET TV'/EEDE BOEK

MAKKABEEËN

rrEr TwEEDB boek Makkabeeën (z Mak)
vormt niet het vervolg van het eerste boek
Makkabeeën, maar is een oorspronkelijk
Grieks werk, dat circuleerde onder de Joden
van Alexandrië.

Het begint met twee brieven (r,I-loa en

r,tob-2,r8), waarin de Joden van Egypte uitgcnodigd worden het tempelwijdingsfeest te
vieren. Daarna volgt een voorwoord, waarin

dc schrijver zijn bedoeling en werkwijze uitecnzet (2,t9-32). Het eigenlijke verhaal bestaat uit twee delen, die beide eindigen met de
rlood van een jodenvervolger en de instelling
van een feest. Het eerste deel (3,t-Io,8) opent
nret de beschrijving van een wonderbare redrling van de tempel Q). Deze werd echter aanlciding tot de intriges van de Grieksgezinde
priesters Jason en Menelaiis, die, met goud en
mooie beloften, van Antiochus IV het hogepriesterschap kochten. Zo ontbrandde een
ilrrtijstrijd die een bloedige ingreep van Antioohus tot gevolg had en het einde betekende
virn de gematigde vergrieksing van het jodentkrm, die door Jason en diens partijgenoten
wcrd voorgestaan. Antiochus dwong de Joden
Irrrn Wet te verzaken en de Griekse godsdienst
tc itdopteren; hij plunderde de tempel en liet
rlrc in een tempel van Zeus Olympius verandercn (4-7); Een derde sectie verhaalt de eerste
lirsc van de opstand van Judas de Makkabeeër
lcgcn het zegevierend heidendom (8) en het
wcr:rzinwekkende einde van Antiochus IV (g),
r)nr te culmineren in een beschrijving van de
rcrniging van de tempel, gevierd door een feest
rl;rt acht dagen duurde (ro,l-8). Het tweede
rlccl (to,9-I5,39) begint na enkele regels inlei,hrrg (to,9-r3) met een overzicht van Judas'
rl i.id tegen de naburige volken (Io,14-38). Die
rtrijcl was de reden dat Lysias een veldtocht
orrrlcrnam tegen de rebellerende Joden; hij
lretl echter een nederlaag en de Joden mochten
wccr leven volgens hun eigen Wet (tt). Daar
rlr .loden door de heidenen, ondanks de offir rtilc vrede met de machthebbers in Antiochië,
rrrct met rust werden gelaten, hervatte Judas
rrlrr strafexpedities (rz). Een nieuw ingrijpen
v;rrr Lysias in 163 v.Chr. liep uit op de er-

[crrning van Judas de Makkabeeër door

elfde maand: Februari t34 v. Chr.

Arrtiochus

V (If). De troonsbestijging

van

Demetrius I (i6I-I5o v.Chr.) werd door de
Grieksgezinde Joden aangegrepen als een
kans om hun verloren posities te herwinnen.
De koning stuurde Nikanor, die dreigde de
tempel met de grond gelijk te zullen maken, als
Judàs niet aan hem uitgeleverd werd. Nikanor
werd verslagen en sindsdien zijn de Joden onbetwist meester gebleven van de heilige stad

(rl-t+).
Door zijn gloedvolle betogen, buitensporige
getallen, gezwollen retoriek en het overvloedig
gebruik van scheldwoorden aan het adres van
àe vijanden van de Joodse orthodoxie behoort
het tweede boek Makkabeeën tot het genre
van de 'pathetische geschiedschrijving,' dat in
de toenmalige hellenistische wereld in de mode
was. Het is duidelijk, dat dit genre alles in het
werk stelt om verbeelding en gevoel van de
lezer te treffen en dat het zich weinig bekommert om een zakelijk waarheidsgetrouwe
weergave van de feiten. Ondanks de belangstelling voor het wonderbare en voor hemelse
verschijningen, ondanks het feit dat het tweede boek Makkabeeën in de ordening van de
stof een eigen weg is gegaat,heeft het boek een
grote historische waarde. Het vult het eerste
6oek Makkabeeën niet zelden aan. Het boek

ademt een veel sterker uitgesproken godsdienstige geest dan het eerste boek Makkabeeën. Het noemt God onder alle namen die

Hij in het Oude Testament draagt,

en voegt er

nog nieuwe aan toe. Deze God is een nabije
God, altijd bereid om het gebed van zijn getrouwen te verhoren. Het leven na de dood
neemt een opvallende plaats in dit boek in:
degenen die hun leven voor de Wet, die de
iniet vormt van het conflict tussen Jood en
Griek, hebben gegeven, zullen verrijzen. De
doden kunnen zelfs een voorspraak zijn voor
de levenden (t5,rI-t6), die op hun beurt de
doden door hun gebed en offer kunnen helpen

(r2,39-45).
Dï auteur is onbekend .ln z,z3 verklaart hij
dat zijn werk een samenvatting is van het vijfdelige werk van een zekere Jason van Cyrene.
NoCh van het werk van Jason, noch van het
tweede boek Makkabeeën staat de compositie-datum vast. Als de brief van I,I-Io de aanleiding geweest is tot het samenstellen van een

2 MAKKABEEËN-INLEIDING

6zz

resumé van Jasons werk, dBn dateert het
tweede boek Makkabeeën, evenals de brief,

uit

rz4v.Chr.

Daar het tweede boek Makkabeeën een
oorspronkelijk Grieks werk is, staat het niet in
de Joodse canon van geïnspireerde boeken.

Het tweede boek Makkabeeën is als völgt op-

HET TV/EEDE BOEK
MAKKABEEEN

gebouwd:

t. Inleiding (r-z)
z. De vervolging onder Seleukus IV en Antiochus IV (3,r-4,6)
3. Het verzet onder Judas de Makkabeeër

(4,7-r539).

vanhet rSSejaar
Joden in Jeruzalem en Judea aan hun
broeders, de Joden in Egypte. Heil en

eo

overvloedige vrede! 2Moge God u
voorspoed schenken en het verbond inígzljn dat Hij gesloten heeft met AbraIsaak en Jakob, zijn trouwe dienaren.
Hij u allen een hart schenken dat ont§,voor Hem heeft en in staat is zijn wil blij en
Egewrjd te volbrengen. aMoge Hij u ontvanijk maken voor zijn leer en zijn geboden en
rin vrede geven. 5Moge Hij uw gebeden
oren, zich tegenover u genadig tonen en u
verlaten in kwade tijden. dDaarom bidfioge

wrJ nu voor u.
Onder de regering van Demetrius" in het
:. honderdnegenenzestig hebben wij, Juu het volgende geschreven: 'Tijdens de
ellende die ons getroffen heeft in deze
sinds Jason en zijn aanhang dezaakvan
heilige land en van het rijk afvallig zijn
8is de tempelpoort" in brand gésto,
en heeft men onschuldig" bloed vergoten.
" hebben wij tot de Heer gebeden en we
verhoord: we hebben een slacht- en meelopgedragen, de lampen aangestoken en
broden geplaatst.' eVier daarom het
lÍhuttenfeesto van de maand kislew. In het
htentachtigste jaar.

luso, de leermeester van koning Ptolemetis en
afstammeling van het huis van de gezalfde
priesters, en aan de Joden in Egypte. Heil u en
voorspoed! ll Door God uit grote gevaren gered, betuigen we Hem onze vurige dank, omdat Hij het voor ons opgenomen heeft tegen de
koning. r2Hrj was het immers die de vijandelijke legers uit de heilige stad heeft gesmeten.
r3Want toen de veldheer naar Perzië rwas ge-

trokken, werd hij met zijn schijnbaar onover-

winnelijk leger in de tempel van Nanea in
stukken gehakt door de priesters van Nanea,

die zich daartoe van een list

bedienden.

laAntiochus had zich met zijn vrienden naar

dat heiligdom begeven onder het voorwendsel
van een huwelijk met de godin, maar in werkelijkheid om zich de schatten bij wijze van huwelijksgift toe te eigenen. 15De priesters van

Nanea hadden de schatten tevoorschijn gehaald en Antiochus was met een klein levolg
de omsloten ruimte van het heiligdom binnen-

gegaan. Terwijl Antiochus zich in de tempel
bevond, sloten zij die af, l6openden in de zoldering een geheime deur en stortten stenen
omlaag, waardoor zij de veldheer verpletterden.Ze hakten de lijken in stukken en wierpen
de hoofden naar degenen die buiten stonden.
17
Onze God zij steeds geprezeÍr, Hij die de
goddelozen in het verderfheeft gestort.
18De vijfentwintigste kislew zullen we de

t,

vanhet t4Sejaar
inwoners van Jeruzalem en Judea, de
van de oudsten en Judaso aan Aristobut 'Kr 28,9 Íll4,7v [rr] r Mak 6,r"13; z Mak
[r8] r Mak 4,52v;z Mak ro,5; Ezr 3,t-5;6

:

Joden ... heil ... Opening van een brief,
in rz4 v. Chr. (v. 9) onder het hogepriesterïAn Johannes Hyrkanus (vgl. t Mak ó,4-24).
6i:vat een uitnodiging aan de talrijke Joodse gein Egypte om het aanstaande tempelwijdingste vieren.

'Onder de regering van Demetrius II in het
Chr. hadden de Joden van Jeruzalem aan die
een briefgeschreven. Hierin herinnerden ze
van dejaren q4:t64v. Chr. en aan de
die erop volgde. Vermoedelijk was deze brief
als een bemoediging voor de Joden in Egypte,
Ptolemetis VII (r45-It6 v. Chr.) moeilijke
.

reiniging van de tempel vieren. We voelen ons
verplicht u hiervan in kennis te stellen, opdat
ook u het Loofhuttenfeest zult heiligen en het
8. tempelpoort; Voor de brand van de tempelpoort vgl. I

Mak 4,38. onschuldig bloed: Zinspeelt misschien op de
ovqrval van Appolonius, vgl. 5,26 en r Mak r,z9-3o.
toen ... gebeden: Het laatste deel van het vers heeft
betrekking op de tempelreiniging vat 164 v. Chr., vgl.
ro,3 er t Mak 4,48-5t.
g. Loo/huttenfeesl.'Voor de vergelijking van het tempelwijdingsfeest en het LooÍhuttenfeest vgl. r,I8; ro,6. Salomo had volgens I K 8,2.65 het feest van de inwijding
van de tempel onmiddellijk laten volgen op het Loofhuttenfeest.

to.raadvande oudsten:Ygl. 4,44;tr,27; I Mak I2,6. Het
was een bestuurscollege waarin priesters en leken zitting

haddera Judas; De Makkabeeër. Aristobulus.'Een Joods
geleerde, die in Egypte leefde. Hij heeft o.a. een verklaring geschreven van de Wet van Mozes en dat werk
opgedragen aan koning Ptolemeiis VI (I8o-r45 v. Chr.).

