Begrippenlijst (2) .pdf

File information


Original filename: Begrippenlijst (2).pdf

This PDF 1.4 document has been generated by Online2PDF.com, and has been sent on pdf-archive.com on 16/12/2017 at 16:32, from IP address 84.196.x.x. The current document download page has been viewed 279 times.
File size: 121 KB (6 pages).
Privacy: public file


Download original PDF file


Begrippenlijst (2).pdf (PDF, 121 KB)


Share on social networks



Link to this file download page



Document preview


Begrippenlijst
Absolute armoede

Iemand die zijn of haar basisbehoeften niet kan bevredigen,
bevindt zich in absolute armoede.

Antiglobalisten

Een groepering van mensen die o.a. de grote macht van multinationale ondernemingen in onze wereld aan de kaak stelt
en wijst op de negatieve aspecten van internationale handel.

Arbeidsintensief

Voor arbeidsintensieve ondernemingen is arbeid de belangrijkste productiefactor.

Baisse van de
aandelenkoersen

Daling van de aandelenkoersen.

Basisbehoefte

De behoeften waaraan men moet kunnen tegemoet komen
om een menswaardig bestaan te hebben.

Behoeften van hogere
orde

Dit zijn behoeften die bevredigd moeten zijn om niet achter
te blijven in de maatschappij waarin je leeft.

Breakeven punt

Punt dat de productiegrootte aanduidt waarbij de kosten
even groot zijn als de opbrengsten. Er is winst noch verlies.

Constante kosten

Deze kosten veranderen niet in de korte periode (bv. kosten
voor research and development (R&D), afschrijvingskosten
op het machinepark, salarissen van het management, …). Het
zijn de kosten van de productiefactoren die niet veranderen.

Corporate Social
Responsability (CSR)

Sociale bedrijfsverantwoordelijkheid betekent dat bedrijven
verantwoord ondernemen en rekening houden met de belangen van mens en milieu.

Decentraliseren

Een onderneming zo organiseren dat iedere afdeling zoveel
mogelijk onafhankelijk kan werken, rekening houdend met
de bedrijfsdoelstellingen.

Deflatie

Een algemene prijsdaling.

Delegeren

Taken en verantwoordelijkheden doorgeven aan een lager
niveau.

Diversifiëren

Het assortiment aanvullen met nieuwe producten of met
varianten op het bestaande assortiment.

Douane-unie

Een groep van landen met vrij verkeer van goederen en
diensten en met een gemeenschappelijk buitentarief.

Duurzaam ondernemen
(Ethical business)

Winstgevend ondernemen met respect voor alle stakeholders, de omgeving en de toekomstige generaties. Duurzaam
ondernemen wordt vertaald in de slogan People (zorg voor
mensen), Profit (zonder winst blijft de onderneming niet bestaan) and Planet (respect voor het milieu).

Duurzame energie

De energie die opgewekt wordt door gebruik te maken van
‘onuitputtelijke’ bronnen als biomassa, wind, zon en water.

Duurzame ontwikkeling

Economische ontwikkeling met respect voor de omgeving en
de toekomstige generaties.

Economische unie

Deze vorm van samenwerking heeft de kenmerken van een
gemeenschappelijke markt, maar er is ook een gelijkschakeling van de sociaal-economische (fiscale en juridische) politiek.

Ethical business

Zie duurzaam ondernemen.

Exportsubsidies

Een bijdrage door de overheid aan een onderneming verstrekt onder de vorm van een financiële overdracht, een
belastingvermindering, … Hierdoor is de onderneming in
staat het betreffende product, waarvoor de subsidies werden ontvangen, aan een lagere prijs op de buitenlandse
markten te verkopen.

Fusioneren

Twee of meer ondernemingen smelten samen tot één onderneming.

Gemeenschappelijke
markt

Een groep van landen met vrij verkeer van goederen en
diensten en productiefactoren (arbeid en kapitaal) en met
een gemeenschappelijk buitentarief. De gemeenschappelijke
markt is dus één stap verder dan de douane-unie (namelijk
nu ook vrij verkeer van productiefactoren).

Gemiddelde kosten

De kosten per geproduceerde eenheid. De GK bereken je door
de TK te delen door het aantal geproduceerde stuks.

Global marketing

Een onderneming die in alle landen waar ze haar product
verkoopt, ongeacht de cultuur of consumptiegewoonten,
eenzelfde marketingpolitiek voert, doet aan global marketing.

Globalisering

Proces waardoor de wereld één markt wordt (‘de wereld is
mijn dorp’).

Hoeveelheidsaanpasser
(Pricetaker)

Op een competitieve markt is de prijs gegeven. De aanbieder
kan enkel zijn hoeveelheid aanpassen om een hogere omzet
te behalen.