2 MAKKABEEËN

I,rg-2,8

feest van het vuur, ter gedachtenis aan de dag
waarop Nehemia, na het herstel van de tempel
en het brandofferaltaar, weer offers opdroeg.
leOp de dag dat onze voorvaderen naar Perzië
werden weggevoerd, namen enkele vrome
priesters heimelijk wat vuur van het brandofferaltaar en verborgen het in de holle ruimte
van een uitgedroogde put, waaÍvan ze de ligging zorgwldig voor iedereen verborgen hiel-

den. 20Na' verloop van vele jaren behaagde

het God dat Nehemia, die door de koning van
Perzië naar Judea was gezonden, de nakomelingen van de priesters naar het vuur liet zoe-

ken. Maar zij kwamen met de mededeling dat
ze geenvuur, maar drabbig'water hadden gevonden. Daarop gaf hij hun het bevel om er
wat van te halen. 2lToen het offer in gereedheid gebracht, was, gaf Nehemia de priesters
het bevel om het hout met wat erop lag met dat
water te begieten. 22Dat gebeurde. En toen na

624

uitgieten. t2onmiddellijk laaide er een vlant
op, maar deze werd verslonden door het licht
dat tegelijkertijd vanaf het brandofferaltalr
begon te stralen. 33Het gerucht over wat ct
gebeurd was verspreidde zich; ook aan de ko
ning van Perzië werd gemeld dat op de plaals
waar priesters na hun wegvoering het heilig
vuur verborgen hadden, water tevoorschijn
was gekomen, waarÍnee Nehemia en zijn man
nen het offer hadden gewijd. 3aNa een onder'
zoek te hebben ingesteld, liet de k{ning clc
plaats omheinen en er een heiligdom" \an ma'
ken. 35Degenen aan wie hij welwillend de<ort
ervoor toevertrouwde, liet hij delen in de rijkc
inkomsten die hij uit dat heiligdom ontving
36De mannen van Nehemia noemden de vloei'
stof neftar, wat reiniging betekent, maar tle
meesten noemen het neftai.

.)
.L

feetJeremia de ballingen beval om iets vatt
het vuur mee te nemen, zoals reeds is gezegtl,
2maar ook dat hij hun de leer gaf en hun daar.
bij op het hart drukte, de geboden van de Heu
niet te vergeten en zich niet te laten misleidc'n
door de fraai versierde gouden en zilverctt
beelden diezezouden zien. 3Naast andere vcr'
maningen drong hij erop aan de leer niet uit
hun hart te bannen.
aVerder staat er in hetzelfde geschrift dat tlc
profeet, gehoorzaam aan een goddelijke ingc'
ving, de verbondstent en de ark liet halen crr
achter hem aan liet dragen, terwijl hij de berg
beklom die Mozes bestegen had om het erfdccl
van God te aanschouwen. s Daar aangekome tt
vond Jeremia een rotsspelonk; daarin plaatslc
hij de tent, de ark en het reukofferaltaar en hi;
sloot de toegang af. 6Toen enkele van zi.irr
metgezellen er weer heen gingen om de weg te
markeren, konden ze de plaats niet meer virr
den. TJeremia hoorde van hun poging ert

[27]Dt

Zuid-Mesopotamië als in het bergland van Noordoosl

[2,8] Ex 24,16;t

K 8,ro-I I

zo. Vgl. Neh z,I-9. drabbig water: Het 'drabbige water',

dat licht ontvlambaar was (vgl. v . zz) en volgens v. 36
neftar genoemd.werd, is de zwarte ruwe olie waaruit
petroleum gedestilleerd wordt. Deze olie werd zowel in

van Mozes en ook in die van Salomo,
hrj bad dat de tempel op grootse wijze
lied zou worden.'
rk werd erin verteld wat Salomo in zijn
id deed toen hij bij.de voltooiing van de
het inwijdingsoffer opdroeg: rozoals er
Mozes' gebed tot de Heer vuur uit de
il was neergedaald, zo daalde er ook tijzijn gebed vuur neer en dit verteerde de
rl

maakte hun verwijten. Hij zei: 'Die plaatr
moet onbekend blijven, totdat God zijn voll
weer samenbrengt en het zijn barmhartighcitl
toont. 8 Dan zal de Heer dat alles weer tevoor'
schijn brengen; danzal de glorie van de Hcct
in een wolk verschijnen, zoals dat gebeurd

is in

Mesopotamië gevonden en reeds in de oudheid geëxpkrt
teerd.
34. heiligdom: In de omgeving van Susan, Arbela cn
elders waren tempels waarvan het heilig vuur door ccn
aardoliebron gevoed werd.
2,4. berg; De berg Nebo, vgl.

Dt

34,1-5.

Met betrekking tot dat offer

Mozes verklaard: 'Omdat het zondeoffer
genuttigd is, is het door het vuur verteerd.'
Salomo heiligde acht, dagen lang het
deze dingen vermelden die boe.
namelijk de gedenkschriften van Nehelook dat Nehemia een bibliotheek had

waarin hij de boeken bijeenbracht

king hadden op de koningen, de gevan de profeten en van David, evenbrieven van de koningen betreffende
ingen aan de tempel. taNu heeft Judas
, die door de oorlog waarin wrj gezijn geraaktverspreid waren, weer bijt, en ze zijn weer in ons bezit.
u ze nodig hebben, dan kunt u ze

In de boeken staat niet alleen dat de pro.

enige tijd de zon achter de wolken vandaan
kwam en begon te schijnen, laaide er tot ieders
verbazing een groot vuur uit op. 23Terwijl het
offer verteerd werd, baden de priesters en alle
aanwezigen, waarbij Jonatan voorbad en de
overigen antwoordden zoals Nehemia had gedaan.
zaHet gebed luidde als volgt: 'Heer, God de
Heer, schepper van alle dingen, ontzagwekkend en sterk, rechtvaardig en barmhartig, U
alleen bent koning, U alleen bent goed, 25de
enige vrijgevige, de enige rechtvaardige, almachtig en eeuwig. U redt Israël uit alle nood,
U hebt onze voorvaderen uitverkoren en geheiligd. 26Neem dit offer aan voor heel uw
volk IsraëI, behoed uw eigendom en heilig het.
27 Breng
ons uit de verspreiding weer bijeen,
geef de vrijheid aan hen die als slaven onder de
naties leven, zie neer op hen die verafschuwd
en geminacht worden; laat de naties weten dat
U onze God bent. zsStraf degenen die ons onderdrukken en die ons in hun overmoed beledigen, zeplant uw volk weer in uw heilig land,
zoals Mozes dat beloofd heeft.' 30 Daarna zongen de priesters de gebruikelijke lofliederen.
3lNadat het offer verteerd was, liet Nehemia het overige water over de grote stenen
3o,3-5

2 MAKKABTeËN 2,9-3,2

len.

ilij schrijven u, omdat we van plan zijn de
ing van de tempel te heiligen. Wij hour de plicht voor, dit feest te heiligen.
l, die heel zijn volk bevrijd heqft en het

Í, het koningschap, het.priesterschap en
npel aan zijn volk heeft teruggegeven,
ts Hij dat in de leer had beloofd,Godzal
§poedig, naar wij hopen, over ons ontfer-

ons vanuit alle windstreken weer bijgen naar zijn heilige plaats. Want

ons

Hij

uit grote nood verlost en de plaats
van de

schrijver

geschiedenis van Judas de Makkabeeër

zijn broers, de reiniging van de grote
en de wijding van het altaar,20de oortegen Antiochus Epifanes en zijn zoon
21en de hemelse verschijningen die
zijn gevallen aan degenen die met zovijding en heldhaftigheid streden voor
endom. Datze ondanks hun klein aanhet land veroverd hebben en de legers
barbaren verjaagd hebben; 22datze de

t

tempel teruggewonnen hebde stad bevrijd hebben en dat ze de

-9,24;2 Kr 7,t [rr] Lv to,t6-t7 [lz] I K
[t4] r Mak r,56-57 [16] I Mak 4,59 [r8] Dt

wetten die bijna waren afgeschaft, weer in ere
hersteld hebben, dankztjde grote goedheid die
de Heer hun toonde: 23dat alles heeft Jason
van Cyrene in vijf boeken beschreven.
Wij zullen proberen om dit in één boek samen te vatten. 2aNaar onze mening vormen de
grote massa getallen en de overvloed aan materiaal die dat werk biedt, een moeilijkheid
voor degenen die zich in de beschrijving van
die geschiedenis willen verdiepen. 25 Daarom
hebben wij ernaar gestreefd onderhoudend en
begrijpelijk te zijn, zodatiedereen die ons werk
in handen krijgt, zowel de eenvoudige lezer als
degene die de feiten in zijn geheugen wil prenten, er zijn voordeel mee kan doen.
26Voor ons was het schrijven van deze samenvatting geen gemakkelijk werk, maar een
moeizame arbeid die veel zweetdruppels en
slapelöze nachten heeft gekost,2Tzoals het
iemand die een feestmaal moet bereiden niet

zal lukken om zonder moeite al zijn gasten
tevreden te stellen. Toch hebben we deze moeite graag genomen, omdat we daardoor velen
van dienst zijn. zsHet nauwkeurig onderzoek
naar de feiten hebben wij overgelaten aan de
schrijver, om alle zorgtekunnen besteden aan
de samenstelling van het uittreksel. 2eDe architect van een nieuw huis moet voor de hele
bouw zorgen, terwijl degene die het op zich
genomen heeft er schilderingen in aan te brengen zich alleen om een passende versiering
hoeft te bekommeren. Dat is, dunkt me, ook
met ons het geval. 30Het is de taak van de
geschiedschrijver om op het onderwerp in te
gaan, het van alle kanten te bekijken, en het in
zijn onderdelen nauwkeurig te onderzoeken.
3lMaar iemand die een boek samenvat heeft
het recht om bondigheid van stijl na te streven
en af te zien van volledigheid in de behandeling van het onderwerp. 3zLaten we dan nu
met ons verhaal beginnen zonder nog igts aan
het gezegde toe te voegen, want het zou dwaas
zijn een lang voorwoord te schrijven op een
verhaal dat we willen inkorten.

Hoe God de tempel beschermde

Onder het bestuur van de vrome hogepriester Onias genoot de heilige stad,
dankzij zijn optreden tegen het kwaad, een

!
J

volmaakte vrede en werden de wetten voor-

beeldig onderhouden. 2Het was voorgekomen
dat zelfs de koningen hun ontzag voor de heilige plaats toonden en de pracht van de tempel

met

schitterende geschenken verhoogden.

3Seleukus', de koning van Azië, bestreed zelfs
eigen middelen alle uitgaven die voor de
offerdienst nodig waren.
aMaar een zekere Simon uit de familie van
Benjamin, die tempeloverste was, kreeg onenigheid met de hogepriester over het toezicht
op de markten in de stad. sOmdat hij Onias
niet voor zijn inzichten kon winnen, ging hij
naar Apollonius van Tarsus, die toen stadhouder was van Cele-Syrië en Fenicië. 6Hlj vertelde hem dat de schatkamer van de tempel in
Jeruzalem gevuld was met onnoemelijke rijkdommen, waarvan het totaal niet te berekenen
was, en in geen enkele verhouding stond tot
wat er voor de offers nodig was; het was mogelijk dat dat geld ter beschikking van de koning
kwam. 7In een onderhoud met de koning deelde Apollonius hem de inlichtingen mee die
hem over het bestaan van die rijkdommen verstrekt \ryaren. De koning liet daarop Heliodorus, zijn kanselier, komen en gaf hem de opdracht om de genoemde rijkdommen in beslag
te nemen. sOnder het voorwendsel de steden
van Cele-Syrië en Fenicië te bezoeken, maar in
feite om de wens van de koning ten uitvoer te
brengen, ging Heliodorus onmiddellijk op
reis. eBij zijn aankomst in Jeruzalem werd hij
door de hogepriester en de stad vriendelijk
ontvangen. Daarna vertelde hij wat hrj gehoord had en zette hij het doel van zijn komst
uiteen. Op zijn vraag of zijn inlichtingen juist
waren, l0legde de hogepriester hem uit dat het
hier ging om het geld van weduwen en wezen,
dat in bewaring gegeven was, l l en om het geld
van Hyrkanuso, de zoon van Tobia, iemand
die een hoog aanzien genoot; in tegenstelling
tot wat de goddeloze Simon voorgelogen had,
bedroeg het totaal dat er aan zilver was vierhonderd talenten, en aan goud tweehonderd.
l2Overigens was het ontoelaatbaar mensen te
benadelen die hun vertrouwen hadden gesteld
op de heiligheid van deze plaats en op de eerbiedwaardigheid en onSchendbaarheid van de
tempel, die over de hele wereld een groot aanzien genoot. t3Dau stelde Heliodorus de opdracht tegenover die hij van de koning had
ontvangen, en hij verklaarde dat het geld in
ieder geval in de koninklijke schatkist moest

uit

Í3,25) 5,4
33. Seleukus: Seleukus IV (I87-t75 v. Chr.).
rt. Hyrkanus: Behoorde tot de machtige Joodse familie
van de Tobiaden, die grote eigendommen had in
Trans-Jordanië.

2 MAKKABTnËu

(tln

2 MAKKÀBEEËN 3,3-26

worden gestort. laOp de door hem bepaaltle
dag ging Heliodorus de tempel in om een (rtl'
derzoek naar die gelden in te stellen. Een gt'ull
angst had zich meester gemaakt van hecl rle
stad. ls De priesters wierpen zich in hun hcihgt
gewaden vóor het brandofferaltaar ter altrh
en zonden hun gebeden naar de hemel, nttnt
Hem die een weto op bewaargeving had uitge,
vaardigd, en smeekten Hem de goederen rln
men aan de tempel had toevertrouwd onpe'
schonden te bewaren. 16De aanblik van dc lt,r,
gepriester kon niemand onberoerd laten: zrpt

gelaatsuitdrukking en zijn bleke kleur \rrttr
den de angst in zljnhart. rTTen prooi aan
hevige verwarring en bevend over zijn helc li
chaam verried de man aan iedereen die hot
zag,hoezeer hij inwendig leed. 18In dromtttei
stormden de mensen hun huizen uit om chrrr
een openbaar smeekgebed te voorkomen rlll
de plaats onteerd zou worden. leVrouwctt tn
boetekleren", die onder de borst waren vssl[É,

maakt, vulden de straten, meisjes die antlert
teruggetrokken binnenshuis leefden liepen rtr
naar de poorten of de muren of keken dottr rh
vensters naar buiten: 20zrj strekten allen rh
handen uit naar de hemel en baden. 2lHet wnt
meelijwekkend om te zien hoe iedereen zrul
zonder onderscheid ter aarde wierp en met wnl
voor een angstige bezorgdheid de hogepricste
afwachtte wat er ging gebeuren. 22Terwi.ll
tot de almachtige Heer baden dat Hij de bcrll.

{

tingen die men aan de tempel had tocver'
trouwd, ongeschonden en veilig voor de crp*
naars zou bewaren, z3ging Heliodorus crlrr
over zijn besluit uit te voeren.
2aToen hij met zijn lijfwacht bij de schatk*
mer aankwam, verscheen de Heer van rtlh
geesten en machten op zo'n ontzagwekkcnrh
wijze, dat iedereen die het gewaagd had rh
tempel binnen te dringen door Gods mlchl
werd getroffen en alle kracht en moed verl«xrl

25Zij za5en een prachtig opgetuigd paard, he,
reden door een angstaanjagende ruiter; ltd
dier stormde onstuimig vooruit en sloeg rnd
zijn voorhoeven op Heliodorus. De ruitg
zljn gouden wapenrustiltl
schitterde
2óBovendien zag Heliodorus twee geweltlt;
sterke jongemannen, stralend van prachl ei
schitterend gekleed; ze gingen aan weerszijdt

in

15. weï op bewaargeving: Ex 22,6-tz bevat bepalini*
betreffende het in bewaring geven van goederen.
tg. boetekluen' Deze waren eenvoudig van vorm ('zalrf
en materiaal (geiten- of kameelhaar). Om uiting te gcv*

aan hun smart ontblootten de vrouwen in het oudÉ
Nabije Oosten hun borsten en lieten hun hoofdhalr ht
hangen.

van
slaat hii dood.' aoDit was de geschiedenis
ii.ïitàót* en van de redding van de tempelschat.

hem staan en zonder ophouden geselden
rnselden ze hem. zzPlotseling stortte He*r, aoot een dichte duisternis overwel-

'0.

g'ona; men naqlrSl :l.ti.tl":,t:
Aiuugttoel. 28Zojulst .y-as die
gevolg en heel zijn lijfwacht
groot
met een
of

De vergrieksing van Jeruzalem
Siàon. van wie hierboven sprake was, vera[ ii.o
aleen het geld, maar ook zrJLll'va'
belasterde Onias en beweerde dat

.rí in í.,

/

bóvengenoemde schat-

toide
i .n n i *etd hij hulpeloos weqgedraqgl

hij daar lag, door Gods kracht

geslagen èn zonder-enige hoop
stomlieia
;6, mfrezen zij de Heer, diezijn eigen

had. En de tempel, die kort

u.rí...iijtt

het toneel was geweest van angst en
ing, galmde nu,-door de verschijning

uiríiít

tig. Heer, van kreten van blijd-

il y'*r4..'1
P,E1.Ii,:-H,ï:ilq
haastten zichtaar Onias met
;oek dat hij de Allerhoogste zou smeleven te schenken aan de man die al op
lae. 32Bevreesd dat de koning zou
veïmoeden dat de Judeeërs een aanHàliodorus hadden gepleegd, droeg de
voor het herstel van de man een
.11tt*ul de hogepriester het zoenofroe g

zag

Hdi:

d^.ïll*.

::t:

.
99lr'i
intezèlfde gewaden oPnieuw en

ze

tesen hem: 'U moet de hogePrtester
uitörmate erkentelijk zijn, want vanwe3aEn nu u
m schenkt de Heer u het leven'
a.-tt.À.f gestraft bent, mo-et u aan iede.rle geweldfue kracht van God verkondtNàdeze wborden verdwenen ze'
ieliodorus bracht de Heer, die zijn leven
had. een offer en deed Hem de heilig.rn; hii nam afscheid van.Onias en
terug'
e met zijn leger naar de koning

i.Èà.

ót

ieóereen getuigenis

{u?n

Í:

van de alérhoogste God, die

eisen ogen had aanschouwd'
kËning-vroeg aan Heliodorus wie hem
zent gesóhikt leek voor een nieuwe
38'Als u
r Jïruzalem. Hij antwoordde'
lhebt of een oProermaker, stuur hem
heen; u krijgthem afgeranseld terug,
i h.t .. ienmiíite levend van afbrengt,
'or.iai. flaats waakt werkelijk een godri macht. 3eHij die in de hemel woont'
nauàettend op aie tempel en beschermt

Lítt

.n die met boze bédoelingen komt'

geweest die de aanslag op Yeliodot uA gàpleegd en verantwoordelijk was
,rti f,et !'.tti.ttï. onheil' 2 Hrj schrok.er,niet
de
;;;; t *,Ë om de weldoener van deenstad'
ijvede
volksgenoten
zijn
van
à.r.rràiÀí,
voor de leer een oproeÍÍnaker te noemen'
raaÍ
--1p"
vijandschap liep zo hoog op dat door

hiiir;ï;ut
-r-*

aànhangers moorden werden
aOnias was zich ervan bewust dat
deze qespannen verhouding gevaarlijk was'
ói"aat Apollonius, de zoon v,an.Me"à"i"ï en de stàdhouder van Cele-Syrië en
"àr-t*"
F;i"iÉ, het vijandig optreden van. Simon
steunde. 5Daarom ging hij naar de korung'
niet om zijn medeburgers aan te klagen' maar

..n rut §i*on,
É.pf..gA.

;il t;;;tgdheid

om dà algemen-e-en bij.zondere

6lVant h4 zag n
belangenlan heel het volk'

niet
aïí iZti"esimon zlin w aanzinnige. koers polihet
in
rust
de
van
heritel
het
;; t16Ër,
ti.r.ïàJtit zonder de tussenkomst van de'koonmogelijk was.
ning
=l"Nu
à. d"ooà van Seleukus nam Antiochus,
fiisenaamd Epifanes, het bestuur van het koninïrijt in hànden. Jasono, de broer van
dàt;had een ontmoeting met de nieuwe koning en wist op slinkse-wijze.het hogep*:lï
shrj beloofde de konmg
schàp te verwèrven:
àí#o"a..azestig talenten zilver en verder
andere bronnen'
iachtie talenten
ouË"ai.n vqrplichtte hij zich om nog hond;td*JLÈ talenien te betalen, als de konrng

uit

,

t.*

Àr.Ëtigde om op eigen-gez-ag een atle'

iieksctroot te' bouwen,- een opleidingsinstituut
van
voor jongeren op te richtenen de inwoners
de ofÍiciële benaming van Antio.htr., te geven. to De koning gaf ziintoestem-

i;;;ló-

ming.
^^-"'itÏo,aruJason

de macht in handen had' benaar Grieks model te
volksgenoten
ziin
non ttii
riHI schafte de voorrechten af
ài. a. koningen-welwillend aan de Judeeërs
h;dà;nÉt.h;nken, dankzij de bemoeienissen
t"n-làí*nes, de vader van Eupolemus'

il;ilË.

van Jeruzalem een Griekse stad of
4,7. Jason: Hij wilde
gaf hij haar de naam
iliiiiÀ^y"".Ter ere van de koning

T

I Mak r,Io

tií

a.rf,*à-ffii

*.nt., die de ina"tit van God openlijk
ii*i:f

3,27-4, r r

[9] I Mak

I'II-I5 [rr] r Mak 8't7

Antiochië-Jeruzalem.