Hoogconjunctuur

Periode waarin de productie sneller groeit dan gemiddeld. De
werkgelegenheid neemt toe.

Human capital
(Menselijk kapitaal)

De levenservaring, de kennis en vaardigheden van het personeel.

Human development
index (HDI)

De ‘menselijke ontwikkelingsindex’ opgesteld door de Verenigde
Naties. Naast het inkomen wordt in deze welvaartsindicator ook de
gezondheid (levensverwachting) en de kansen om een beter leven
uit te bouwen (onderwijs) opgenomen.

Human resources
management

Management dat erop gericht is de motivatie van het personeel na te streven.

Invoerquota
(Kwantitatieve
beperkingen)

De invoer van buitenlandse goederen wordt beperkt tot een
vooraf afgesproken hoeveelheid of waarde.

Invoerrechten of
douanerechten

Belastingen op de invoer van goederen met de bedoeling deze ingevoerde goederen duurder te maken waardoor de consument uiteindelijk kiest voor de binnenlandse producten.
Samenwerking van ondernemingen aan een gemeenschap-

Joint venture

pelijk product. De ondernemingen blijven onafhankelijk.

4

Kapitaalintensief

Bij kapitaalintensieve ondernemingen is kapitaal de belangrijkste productiefactor.

Kartel

Afspraken tussen ondernemingen over bv. een gemeenschappelijke verkoopprijs of de verdeling van de markt. Hierdoor
wordt dikwijls de concurrentie beperkt. Kartelafspraken die
de markt verstoren of indruisen tegen de belangen van de
consument zijn verboden.

Koopkrachtpariteit

Zie purchasing power parity.

Korte periode

De onderneming blijft werken met dezelfde vaste infrastructuur, er is dus geen toename van de productiefactor kapitaal. De productie kan enkel toenemen door extra inzet van
de factor arbeid. Economen noemen dat de korte periode.

Kostenvoordeel

Een land heeft een kostenvoordeel als het goederen of
diensten goedkoper of efficiënter kan produceren dan andere
landen. Zo hebben lagelonenlanden een kostenvoordeel op
het vlak van arbeid tegenover westerse landen.

Laagconjunctuur

Periode waarin de productie in een land trager groeit dan
gemiddeld. De werkloosheid is hoog.

Lange periode

In de lange periode wordt er geïnvesteerd in vaste activa.
De productie neemt toe door zowel de hoeveelheid kapitaal
als de hoeveelheid arbeid aan te passen.

Levenscyclus van
een product

De levensloop die een product doormaakt, met zijn verschillende
fasen. In de introductiefase wordt het product op de markt gebracht en verloopt de verkoop nog op een laag niveau; in de
groeifase stijgt de verkoop indrukwekkend en wordt de markt
veroverd; in de verzadigingsfase neemt de groei af omdat er
alleen nog vervangingsaankopen komen en de concurrentie
heel sterk is; en in de neergangsfase lopen de verkopen zelfs
terug omdat er andere en betere producten op de markt zijn.

Marginaal product
(meerproduct)

Wat één extra arbeider bijbrengt aan de productie. Eerst
neemt dit steeds toe, maar na verloop van tijd gaat het marginale
product dalen.

Marginale kosten

De extra kosten gemaakt voor de productie van een bijkomende eenheid. De wijziging van de totale kosten als gevolg
van een productietoename met één eenheid.

Marginale opbrengsten

De extra opbrengsten die ontstaan door de verkoop van een
bijkomende eenheid.

Marketingstrategie

Het oordeelkundig combineren van de vier p’s (product,
prijs, promotie en plaats) om de markt zo goed mogelijk te
veroveren.

Mno (Multinationale
onderneming)

Een onderneming met vestigingen in verschillende landen.

Monetaire unie

Een groep van landen die gezamenlijk één munteenheid
hebben en onderling een volkomen vrij betalingsverkeer.

Negatieve externe
effecten

De schade voor mens en milieu die de productie met zich
brengt. Deze kosten worden niet doorgerekend in de
productprijs.

OCMW

In elke gemeente is er een OCMW, dat als taak heeft iedere
inwoner in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat
beantwoordt aan de menselijke waardigheid.

Open economie

Dit houdt in dat een land (intensieve) handelsbetrekkingen
onderhoudt met het buitenland. De mate van openheid van
een economie wordt bepaald door het belang dat de in- en
uitvoer heeft voor een land. Voor België is dit uiterst belangrijk. Dit belang kan worden gemeten door de waarde
van de in- of uitgevoerde producten te vergelijken met het
bbp: de zogeheten uitvoerquote of invoerquote.

Overheidsbedrijven

Een onderneming waarvan de meerderheid van de aandelen
in handen is van de overheid.