2 MAKKÀBEEEN 4,

ó2;

t2-32

Laatstgenoemde zou later deel uitmaken van
het gezantschap dat met de Romeinen vriendschapsbetrekkingen zou aanknopen en een
bondgenootschap tot stand zou brengen. De
doorde wet bepaalde instellingen werden door
Jason ontbonden, om vervolgens gebruiken in
te voeren die ermee in strijd waren. t2Hij had
er plezier in om juist aan de voet van de tempelberg een atletiekschool te bouwen en de
beste jongeren een Griekse opleiding te geven
en de efebenhoed te laten dragen. l3Door de
verregaande schaamteloosheid van de goddeloze en onpriesterlijke Jason greep de vergrieksing zo om zich heen en ging de overname
van uitheemse gebruikefl zo ver, ladat de
priesters niets meer voelden voor de altaatdienst. Ze minachtten de tempel en verwaarloosden de offers, maaÍ ze haastten zich om
hun diensten te verlenen aan het onwettige be'
drijf in het worstelperk, zodra de oproep tot
het discuswerpen weerklonk. lsZe stelden
geen prijs op de ambten die bij hun voorvaderen in ere stonden, rnaar hadden de hoogste

achting voor wat bij de Grieken eervol is'
l6Door dat alles raakten ze in een jammerlijke
toestand, want juist degenen van wie ze de
levenswijze trachtten over te nemen en die ze
in alles wilden evenaren, werden hun vijanden
en onderdrukkers. 17Men schendt niet ongestraft de leer van God; het verloop van de gebeurtenissen zal dat bewij zen.

r8Toen in Tyrus de viifiaarlijkse spelen in
tegenwoordigheid van de koning werden gehouden, tezond de gemene Jason er als afgevaardigden van Jeruzalem Antiochenen heen
met driehonderd drachmen zilver voor het of'
fer aan Herakles'. Omdat het naar het oordeel
van de afgezanten niet paste dat het geld aan
het offer besteed werd, gaven ze het een andere
bestemming .20Z;a werd het geld, dat door de
afzender bedoeld was als een bijdrage voor het
offer aan Herakles, door toedoen van degenen
die het overbrachten, gebruikt voor de bouw
van galeien.

ingt J as on
2rBij gelegenheid van de troonsbestijging van
koning' Filometor was Apollonius, de zoon
van Menesteus, in Egypte geweest om de koM enelaiis

v

er dr

[r9] 4,9 14) 3,4
19. Herakles: De Griekse naam van

Melkart, de God

van Tyrus.

zt.koning Filometor: Ptolemeös VI, die in t7z v' Chr. de
trooÍl van Egypte besteeg.

ning te vertegenwoordigen. Van,hem vernttm
Aniiochus dat Filometor hem vijandig gezinrl
was. Daarom ging hij maatregelen treffen voot
de veiligheid van zijn rijk. Zodoende kwam h§
in Joppe, waarvandaan hij een bezoek brachl
aan Jàuzalem. 22Hrj werd door Jason en dl
stad luisterrijk ontvangen en hield er ontlet
fakkellicht en toejuichingen zijn intocht. Dattt,
na trok hij met zijn leger naar Fenicië.
23Drie jaar later zond Jason Menelatis, tlt

broer van Simon, van wie hierboven sprakc
was, naar de koning om de verschuldigde gel,

afte dragen en de onderhandelingen ovot
dringende landsbelangen af te wikkelcR,

den

2aMénelatis liet zich aan de koning voorsteh
len; hij bracht hem hulde en deed zich voor nh
een

invloedrijk man. Door driehonderd talc*

ten meer te bieden dan Jason wist hij het

hoir

priesterschap te verwerven. zsZo kwam dll
man, die in geen enkel opzicht het hogeprier
terschap waardig was, rnaar als een wre«Jc lh
ran aanvallen van woede had en tekeer ktt|
gaan als een wild dier, in het bezit van c{
koninklijke aanstelling in Jeruzalem. 2ó
werd Jason, die zijn eigen broer
had, zelf het slachtoffer van de onderkrui
van een ander en moest hij de vlucht
naar Ammon. 2TMenelaiis had nu wel
macht in handen, maar hij trof geen maa
len om het beloofde geld aan de koning
betalen, 2sondanks de aanmaningen van
stratus, de bevelhebber van de burcht", dio
belastingen moest innen. Daatom werden
den door de koning ter verantwoording gc
pen. 2eMenelaiis stelde zijn broer Lysima
aan als plaatsvervangend hogepriester;
stratus benoemde Krates, de bevelhebber
de Cyprioten, tot zijn plaatsvervanger.

2 MAKKABnnËN
. Enkele ervan schonk

hij aan Androni-

de overige wist hij te verkopen in Tyrus en

steden. 33Over dit alles ontving
betrouwbare inlichtingen. Vanuit zijn
in Dafne bij Antiochië, waar hij zich
:ruggetrokken, protesteerde hij er heftig
; laHet gevolg hiervanwas dat Menelaiis
:onikus in vertrouwen nÍL{n en hem wist
te halen om Onias uit de weg te ruimen.
ikus ging naar Onias. In het vertrouhij met een list in zijn opzet zou slahij Onias vriendelijk en verzeheni
ede van zijn goede bedoelini0fschoon Onias argrwaan koesterde,
hij er toch in toe zijn vrijplaats te verlaijks had hij dat gedaan of hij werd
nikus gewetenloos gedood. 35Niet
ook vele andere bewaren verontwaardigd en

,de Judeeërs, maaÍ

over de laaghartige moord op die
de koning uit Cilicië was teruggekwamen de Joden van Antiochië zich
beklagen en ook de Grieken gaven
,er te kennen over de onrechtmatige
Onias gedood was. 3TAntiochus
ik getroffen en diep ontroerd; de heraan Onias' bedachtzaamheid en disbewoog hem tot tranen. 38In woede
nam hij Andronikus onmiddellijk
af, scheurde hem de kleren van het
:liet de moordenaar door de hele stad
en op dezelfde plaats waar hij zich
ias vergrepen had, liet hij hem terechtkreeg hij van de Heer zijn verdiende

tegen Menelaíis

Lysimachus werd, met goedvinden
Onias vermoord
3oJuist op dit tijdstip kwamen Tarsus en
lus in opstand, omdat die steden als ge
aan Antiochis, de bijzit van de koning,
gegeven. :t In allerijl trok de koning erhecn
de opstand te onderdrukken en liet Andr
kus, een hoogwaardigheidsbekleder, ah
plaatsvervanger achter. 32In de overtui
dat de omstandigheden gunstig waren
hem, verduisterde Menelaiis gouden
28. burcht: De vesting aan de noordzijde van het
complex, waar ook de atletiekschool lag (vgl. v.
167 v. Chr. bouwde de Syrische bezetter van
de burcht, die zo'n belangrijke rol speelde in dc

drukkingvan het jodendom, vgl. I Mak I,33-40,

tl

tis, de tempel van Jeruzalem van
vaatwerk beroofd. Toen dat beschoolde het volk samen tegen LyqDeze bewapende ongeveer drien'en liet die onder aanvoering van

Auranus,,even dom als oud, chartegen de opgewonden en woeigte. al Zodra die zagen dat Lysiliet aanvallen, grepen ze stenen,
rut en handenvol straatvuil en wierhet wilde weg naar de mannen van
[45] t Mak 3,38; z Mak 8,8; Io,rz
een proces um.' Uit v. 44 valt af te leiden
werd aangespannen door de raad van de
dit bestuurslichaam vgl. de aant. bij t,ro.

4,33-5,5

Lysimachus, 42yalwie er velen verwondingen
opliepen en enkelen zelfs gedood werden. Ze
joegen iedereen op de vlucht; de tempelrover
zelf sloegen ze dood bij de schatkamer.
a3Naar aanleiding van doze gebeurtenissen
spande'men een proces aan tegen Menelaiis.
4De koning kwam naar Tyrus en drie afgevaardigden van de raad van de oudsten bepleitten hun zaak. a5Toen Menelatis zag, dat
hij de rechtszaak ging verliezen, beloofde hij
Ptolemeiis, de zoon van Dorymenes, een grote
som geld, als hij de koning zou weten om te
praten. a6Onder het voorwendsel dat de koning wat frisse lucht moest scheppen, leidde
Ptolemetis hem naar een zuilengang en had zo
de kans om hem van mening te laten veranderen. aTHet gevolg was dat Menelatis, die verantwoordelijk was voor al het kwaad dat gesticht was, werd vrijgesproken, maar de ongelukkigen die zelfs door de Skythenq vrijgesprokenzouden zijn, werden ter dood vefoordeeld.
asZij die voor de stad, voor het volk en voor de
heilige vaten waren opgekomen, werden zonder uitstel en in strijd met alle recht gestraft.
aeDe inwoners van Tyrus waren hierover zo

verontwaardigd dat ze de slachtoffers een

grootse begrafenis gaven. 50Zo dankte Menelaiis het behoud van zijn waardigheid aan de
hebzucht van de machtigen. Hij werd steeds
slechter en was de grote belager van zijn eigen
landgenoten.
lason overvalt Jeruzalem
In de tijd dat Antiochus" zijn tweede veldtocht tegen Egypte ondernam, 2gebeurde
het dat men ongeveer veertig dagen lang overal in de stad verschijningen zagvaflruiters die,
in gouddoorstikte gewaden en met lansen gewapend, korpsgewijs door de lucht trokken.
3 Men ,zag
eskadrons, in slagorde opgesteld,
op elkaar afstormen en charges uitvoeren met
zwaaiende schilden en massa's speren. Zwaarden werden getrokken en pijlen werden afgeschoten, en bij dat alles fonkelden de gouden
versierselen van de ruiters, die in allerlei harnassen waren gestoken. aledereen bad dat de
verschijning iets goeds zou voorspellen.
5Naar aanleiding van het valse gerucht dat
Antiochus gestorven zouzijn, verzamelde Jason niet minder dan duizend man en deed hij

(
J

47. Skythen: Zij stonden spreekwoordelijk
wreedheid bekend.

om

hun

5,r. Antiochus; In t69 v. Chr. had Antiochus IY zijn
in 168 volgde

eerste veldtocht naar Egypte ondernomen;
de tweede.

2 MAKKABEEËN

onverhoeds een aanval op de stad. Men raakte
slaags op de muren, maar ten slotte werd de
stadlngénomen en Menelaiis moest de burcht
in vluchten. 6Jason richtte een meedogenloze
slachting aan onder zijn eigen medeburgers,
zonder ie bedenken dat een overwinning die
op volksgenoten wordt behaald, de zwaarste

nàderlaag is. Hij behandelde zijn eigen volk
alsof hij éen blijvende zege moest behalen op
zijn vijànd. TToch slaagde hij er niet. in de
macht-in handen te krijgen; zijn plan mislukte
schandelijk en hij moest opnieuw de vlucht
nemen nàar Ammon. SDaardoor kreeg zijn
misdadig leven een wending. Door Aretas, de
vorst van de Arabieren, werd hij in verzekerde
bewaring gehouden. Hij wist te ontsnappen en
vluchtte van stad naar stad; door iedereen vervolgd, gehaat als een afvallige van de leer en
veràchials de beul van zijn volk en vaderland,
eTen slotwerd hij voortgejaagd naar Egypte.
te vluchtte hij naar de Lakedemoniërso, waar
hii op grond van zijn verwantschap beschermïng hóopte te vinden. Zo stierf de man die
zovelen uit hun land had verbannen zelfin den
vreemde. 10Hrj die zoveel lijken onbegraven
liet weggooien, had niemand die over hem
treurde à hem de laatste eer bewees; hij kreeg
geen plaats in het graf vanzlinvoorvaderen.
An t io chu s

st

raJi J eru zalem

Toen de koning hoorde wat er in Jeruzalem
gebeurd was, dacht hij dat Judea in opstand
ías gekomen. Woedend als een wild dier trok
hii oó vanuit Egypte en nam hij Jeruzalem gewàpénderhand in. 12Aan zijn soldaten gaf hij
1l

het bevel om iedereen te doden, zowel degenen
die ze tegenkwamen als degenen die zich in de
bovenkamer van hun huis hadden teruggetrokken. 13 Jong en oud, jongeren, vrouwen en
kinderen werden vermoord, meisjes en zuigelingen werden omgebracht. rlln drie dagen

tijd maakte men tachtigduizend slachtoffers:
véertigduizend vielen ten prooi aal het
zwaaíden een even groot aantalwerd als slaaf
verkocht. I 5 Daarmee nog niet tevreden, w aa9'
de de koning het om de heiligste tempel van de
hele wereld binnen te dringen, onder geleide
van Menelatis, de verrader van de leer en van
zijn vaderland. r6Met vuile handen nam hij
trét treitig vaatwerk mee en met zijn ongewijde
handen sleepte hij de offergaven weg, waar[5,8] r Mak 5,25lgl I Mak Iz,7 [rr] r Mak r,2o-24
[is- rot r Màk-r,z I- 24 Uil 6,tz-t6; 7,t6-t9.3218
t7,9;Mc z,z7[24] r Mak r,29'37
[r91 r

fr

6to

5,6-26

mee andere koningen de luister en glorie vittt
heilige plaats verhoogd hadden. lTVttrtl

de

dergelijke daden van overÍnoed schrok An
tioChus niet terug, omdat hij niet wist dat tle
Heer vanwege de zonden van de bewoners vittt
de stad voor korte tijd in woede was ontbratttl,
en dat Hij daarom de heilige plaats aan hitttt

lot had overgelaten. ls Waren ze niet in zovccl
zonden verstrikt geweest, dan zou ook hij o;'
het ogenblik dat hij de tempel binnendrorrg,
door middel van geselslagen van zijn onbcrn
den voornemen zijn afgebracht, net als Hclru
dorus, die door koning Seleukus was gezoll
den om een onderzoek naar de tempelschal lll
te stellen. leMaar de Heer heeft de natie ltiet
uitgekozen vanwege de heilige plaats, maar rle
plaats vanwege de natie. 2oDaarollt

heilige

moest ook de tempel delen in de rampen tlte
het volk troffen, zoals hij later deelgenoot zott
zijn van de zegeningen; nu liet de Almachlrpe
hem in zijn kwaadheid in de steek, maar cett
maal verzoend zou de grote heerser hem irr nl
zijn glorie herstellen.

2lEerder dan men verwacht had, vertroh
Antiochus met achttienhonderd talenten tltc
hij uit de tempel had geroofd naar Antiocltrë
In zijn trots en overmoed verbeeldde hij zrh
dat hij het land bevaarbaar kon maken en dnl
hij de zee begaanbaar kon maken. 22Voor ztin
vertrek stelde hij gouverneurs aan om het voll
te kwellen. In Jeruzalem was het Filippus, vnn
afkomst een Frygiër, van aard een nog grot€l
barbaar dan de man die hem had aangestcld,
23in Gerizim Andronikus, en als ergste vnn
allen heerste Menelaös over zijn medeburgerr
Gedreven door een vijandige gezindheid te'
genover de Joden, 2astuurde Antiochus Aptrl'
lonius, de aanvoerder van de huurtroepen ttll
Mysië, met een leger van tweeëntwintigtlrrl'
zend man naar Jennalem en gaf hem het bcvd
om alle volwassen mannen te doden en rla
vrouwen en jongeren te verkopen. zsBij z11tt
aankomst speelde Apollonius de vredelievon'
de. Hij wachtte tot de heilige sabbatdag, witut'
op de Joden rust hielden, en riep toen r0Ë
manschappen op voor een gewapende vcrrc,
meling van de troepen. 26De Joden die de slnd
uitgekomen waren om dit schouwspel te zian'
liet hij neerslaan. Daarna drong hij met &
wapens in de hand de stad binnen en dooddl
een grote massa mensen.
9. Lakedemonr?rs.'

nen

Voor

vgl. tMak tz,zt.

de

verwantschap met de Spnrli'

2 MAKKABYnÉN 5,27-6,23

I

stad gelegen grotten samengekomen om in het
geheim de sabbat te vieren. Zn werden aan
Filippus verraden en deze liet ze levend verbranden; uit eerbied voor de heiligheid van de
sabbat durfden zezichniet te verdedigen.

2Tlntussen was Judas de Makkabeeër met
negen anderen de woestijn ingetrokken,
als wilde dieren leefde hij met zijn mannen
de bergen. Om geen onreinheid op te lopen
ze zich uitsluitend met kruiden.

r2ledereen die

loodse godsdienst verboden
Niet lang daarna zond de koning een oude
Athener, die de Judeeërs moest dwingen
verloochenen
hun voorvaoeren
voorvaderen te verloocnenen
leer van nup
zich niet mebr aan de leer van God te houl. 2Hrj had dàbp(racht om de tempel van
arzalem te ontheiligèNoor hem aan Zeus
ius te wijden; de tempel op de berg Ge-

te welwillendheid, als God de zondaars niet
lang ongemoeid laat, Ínaar ze spoedig hun vergelding geeft. laTerwijl de Heer bij de andere
naties toegevend met de bestraffing wacht tot

moest hij, overeenkomstig het karakter

ze de maat van hun zonden hebben volgemaakt, doet Hij dat niet,met ons. tsAls Hrj
onze zonden tot het uiterste laat voortwoekeren, zou zijn bestraffrng te laat komen.
r6Maar Hij wil ons zijn barmhartigheid nooit
ontzeggen en daarom is het feit dat Hij zijn
volk straft met rampen een teken dat Hij het
niet in de steek laat. lTNa dit in enkele \ryoor-

,de bewoners van die plaats, aan Zeus Xei wijden. 3 Het om zich heen grijpen van het
viel zelfs de grote massa van het volk
en het ergerde zicheraan. aln de tempel
lden de naties liederlijke en uitgelaten feeszij maakten er plezier met courtisanes,
in de heilige voorhoven gemeenschap

vrouwen en brachten er allerlei dingen
die er niet mochten zijn. 5 Het brandofr lag vol met slachtoffers die in strijd

den in herinnering te hebben geroepen, gaan
we nu weer verder met ons verhaal.

met de heilige gebruiken en door de leer
verboden. 6Het was niet langer geoorom de sabbat te onderhouden, de voorliike feesten te vieren, in één woord een
Jood te zijn. TMet geweld werd men

deel te nemen aan de offermaalie maandelijks op de geboortedag van de

g werd gehouden; op het feest van Diomoest men met klimop omkranst meein de optocht ter ere van Dionysus. 8Op
van Ptolemeiis" werd besloten dat
rige Griekse steden met betrekking tot
dezelfde gedragslijn zouden volgen
ze de Joden aan de offermaaltijden zoudeelnemen; edegenen die weigerden
iekse gewoonten over te nemen, moesten

den gedood. Het was duidelijk dat de Joveel lijden te wachten stond.
Zo werden twee vrouwen gevangen g€nodie hun kinderen hadden besneden. Met

insen aan hun borst voerde men ze
de stad, als prooi voor de spot van het
ze werden van de stadsmuur naar benepgooid. rrAnderen waren in dichtbij de
!,

De marteldood van Eleazar
rsBleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man op leeftijd en een indrukwekkende verschijning, werd gedwongen om var,

kensvlees' te eten. leMaar hij verkoos een
roemvolle dood boven een besmeurd leven: hij
ging vrijwillig naar de pijnbank. 2oZo gaf hij
een voorbeeld dat men moedig moet navolgen,
door spijzen te weigeren, \ryaarvan het genot
niet door de liefde voor het leven gewettigd
kan worden. 2l Degenen die belast waren met
de leiding bij dat afschuwelijke offermaal namen Eleazar, die een oude bekende van hen
was, terzijde en spoorden hem aan vlees te halen dat hij eten mocht; hij zou het zelf klaar
kunnen maken, als hij maar deed alsof hij at
van het offervlees dat door de koning was
voorgeschreven. 22Deed hij dat, dan zou hij
niet gedood worden, maar op grond van hun

oude wiendschap vriendelijk worden bejegend. z3Maar hij nam een nobel besluit, zijn
leeftijd waardig, dat paste bij het aanzien dat
zijn ouderdom hem gaf, brj de adel van zijn
6,8. Ptolemeiu.' Ptolemetis werd ook al vermeld in

Makz,zS

t Mak r,45-5I [Io] I Mak I,6o-6I [II] I Mak
Irzl' 5,r7-zo; 7,16-19.3218 [tf ] W I I,9-Io;
[r4] r Tes

dit boek in handen krijgt ver-

zoek ik om zich niet te ergeren aan deze ellende, maar te bedenken datdeze bestraffing niet
de ondergang, maar de verbetering van ons
volk ten doel had. l3Het is een bewijs van gro-

z,16 [r8]

Lv r r,7-8 [I9] Heb I I,35

4,45-46,
t8. varkensvlees.'Volgens Lv r r,7 was het varken onrein;
bovendien ging het hier om het vlees van een dier dat aan
een afgod was geofferd.