Overnemen

Een onderneming koopt een andere onderneming op. Dit kan
gebeuren door het inkopen van de meerderheid van de aandelen.

Private ondernemingen

Ondernemingen waarvan de eigenaars particulieren zijn.

Procesvernieuwing

De onderneming stelt haar eigen werkwijze ter discussie.
Door innovatie in de werkmethode wordt een betere productiviteit nagestreefd. (Bv. Ford Genk ontwikkelt een nieuwe
productielijn waar vier modellen kunnen worden geassembleerd.)

Productvernieuwing

Het product wordt deels of volledig vernieuwd. (Bv. IBM
maakt een krachtiger chip.)

Protectionisme

Bescherming van de eigen ondernemingen door het nemen
van maatregelen waardoor de invoer van buitenlandse producten wordt beperkt.

Publieke sector
(Collectieve sector)

Bestaat uit de overheid (gemeenten, gewesten en gemeenschappen en de centrale of federale overheid) en de sociale
zekerheid.

Purchasing power parity
(Koopkrachtpariteit)

De wisselkoers rekening houdend
koopkracht van twee valuta.
Bv. een koffie kost in de USA $ 2
koopkracht van de euro is twee keer
dollar. De wisselkoers moet dan zijn:

met de binnenlandse
en in Europa € 1. De
zo groot als die van de
€ 1 = $ 2.

Regionale economische
integratie

Dit betekent dat een groep van landen, meestal met een
vergelijkbaar ontwikkelingsniveau, in verschillende stadia
naar elkaar toegroeien op economisch, sociaal en politiek
vlak. Een voorbeeld daarvan is de EU.

Relatieve armoede

Als mensen niet in de behoeften van hogere orde kunnen
voorzien, spreekt men van relatieve armoede.

Schaalnadelen
(negatieve
schaaleffecten)

De gemiddelde kosten stijgen op lange termijn. Bij hoge
productieniveaus zullen de administratieve kosten oplopen
en kunnen zich coördinatieproblemen voordoen. Bovendien
bestaat de kans dat de betrokkenheid van het personeel
vermindert. Grote ondernemingen dreigen de greep te verliezen op het bedrijfsgebeuren en het contact met de markt.

prijs.

341

6

Schaalvoordelen
(positieve
schaaleffecten)

Voordelen waarvan een bedrijf kan genieten als het groot is
(op grote schaal produceert). Door grote hoeveelheden te produceren, kan het de kosten drukken. De gemiddelde kosten
dalen bij schaalvergroting (op lange termijn).

Shutdown punt

Het punt waarin de gemiddelde variabele kosten gelijk zijn
aan de prijs (of de gemiddelde opbrengsten).

Sociale zekerheid

Concreet zorgt dit systeem voor twee zaken:
1 bij loonverlies (werkloosheid, pensionering, arbeidsongeschiktheid) ontvang je een vervangingsinkomen;
2 als je bepaalde ‘sociale lasten’, zoals het opvoeden van
kinderen of ziekte, moet dragen, ontvang je een aanvulling
op het inkomen.

Technische
handelsbelemmeringen

In sommige landen is de verkoop van bepaalde goederen
gebonden aan voorwaarden betreffende de samenstelling
van het product, de afmetingen, het soort verpakking. Op die
manier tracht het land via technische voorschriften de invoer
te beperken.

Variabele kosten

Kosten die veranderen in functie van de productie. Kosten
zoals lonen en grondstoffen, nemen toe als er meer geproduceerd wordt.

Vrijhandelszone

Een groep van landen met vrij verkeer van goederen en
diensten (de leden heffen geen invoerrechten op elkaars
producten) maar er is geen gemeenschappelijk buitentarief
(wat wel het geval is bij een douane-unie).

Wet van het toe- en
afnemende marginale
product

Naarmate er meer arbeiders worden ingezet, neemt het marginale product aanvankelijk toe, maar na verloop van tijd
gaat het marginale product dalen.

Winstmaximalisatie

De meeste profitondernemingen willen een zo hoog mogelijke
winst bekomen.

Wisselkoers

De prijsverhouding tussen twee munten.


Related documents


begrippenlijst 2
samenvatting 20examen 20ondernemen
nieuwsflits wijzigingen ob final nlversie
verkoopsvoorwaarden
conditions generales modifie
ez nieuwekampioenen infographic 2016 a3

Link to this page


Permanent link

Use the permanent link to the download page to share your document on Facebook, Twitter, LinkedIn, or directly with a contact by e-Mail, Messenger, Whatsapp, Line..

Short link

Use the short link to share your document on Twitter or by text message (SMS)

HTML Code

Copy the following HTML code to share your document on a Website or Blog

QR Code

QR Code link to PDF file Begrippenlijst (2).pdf