2 MAKKABEEËN

grijze haren die hij met ere droeg, en brj, het
voorbeeldig leven dat hij vanaf zijn jeugd geleid had, maar dat bovenal in overeenstemming was met de heilige leer, door God zelf
gegeven. Hij verklaarde zonder enige aatze-

[ing dat men hem maar naar het dodenrijk
moest sturen. 24'Want', zo zei hij, 'op onze
leeftijd past het niet om te huichelen. Veel jongemànnen zouden denken dat de negentigjarigeEleazar de zeden van de vreernde volkeren
heeft aangenomen. 25Door mijn huichelarij,
waardoor ik mijn leven een heel klein beetje
kan verlengen, zouden zij op een dwaalspoor
worden gebracht en omdat ik voor die dwaling
verantwoordelijk zou zíjn, zott ik schande en
smaad brengen over mijn oude dag. 26En al
ontkom ik voor het ogenblik aan Qen bestraffing door de mensen; nooit, levend dan wel
dood, ontkom ik aan de hand van de Almachtige.ztDaarom geef ik er de voorkeur aan om
nu moedig van dit leven afscheid te nemen,
dan toon ik mij mijn ouderdom waardig 28en
laat ik de jongeren eeh edel voorbeeld na van
hoe men vrijwillig, trots en zelÍbewust kan
sterven voor de eerbiedwaardige en heilige
leer.'Na deze woorden ging hij naar de pijnbank.
2eDegenen die hem zojuist nog welwillend
gezind waren, voerden hem nu vol haat naar
de folterplaats, omdat wat hij gezegd had in
hun ogen krankzinnig was. 30 Voord at Eleazat
onder de slagen bezweek, verzuchtte hij: 'De
Heer weet in zijn heilige wijsheid, dat ik aan de
dood kon ontkomen, en al lijd ik in mijn lichaam gruwelijke pijnen door de marteling, in
mijn ziel voel ik vreugde omdat ik dit alles uit
eerbied voor Hem onderga.' 3l Zo stierf hij en
hij liet door zijn dood niet alleen aan de jongeren, maar ook aan het grootste deel van de
natie een voorbeeld van edele gezindheid en
onvergetelijke deugd na.
Zevenbroers en hun moeder
Ook zeven broers werden aangehouden,

?
/

6ll

6,24-7,I8

samen met hun moeder, en op bevel van de

koning sloeg men ze met stokken en riemen
om ze zo te dwingen het verboden varkensvlees te eten. 2Een van hen vroeg de koning
namens hen allemaal: 'Wat verlangt u van on§
en wat wilt u van ons leren? Wij zijn eerder
bereid om te sterven, dan de leer van onze

koning het bevel om pannen en ketels heel

lo

stoken. aZodradie gloeiend rtraren, liet hij hun
woordvoerder de tong afsnijden, de huid vun
het hoofd afstropen en zijn handen en voelsn
afhakken voor de ogen van zijn broers en ziin
moeder. 5Toen liet hij hem, geheel vermirrkl
maar nog levend, naar het vuur brengen en ln
de pan braden. Terwijl de walm uit de pan zich
ver verspreidde, moedigden de ovelige brocn
en hun moeder elkaar aan om heldhaftig le
sterven. Ze zeiden:6'God de Heer ziet op ont
neer en zalzich zeker over ons ont'fermen,l't'tals Mozes het verklaard heeft in het lied waut'
in hij openlijk getuigt: "}Iij zal zich over ziin
dienaren ontfermen." '
TNadat de eerste zo gestorven was, ginS
men de tweede folteren. Zij stroopten de huid

met haren en al van zijn hoofd en vroegcR
hem: 'rWil je eten in plaats van deel voor docl
over heel je lichaam gepijnigd te worden?' 8 I'l[
antwoordde in zijn moedertaal: 'Nee!' Dattr.
om kreeg ook hij dezelfde martelingen te ver.

duren. eAlvorens te sterven zei hij nog: 'J1i,
ontaarde boosdoener, je ontneemt ons nu wÉl
het leven, maar de koning van de wereld zel
ons, die voor zijn Wet sterven, opwekken'
voor een eeuwig leven.'
10Na hem werd de derde gemarteld. Op vett
zoek stak hij onmiddellijk zijn tong uit en on.
verschrokken bood hij ook zijn handen aan,
rl Fier zei hij: 'Van de hemel heb ik ze gekt*
gen, maar omwille van Gods leer doe ik ot
graag afstand van, in de hoop ze eens van Hon
terug te krijgen.' t2Zelfs de koning en zijn g*
volg waren verbaasd over de moed van de jon'
ge man, die ondanks de pijnen niet kreundc,
l3Toen deze gestorven was, pijnigden on
folterden ze de vierde op dezelfde wijze. ra [h
dood nabij zei hij: 'De dood door de handon
van mensen wordt begerenswaardig door dt
hoop die God ons geeft; dat Hij ons weer luel
opstaan. Maar voor u zal er geen opstaan zijn
om te leven.'
lsVervolgens haalde men de vijfde en mut,
telde hem. r6Hrj vestigde zijn ogen op de ko.

ning en zei: 'Ofschoon u een sterfelijk menl
bent, hebt u de macht om met de mensen tt
doen wat u wilt. Maar denk niet dat God ont
volk in de steek laat. lTHeb maar geduld, dri
zult u er getuige van zijn hoe zijn geweldip

voorvaderen te overtreden.' 3Woedend gaf de

kracht u en uw nakomelingen zal kastijden.'
lsNa hem bracht men de zesde. Sterven&

[7,r] Heb rI,35; Jr I5,9 [6] Dt 3z36lt6l5,t7-zo;
6,lz-16

in de

7,9. opwekken voor een eeuwig leven:In dit vers evendt
w. tr.r4.23.zg wordt duidelijk het geloof in dr
verrijzenis uitgesproken.

2 MAKKABUnËN 7,

: 'Maak u geen illusies; wijzelf zijn de
rk van ons lijden; omdat wij tegen onze
'hebben gezondigd gebeuren deze verdingen. reMaar verbeeld u niet,

u ongestraft blijft, nu u het gewaagd

strijd met God aan te binden.'
itengewoon bewonderenswaardig was
en haar nagedachtenis verdient in
blijven. Zijzaghaar zeven zorren op één
,erven, maar hield moedig stand, omdat
de Heer vertrouwde. 2l Bezield met edele
moedigde zij ieder van hen in hun

I aan. Haar vrouwelijke gevoelig",hardde ze met mannelijke moed en ze
tot hen: 22'Ik weet niet hoe jullie in mijn
gevormd zijn; niet ik heb jullie de legeschonken, niet ik heb de bestandwaaruit ieder van jullie bestaan tot een
nisch geheel geordend, 23maar de
r van de wereld: Hij bewerkt het ontvan de mens, zoals Hij van alles de ooris. Hij zal jullie in zijn barmhartigheid
teruggeven, omdat jullie omvan zijn leer jezelf nu niet sparen.'

iochus dacht dat de vrouw hem minen hij verdacht haar van beledigende
Daarom trachtte hij haar jongste zoon,
ige die nog in leven was, niet alleen met
woorden over te halen om de
zeden te verloochenen, maar
ook onder ede, dat hij hem rijk en
ig zou maken, dat hij hem zou opnemen
zijn vrienden en hem het beheer van
ken zou toevertrouwen. 25Omdat de
daar in het geheel geen aandacht aan
riep de koning de moeder en spoorde
n de jongeman aan zijn verstand te

dat het om zijn welzijn .ging.
t hij er bij haar met klem op aan-

stemde zij er ten slotte in toe haar zoon
uigen. zt Zij boo9 zich naar hem toe en
t drijvend'met de wrede despoot, zei ze
hem in hun moedertaal: 'Kind, heb memet mij. Ik heb je negen maanden in
gedragen, je drie jaar aan mijn
gevoed, je gekoesterd en opgevoed tot
die je nu bent. 28Ik smeek je, mijn
iik naar de hemel en de aarde met alles

bevatten en bedenk dat God dit niet
heeft uit iets wat al bestond en dat
mens op dezelfde wijze is ontstaan.
niet bang voor die beul, maar toon je

Kr r3,rz; Hnd
r5; Pr r r,5 [32)

5,39 lzzl Job ro,8-tz;
5,r7-zo;6,t2-t6

Ps

r9-8,2

je broers waardig en aanvaard de dood, dan
zal ik door Gods ontferming jou en je broers
terugkrijgen.'
30Nauwelijks had zij dit gezegd, of dejongen riep uit: 'Waar wacht u op? Ik gehoorzaamniet aan het bevel van de koning: ik gehoorzaam aan wat de leer beveelt, die door
Mozes aan onze voorvaderen gegeven is. 3l U
bent de oorzaakvan heel de rampspoed die de
Hebreeën treft, maar u zult niet ontkomen aan
de hand van God. 32Het is waar dat we lijden
door onze eigen zonden; 33maar al toont de
levende God een ogenblik zijn woede door ons
te tuchtigen en terecht te wijzen, toch zal
Hij zich weer met zijn dienaren verzoenen.
3aMaar jij, gemene schurk, de slechtste onder
de mensen, jij hebt geen reden om trots te zijn
en je te vleien met ijdele verwachtingen, nu je
de hand slaat aan Gods dienaren; 35je bent het
oordeel van de almachtige en alziende God
nog niet ontlopen! 36Na een kortstondig lijden
is aan mijn broers krachtens Gods verbond
het eeuwig leven ten deel gevallen; maar

jij zult

voor je hoogmoed bij het oordeel van God je
verdiende straf ontvangen. 3TEvenals mijn
broers geef ik mijn lichaam en Jeven prijs uit
eerbied voor de leer van onze voorvaderen, en
ik smeek God dat Hij zich spoedig over onze
natie ontfermt en dat Hij jou door kwellingen
en plagen dwingt te bekennen, dat Hij alleen
God is. 38Moge door mij en mijn broers de
woede van de Almachtige, die terecht tegen
heel onze natie is ontbrand, bedaren.'
3eGegriefd door deze belediging en in woedende razern;4,liet de koning de jongen nog
wreder martelen dan de anderen. aoZo stierf
ook hij met een rein geweten en in groot vertrouwen op de Heer. al Na haar zonen stierf
ten slotte ook de moeder. a2Hiermee is §enoeg
gezegd over de offermaaltijden en de buitensporige wreedheden.
Judas brengt het verzet op gang

O
Ó

Judas de Makkabeeër en zijn getrouwen
gingen in het geheim de dorien'af, deden
een beroep op hun verwanten en op iedereen
die het jodendom trouw was gebleven en
brachten zo ongeveer zesduizend man bij elkaar.2Ze smeekten de Heer dat Hij zou ileerzien op het volk dat van alle kanten in het
nauw werd gebracht. Dat Hij zichzouontfermen over de tempel die door de goddelozen
l8,rl5,27

2 MAKKÀBEEËN 8,3-23

toorn van de Heer veranderde in medelijden,
en de Makkabeeër werd met zijn leger een
macht waar de naties niet tegenop konden.

6Onverwachts overviel hij steden en dorpen en
stak ze in brand, en door het innemen van
gunstige stellingen slaagde hij erin tal van vijanden op de vlucht te jagen. TVoor zijn overvallen koos hij bij voorkeur de nacht. Overal
praatte men over zijn dapperheid.
De nederlaag van Nikanor
sToen Filippus" zag dat de man in korte tijd
een angstaanjagende tegenstander was geworden en, door het krijgsgeluk aangemoedigd,
steeds fellere aanvallen ging doen, verzocht hij

PtolemeÍis, de stadhouder van Cele-Syrië en
Fenicië, schriftelijk om in het belang van de
koning hulp te sturen. eDeze ontbood onmiddellijk Nikanoro, de zoon van Patroklus en een
van de voornaamste vrienden van de koning,
en stuurde hem aan het hoofd van niet minder
dan twintigduizend man, samengebracht uit
verschillende naties, naar Judea om heel het
Joodse volk uit te roeien. Bovendien stelde hij
hem Gorgias terzijde, een veldheer met grote
krijgservaring. l0Nikanor rekende erop dat hij
uit de verkoop van Joodse krijgsgevangenen
de tweeduizend talenten zou kunnen voldoen
die de koning als schatting aan de Romeinen
verschuldigd was. rr Hij nodigde daarom meteen de kuststeden uit om Joodse slaveno te
komen kopen en beloofde negentig stuks te
zullen leveren voor één talent. Hij vermoedde
echter niet, dat de straf van de Almachtige
hem weldra zou treffen.
r2Het bericht dat Nikanor in aantocht was
bereikte Judas. Toen hij zijn mannen in kennis
stelde van de komst van het leger, l3namen de
lS]

, Y$

3,3'9 [8]

to,tzlglr Mak :,38

37,36;

Tob

I, t

5

r Mak

338-4,25;

z Mak

[18]Ps zo,8 [I9] z

K

4,45;
Js

19,35;

4,45.
te
r Mak

de eerste afdeling en bond de strijd aan
Nikanor.
t de Almachtige hun bondgenoot

angstigen en degenen die niet durfden te ver-

trouwen op Gods gerechtigheid de vlucht

err

zochten een veilige schuilplaats. taDe overigerr
verkochten watze nog bezaten en smeekten dc
Heer hen te redden uit de handen van de god.
deloze Nikanor, die hen al verkocht had voor.
dat de strijd begonnen was. tsAls zrj het nier
verdienden om gered te worden, laat God hen
dan redden omwille van het verbond dat Hii
met hun voorvaderen gesloten heeft, en om.
wille van zijn heilige en verheven naam, die
over hen is uitgeroepen. l6De Makkabeeër
verzamelde zijn troepen, zesduizend in getal,
en spoorde ze aan om niet bang te zijn voor de
vijand, of angst te krijgen voor de zeer velc
naties die zonder gerechtigde reden tegen hen
oprukten. Judas spoorde ze aanom dapper te
strijden; rTze moesten de schandelijke ontwijding van de heilige plaats door de heidenen
voor ogen houden; de gruwelen die in de geteisterde stad gebeurd waren en de afschafÍing
van de voorvaderlijke gebruiken. lsEn hij ver.
volgde: 'Zij steunen op hun wapens en hun

dapperheid, maar wij vertrouwen op de almachtige God, die niet alleen deze aanvallers.
maar heel de wereld in één wenk kan vernietigen.' leDaarbij herinnerde hij hen aan de hulp

die hun voorvaderen hadden ondervonden:
hoe onder Sanherib honderdvijfentachtigdu i.
zend man waren omgekomen, 20hoe in dc
strijd'tegen de Galaten in Babylonië een leger
van slechts achtduizend man dankzij de hulp
uit de hemel honderdtwintigduizend man versloeg, waardoor het vierduizend in het nauw
gedreven Macedoniërs bevrijdde en een rijkc

buit behaalde.

21Op deze wijze moedigde hij zijn mannen
zozeeÍ aan, dat ze bereid waren om voor de

leer en het vaderland hun leven te

geven,

Daarna verdeelde hij zijn leger in vier afdelin.
gen,22en stelde hij zijn broers Simon, Johan.
nes en Jonatan als aanvoerders aan, ieder over

een afdeling van vijftienhonderd man,

23Vervolgens liet hij Eleazar een passage
uit
het heilige" boek voorlezen en gaf als wapen.
kreet: 'Met Gods hulp!' Zelf namhij de leiding

tr. slaven: De prijs, die voor een slaaf betaald werd,
varieerde naargelang de kwaliteit.van r,5 tot ro minen,
wat overeenkoàt màt o tot 4o slaven vooi een talent. Dc
lage prijs wijst op de grote hoeveelheid slaven die men

8,8. Filippus: De gouverneur van Judea, vgl.5,zz;hij hooptteverkopen.
stond in rang onder PtolemeÍis, reeds genoemd in
zo. strtid: In zio v. Chr. versloeg Antiochus III Molon,
g. Nikanor: Hij schijnt de leiding van de veldtocht
de opstandige satraap van Meàië, die een contingent
hebben toevertrouwd aan Gorgias, vgl. ook
Gahlen in zijn leger liad.
4. heilige bo,ek: àiede aant. bij I Mak 3,4g.

4,r.5.r8.

2 MAKKÀBrnËN 8,24-9,8

6:q

was onttvijd en 3dat Hij medelijden zou tonen
met de stad, die haar ondergang tegemoet ging
en gevaar liep om met de grond gelijk te worden gemaakt. Ze smeekten Hem ook om te
luisteren naar het vergoten bloed, dat tot Hem
om wraak riep, aom de gruwelijke dood te
gedenken van onschuldige kinderen en om het
lasteren van zijn naàm te bestraffen. 5De

sloegen zevar, de vijand meer dan negenman neer, verwondden en verminkten
het merendeel van Nikanors soldaten en
ze zijn le ger op de vluch t. 2s Ze maakten
geld buit van de kooplui die gekomen waom hen op te kopen . Ze achteryolgden hen

tijd, maar het gevorderde uur dwong
terug te keren, 26want het was de voorvan de sabbat; daarom konden ze de
tervolging niet langer voortzetten.
Nadat ze de wapens en de bezittingen van
ijand hadden buitgemaakt, gingen ze de
t vieren. Uitbundig prezen en loofden ze
,

die hen die dag had gered en daarmee

begonnen om hun weer zijn barmhartigte tonen. 28Na de sabbat gaven ze een
I

van de buit aan degenen die hadden geledoor de vervolging, aan de weduwen en

: de rest verdeelden ze onder elkaar en
hun kinderen.zeDaarna baden ze gezaijk tot de barmhartige Heer en smeekten
om zich geheel met zijn dienaren te ver30Ze raakten ook slaags met de legers
Timotetis en Bakchides, doodden meer
twintigduizend man en maakten zich geijk meester van hoog ommuurde vesZe verdeelden de overvloedige buit in
;gelijke delen en bestemden het ene deel
henzelf, het andere voor de slachtoffers
de vervolging, voor de wezen en weduwen
rt
[4oor de bejaarden. De buitgemaakte wa-

brachten ze zorgtluldig op geschikte

bijeen. De rest van de uit namen ze
naar leruzalem.32Ze doodden de bevelvan Timoteiis' leger, een schurk die de
ërs veel kwaad aangedaan had. 33Gedude overwinningsfeesten in de hoofdstad
brandden ze diegenen, die de poorten van
tempel in brand hadden gestoken en die
Kallistenes in hetzelfde huis gevlucht waHij kreeg het verdiende loon voor zijn
daad.

aartsbooswicht Nikanor, die duizend
i had laten komen om de Joden op te
3swerd met de hulp van de Heer juist
dat volk vernederd, dat hij als het onbehad beschouwd. Hij moest zijn
ige uitrusting afleggen en eenzaam als
weggelopen slaaf vluchtte hij dwars door
land. Zo bereikte de man, wiens grootste
t,8

lil]

8,23-24

succes bestond in de ondergang van zijn leger,

Antiochië. 36Hrj had op zich genomen om uit
de verkoop van de krijgsgevangenen uit Jeruzalem de schatting aan de Romeinerr te beta-

len. Nu moest hij verkondigen, dat de Judeeërs iemand hadden die voor hen opkwam
en dat ze onkwetsbaar waren, omdat ze Ee-

hoorzaamden aan de leer die Hij hun had opgelegd,

De doodvan Antiochus IV
In die tijd moest Antiochus uit Perzië wegvluchten. zHij was namelijk een stad binnengedrongen die Persepolis genoemd wordt,
en hij had geprobeerd de tempel te plunderen

O
7

en de stad in zijn macht te krijgen. Maar het
volk had naar de wapens gegrepen en was tot
de aanval overgegaan. Antiochus werd teruggeslagen. Zo kvram het dat hij door de bewoners van die streek op de vlucht gedreven werd
en roemloos de terugtocht moest aanvaarden.

3In de buurt van Ekbatana vernam hij wat er
gebeurd was met Nikanor en het leger van
Timoteiis. aRazend van woede vatte hij het
plan op om de Judeeërs te laten boeten voor de
vernedering die hem was aangedaan door hèt
volk dat hem op de vlucht had gejaagd,.Hij gaf
zijn wagenmenner daarom het bevel om zonder onderbreking door te rijden en de weg zo
snel mogelijk af te leggen. Maar het vonnis
van de hemel haalde hem in. In zijn trots had
hij gezegd: lZodra ik in Jeruzalem ben, maak
ik van die stad een begraafplaats van Judeeërs.' sDe Heer die alles ziet, de God van
IsraëI, sloeg hem met een ongeneeslijke en
onbekende kwaal. Want nauwelijks had hij die
woorden gezegd of hij kreeg in zijn ingewanden een gruwelijke pijn en voelde een hevig inwendig lijden. 6Dat was zijn i,erdiende
loon, omdat hij anderen met allerlei doortrapte folteringen in de ingewanden had gepijnigd.
TToch volhardde hij in zijn overmoed. Van
trots vervuld spuwde hij in zijn woede vuur en
vlam tegen de Judeeërs en beval nog sneller te
rijden. Terwijl ze met onstuimige vaart voortreden, viel hij opeens van de wagen en werd zo
ongelukkig tegen de grond gesmakt, datalzijn
ledematen ontzet waren. 8De man die zoëven
nog in zijn bovenmenselijke verwaandheid gemeend had de golven van de z,ee te kunnen
bevelen en zich verbeeld had hoge bergen op
een schaal te kunnen wegen, moest nu van de

[9,I] r Mak 6,r-t6; z Mak t,rt-t7 [8]
38,8-r r; Ps 65,7-8;Js 4o,rz

Js 5r,15; Job

2 MAKKABBEEN 9,9-rO,3

63ö

grond worden opgeraapt en in een draagstoel
worden gezet. Zo was hij een sprekend bewijs
van Gods macht. eHet werd za etg met hem
dat de worÍnen uit zijn ogen kropen en dat
onder vreselijke pijnen het vlees in stukken
van zijn levend lichaam afviel. Zijn rottend
lichaam verspreidde zo'n stank dat heel het
leger er last van had. l0Brj de man die pas nog
gemeend had de sterren van de hemelen te
kunnen grijpen, kon niemand het meer uithouden door de ondraaglijke stank. rrPas
toen hij lichamelijk gebroken was, begon hij

zijn buitensporige hoogmoed af te

leggen;

door Gods tuchtiging, elk ogenblik ten prooi
aan hevige pijnen, kwam hij tot inzicht.
l2Toen hij ten slotte zijn eigen stank niet meer
kon verdragen, zei hij: 'Een sterfelijk mens
moet zich aan God onderwerpen en zich niet
zijn gelijke wanen.' r3En de boosdoener beloofde in zijn gebed aan de Heer, die zich niet
meer over hem zou ontfermen, tadat hij de
heilige stad, waarheen hij overhaast op weg
was gegaan om ze met de grond gelijk te maken en in een begraafplaats te veranderen, de
vrijheid zou schenken. l5De Judeeërs, die hij
zelfs geen begrafenis waardig gekeurd had en
die hij met hun kinderen als aas voor de roofvogels en wilde dieren had willen werpen, zou
hij dezelfde rechten geven als de burgers van
Athene. t6De heilige tempel, die hij vroeger
had geplunderd, zou hij met de prachtigste offergaven versieren, alle heilige v4ten ruimschoots vergoeden en de ongedekte kosten,
verbonden aan de offerdienst, zou hij voor zijn

rekening nemen. lTBovendien beloofde hij

Jood te worden en de hele bewoonde wereld
rond te zullen trekken, om Gods macht te verkondigen.
l8Maar de pijnen verminderden in het geheel niet, want Gods rechtvaardig vonnis werd
aan hem voltrokken. In zijn wanhoop schreef
hij de Judeeërs de volgende briel die de vorm
van een smeekschrift had. Hij luidde aldus:
le'De Judeeërs, wakkere burgers, wenst de koning en veldheer Antiochus vreugde, gezondheid en voorspoed. 2oAls het u en uw kinderen
goed gaat en alles bij u naar wens verloopt,
breng ik God daarvoor mijn innige dank,
want mijn hoop is op de hemel gevestigd. 2r Ik
lig nu ziek te bed en denk met liefde terug aan
de blijken van hoogachting en welwillendheid
die ik van u heb ontvangen. Toen ik bij mijn
terugkeer uit Perzië door een zware ziekte
[9] Sir 7,r7;

}Ind o,z3

ik het noodzakelijk
maatregelen te treffen die de algemene belarr'
gen veilig stelden. 22Niet omdat ik wanhoop
over mijn genezing; ik heb zelfs de beste vcr
wachtingen dat ik dezeziekte te boven zal ko.
men. 23Maar ik heb het voorbeeld van mijrr
vader voor ogen. Telkens als hij een veldtoclrt
ondernam naar de landen aan de overkant varr
werd overvallen, vond

de Eufraat, wees hij zijn opvolger aat.2aDtrr
hoefde men zich in het rijk geen zorgen te mir
ken als er onverwachts iets mocht gebeuren ol

verontrustende dingen gemeld zouden wor
den, omdat men wist aan wie het bestuur wlr
toevertrouwd. 25Bovendien is het mij niet orrt
gaan, dat de vorsten van de landen die aarr
mijn koninkrijk grenzen, de ontwikkeling vlrr
de gebeurtenissen volgen en op het gunstige
ogenblik wachten. Daarom heb ik mijn zoorr
Antiochus als koning aangewezen. Ik heb hcrrr
al meermalen tijdens mijn tochten in de prrr
vincies aan de overkant van de Eufraat vol
vertrouwen bij de meesten van u aanbevolcrr
Ik heb hem een brief geschreven, waarvan il
de inhoud hieronder laat volgen. 26Ik verzocl
u derhalve dringend de weldaden, die ik u irr
het algemeen of ieder van u in het bijzontlcr
heb bewezen, indachtig te blijven en in uw goe
de gezindheid tegenover mij en mijn zoon lc
volharden. 27Ik ben ervan overtuigd dat hrl
mijn wensen zal eerbiedigen en een milde crr
menslievende houding tegenover u zal aanrre
men.'
28 De moordenaar en godslasteraar, die an
deren verschrikkelijk had laten lijden, sticrí
zelf , ten prooi aan de gruwelijkste pijnen, ecn
ellendige dood ergens in de bergen van ecn
vreemd land. 2eFilippus, zijn vertrouweling,
bracht het lijk terug. Uit vrees voor de zoon
van Antiochus ging hij naar Egypte, waar hil
Ptolemetis Filometor zijn diensten aanbood.
De reiniging van de tempel
De Makkabeeër en degenen die bij

íA
lLf

hcrrr

*ur.n

namen met de Ëulp van de Hccr
bezitvande tempel en de stad. 2De altaren dir
de vreemde stammen op de markt hadden op
gericht en de kapellen vernielden ze.3Ze rci
nigden de tempel en bouwden een nieu*

brandofferàltaar. Met stenen sloegen ze vuur
en ze ontstaken daarmee het eerste offer, rjnl
ze na een onderbreking van twee jaar woet
konden opdragen; ze brandden wierook, vcrzorgden de lampen en legden toonbro«lctt
[ro,r] r Mak 4,36-6r

z MAKKABEEËN Io,4-26
aDaarna wierpen ze zich ter aarde en
de Heer dat Hij hen voortaan voor
rampen zou sparen; dat Hij, als ze ooit
zouden zondigen, hen dan genadig zou
, maar niet meer zou overleveren aan
en barbaarse naties.

De tempelreiniging had plaats op de vijfwintigste van de maand kislew, dezelfde
;,als die waarop hij door de vreemde stamontwijd was. 6Vol vreugde vierden ze
dagen lang feest, zoals dit voor het Loofgebruikelijk is. Ze dachten daarbij
aan het LooÍhuttenfeest dat ze kortgelegevierd hadden, toen ze nog in grotten in
bergen huisden, de verblijfplaatsen van de

dieren. TDaarom droegen ze met loof
ierde stokken, groene takken en palmen
gen ze lofliederen ter ere van Hem, die
,plan om zijn tempel te reinigen had laten
n. sBrj algemene verordening en volksbewerd voor heel de Joodse natie bepaald,
,de dagen van de tempelreiniging jaarlijks
iligd zouden worden. eDat waren de ornigheden waaronder Antiochus, bijgeEpifanes, gestorven is.
van Judas

zullenwe spreken over de gebeurtenisAntiochus" Eupator, de zoon van
Antiochus. Daarbij zullen we
aal van de ellende die door de oorlo-

'vetoorzaakt is, kort samenvatten. I I Toen
de regering had overgenomen, ver-

hij de behartiging van de belangen
;het rijk toe aan een zekere Lysias en hij
hem tot stadhouder van Cele-Syrië
icië. 12Na al het onrecht dat de Judeeërs
,aangedaan, was Ptolemeiis, bijgenaamd
de eerste die hun recht in acht wilde
; hij probeerde hun aangelegenheden op
wijze te regelen. 13Op grond daarwerd hij door enkele vrienden van de kol:.bij Eupator aangeklaagd; bovendien
,hU bU olke gelegenheid uitgemaakt voor
tder, omdat hij het eiland Cyprus, dat
door Filometor was toevertrouwd, verlaen naar Antiochus Epifanes was overHij slaagde er niet meer in om naast
t, ook respect te genieten en maakte door
if een einde aanzijnleven.
Toen Gorgias bevelhebber van deze lanjwas ge\ryorden, nam hij huursoldaten in

ttl8,9 [ro] r Mak 6,r7 [rr]
8,23-24[26]Ex

4,zz

8,8

[r5] r Mak 5,r-8

dienst en greep elke gelegenheid aan om de
oorlog tegen de Judeeërs op gang te houden.
rsTegelijkertijd vielen ook de Idumeeörs, die
in het bezit waren van gunstig gelegen vestingen, de Judeeërs lastig; ze namen degenen die
uit Jeruzalem verdreven waren op en probeerden de oorlog aante moedigen. 16De aanhangers van de Makkabeeër smeekten God in een
gemeenschappelijk gebed om hun bondgenoot

te zljn, en trokken naar de vestingen van

de

Idumeeërs. lTDoor een krachtige aanval kregen ze de stellingen in handen, sloegen iedereen die vanaf de muren vocht terug en brachten iedereen die hun in handen viel om het
leven; ze doodden niet minder dan twintigduizend man. l9Minstens negenduizend man
hadden hun toevlucht gezocht in twee zeer
sterke torens, die van alles waren voorzien om
een belegering te kunnen doorstaan. leDe
Makkabeeër vertrouwde de belegering van
deze torens toe aan Simon, die hij met Jozef,
Zacheis en voldoende soldaten daar achter
liet, om zelf naar plaatsen te gaan waar de
nood hoger was.
2oMaar de soldaten van Simon waren hebzuchtig en lieten zich door enkele belegerden
omkopen; voor de som van zeventigduizend
drachmen lieten ze een aantal van hen ontsnappen. 21Toen de Makkabeeër dat hoorde,
riep hij de aanvoerders van het leger bijeen en
beschuldigde hen ervan daÍ zij hun broeders
voor geld hadden verkocht door vijanden, die
tegen hen de wapens hadden opgenolnen, te
laten ontsnappen. 22Hrj liet degenen die dat
yerraad gepleegd hadden terechtstellen. Daarna maakte hij zich onmiddellijk meester van
de twee torens. 23Hrj behaalde met zijn wapenen€en volledig succes en doodde meer dan
twintigduizend man.
De dood van Timoteils
2aTimotetis, die vroeger door de Joden verslagen was, had een groot leger van buitenlandse
soldaten geworven en veel Aziatische paarden;
hij viel Judea binnen om het stormenderhand

25Toen hij in aantocht ,was,
richtte de groep van de Makkabeeër gebeden
tot God; ze strooiden aarde op hun hoofd en

te veroveren.

omgordden hun lendenen met zakken.26Ze
wierpen zich neer aan de voet van het altaar en
smeekten God, dat Hij zich over hen zou ontfermen en volgens de woorden van de leer de

to,to. Antiochus Eupator: Antiochus Y (t64-t6z
Chr.).

v.


Related documents


preken van sibbes het bruiloftsfeest
persbericht cpcs nominatie jc171025 revised 2 kopie
weerwolven
een kist is een handig1855
nieuwsflits wijzigingen ob final nlversie
plaats nu uw led inbouwspots voor de donkere wintermaanden


Related keywords